Wenen in ban van 'Austro-Irangate'

In 1989 werden in Wenen drie Koerdische leiders vermoord. De vermoedelijke daders, allen Iraniërs, werden aangehouden. Maar de Oostenrijkse justitie liet ze gaan. Waarom?

WENEN, 14 NOV. 'Austro-Irangate' heet de zaak in de Oostenrijkse pers. En de affaire blijft de regering hardnekkig achtervolgen. In 1989 werden in Wenen drie belangrijke Koerdische leiders vermoord, een moord die nog steeds niet is opgelost.

De Groenen vroegen herhaaldelijk om de instelling van een onderzoekscommissie. Groenen-politicus Peter Pilz publiceerde onlangs een goed gedocumenteerd boek over de affaire, Eskorte nach Teheran, waarin hij de Oostenrijkse autoriteiten ervan beschuldigd drie van de moordaanslag verdachte Iraniërs bewust te hebben laten gaan. Hoofdverdachte Mohammad Djafari Sahraroodi werd zelfs door de politie naar het vliegveld van Wenen geëscorteerd om in alle rust te vertrekken.

Pilz concludeert in zijn boek dat de drie Koerden, waarvan één al jaren de Oostenrijkse nationaliteit had, door de Iraniërs in de val waren gelokt en geëxecuteerd. Onmiddellijk na de aanslag werd de chef van de Staatspolizei (STAPO) in een restaurant geïnformeerd. Hij zat daar te eten met ondermeer Bernd Ender, een journalist van de staatsomroep ORF. Ender, die later door de Iraniërs als onderhandelaar is ingeschakeld, onderhoudt nauwe banden met Iran en heeft volgens andere agenten in het restaurant onmiddellijk de Iraanse ambassadeur op de hoogte gesteld, waardoor deze tegelijk met de STAPO-chef arriveerde op de plek van de aanslag, waar intussen twee van de drie verdachte Iraniërs waren opgepakt.

Iran heeft Oostenrijk daarna volgens Pilz zwaar onder druk gezet om de verdachten te laten lopen, ondermeer door te dreigen met santies. De persoonlijke vriendschap tussen de beide ministers van Buitenlandse Zaken, Alois Mock en Ali Akbar Velayati, zou daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Iran stelde grote opdrachten voor het Oostenrijkse bedrijfsleven in vooruitzicht als de verdachten mochten gaan.

Pilz laat in zijn boek documenten en verklaringen van het ministerie van Buitenlandse Zaken zien, waaruit zou blijken dat dit ministerie vervolgens zware druk zou hebben uitgeoefend op Binnenlandse Zaken en Justitie. Het onderzoek werd vertraagd, deskundigen te laat geraadpleegd, verkeerde informatie doorgegeven en tenslotte werd minister van Binnenlandse Zaken Franz Löschnak, die er niet voor voelde om de verdachten te laten gaan, buitenspel gezet.

Minister van Justitie Nikolaus Michalek en de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Karl Schlögl zijn intussen bereid opening van zaken te geven. Maar Wolfgang Schüssel van Buitenlandse Zaken, weigert iedere medewerking aan een onderzoek. Juist de rol van de toenmalige hoogste ambtenaar van dat ministerie is volgens Pilz echter van doorslaggevend belang. Maar daar zit het probleem, want die ambtenaar heet Thomas Klestil, de huidige Oostenrijkse president, die vandaag zijn kandidatuur voor een tweede termijn aankondigde.

“Er zijn concrete aanwijzingen dat Buitenlandse Zaken zich onmiddellijk met de aanslag is gaan bemoeien, maar het is niet duidelijk of die eerste interventie al illegaal was”, zegt Pilz. “Om dat uit te zoeken is het nodig Klestil en andere betrokkenen onder ede te horen”. Pilz beschuldigt Schüssel ervan het parlement te hebben misleid. “Schüssel heeft van begin af aan een rookgordijn opgetrokken. Hij gaf alleen informatie die al bekend was en bovendien waren de kopieën die hij aan de kamerleden gaf gemanipuleerd. Zo kon je niet zien aan wie de fax geadresseerd was of wie er een kopie van kreeg. Schüssel probeert de zaak over te laten waaien. Klestil verschuilt zich achter het standpunt dat hij alleen maar zijn werk deed. Daarmee heeft Oostenrijk weer een president die belangrijke vragen ontloopt en problemen heeft met zijn geheugen.”

    • Karin Jusek