Zonsverduistering

Van wat ik leerde op de school waar ik van mijn zevende tot mijn tiende op zat kan ik me helemaal niets herinneren. Wel weet ik nog dat we op vrijdagmiddag een keuze-uur hadden: eerst twee maanden eerste hulp, waarbij we elkaar van top tot teen in verband wikkelden, daarna koos ik kleien en maakte theepotten waar de tuit vanaf viel. En ik herinner me de zangles.

We zaten in een halve cirkel om de piano en moesten om de beurt één noot zingen. De muzieklerares sloeg op de piano: ping! het was een G of zoiets, niet hoog. La! zongen de meisjes. Toen ik aan de buurt was kwam er in plaats van die G een verstikt geluid uit mijn keel - grh! - en de lerares zei, 'Nee, jij mag niet meezingen, doe jij alleen maar alsof. Geen geluid, hoor!' Jaren daarna zong ik nog enthousiast mee zonder geluid, een soort playbacken.

En dan herinner ik me de zonsverduistering. Weken van tevoren werd er over verteld, we moesten oude filmnegatieven verzamelen want je kon meteen blind worden als je direct in de zon keek. Een zonnebril was niet genoeg.

De dag zelf gingen we allemaal de klas uit (gelukkig was het geen vrijdagmiddag) en liepen naar het sportveld. Allemaal met onze negatieven, een paar meisjes hadden ook nog zonnebrillen, die wilden echt niet blind worden.

Wij stonden daar en de tijd ging voorbij, er gebeurde niets. De juffrouwen waren er ook, we keken allemaal dezelfde richting uit, allemaal met één hand omhoog. Tenslotte begon het, heel langzaam kwam er een schaduw op de zon. Als ik niet helemaal door mijn negatief heen keek kon ik ook de foto zien: een landschap met sneeuw, want dat was zwart. Het werd donker, en een paar minuten lang heel stil, niemand zei iets. Even was de hele school verdwenen.

    • Sarah Hart