Astmatici hebben baat bij langwerkende luchtwegverwijders

De mogelijke schadelijke gevolgen van het langdurig gebruik van alleen bronchusverwijders voor de behandeling van astma - de zogenoemde bèta-agonisten - zijn de laatste jaren veel in de publiciteit geweest. Er is zelfs verband gelegd tussen het gebruik van dergelijke middelen en een toegenomen sterfte aan astma.

Bronchusverwijders zouden namelijk de klachten wel verminderen maar niets doen aan de achterliggende ontstekingsverschijnselen in de luchtwegen. Tegenwoordig legt men daarom bij patiënten met matige tot ernstige astma de nadruk op een behandeling met inhalatiecorticosteroïden of cromoglicinezuur, middelen die de ontstekingsverschijnselen onderdrukken. Die medicijnen worden vaak gegeven in combinatie met de betrekkelijk nieuwe langwerkende bronchusverwijders, wat de klachten meestal afdoende bestrijdt. Een aantal onderzoekers heeft echter geopperd dat die laatste middelen weer niet goed zijn; ze zouden een toename van de ontstekingsverschijnselen kunnen maskeren, waardoor de ziekte op de langere termijn alleen maar erger wordt. Dat is nu onderzocht in een groot Europees multi-centeronderzoek, waar ook het Groningse Academisch Ziekenhuis aan meewerkte. Gelukkig is daarbij niets gebleken van een verslechteren van het ziektebeeld door langwerkende bronchusverwijders (New England Journal of Medicine, 13 november).

Aan het Europese astma-onderzoek namen 852 astmapatiënten deel. Ze werden, verdeeld over vier groepen, een jaar gevolgd. Twee groepen astmalijders kregen een lage of hoge dosis inhalatiesteroïde (200 of 400 microgram per dag) plus de langwerkende bronchusverwijder formoterol, terwijl de andere twee groepen ook zo'n hoge of lage dosis kregen maar in plaats van de luchtwegverwijder een placebo. Eventuele resterende benauwdheidsklachten mochten de patiënten naar behoefte met een kortwerkende bronchusverwijder bestrijden. De onderzoekers zagen geen enkel teken dat de astma door formoterol verslechterd zou worden. Sterker, ernstige en milde opflakkeringen van de ziekte kwamen minder vaak voor, onafhankelijk van de dosis inhalatiesteroïde. Dit onderzoek bevestigt dus dat de huidige richtlijnen voor de behandeling van astma juist zijn.

In hetzelfde tijdschrift staat een kleiner onderzoek naar het nut van theofylline bij patiënten met matige astma en hardnekkige klachten. Theofylline werd vroeger veel gebruikt als luchtwegverwijder (het middel is al 50 jaar oud) maar tegenwoordig vrijwel niet meer omdat het medicijn geen effect heeft op de onderliggende ontsteking. Men is nu op het idee gekomen theofylline aan een behandeling met inhalatiesteroïden toe te voegen. Daardoor bleek de behoefte aan deze ontstekingsremmer (een hormoon) met de helft af te nemen. Dat is niet alleen goedkoper, zo concluderen de onderzoekers, maar het vermindert bovendien de kans op bijwerkingen.