Verzin een verwenkuur voor Sint en win je naam in chocoladeletters

De Sint huiverde.

Hij stond op het dek van de stoomboot, die volgeladen met cadeautjes de Nederlandse kust naderde. Morgen moest hij in Enkhuizen aan wal. Het was een koude nacht, en boven de donkere zee strekte zich een nog donkerder hemel uit, vol sterren. De Sint stond voor op zijn schip en bekeek ze. Hij staarde een hele tijd naar de sterren.

Daarna richtte hij zijn blik even op de smalle strook land in de verte waar hier en daar een lichtje pinkelde. Nederland.

Boven het geluid van de scheepsmotoren uit hoorde Sinterklaas de Inpak-Pieten uitgelaten zingen: “Hij komt, hij komt... Die lieve goeie Sint..”

Sinterklaas zuchtte en keek somber naar het dek. Hij sloeg zijn das die was afgezakt opnieuw om zijn hals.

“Kou knaagt aan mijn monterheid,” mompelde de Goedheiligman. (Sinds hij die zin op de radio had gehoord, gebruikte hij hem graag.) De Sint draaide zich om, en liep moeizaam, steunend op zijn staf naar de stuurhut, waar de Hoofd-Piet achter het stuurrad stond. “Nog anderhalf uur en we zijn in IJmuiden!” riep de Hoofd-Piet opgewekt. “Ja, ja,” zei Sint.

“Is 't niet te koud?” vroeg Piet. “Ach...” zei de Sint, en liep door naar de trap. “Ik ga nog even in het speelgoedruim kijken,” zei hij. Drie trappen liep de Sint af en kwam in een enorm ruim dat tot aan het plafond volgepakt stond met cadeautjes. Er was slechts een nauw gangetje midden tussen de pakjes, en het ruim was schemerig, want er hing alleen een kaal peertje als verlichting. In het gangpad stond een krukje, om bij de bovenste pakjes te kunnen komen. Daar ging de oude Sint op zitten.

Hij streek met een hand langs de pakjes en mompelde: “Tamagotchi. Game Boys. Computerspelletjes. Kinder-cd-spelers. Vernieuwde Barbie-huizen. Videobanden van de Spice Girls en de Back Street Boys... De nieuwste Disney.” Hij schudde het hoofd en begon hardop in zichzelf te praten.

“Wat hebben die kinderen in Nederland en België nu eigenlijk nog te wensen? Ze hebben eigenlijk alles al. Zelfs als ze weinig hebben, hebben ze al veel.

Het wordt mij allemaal wat te véél,'' zei de Sint en schudde opnieuw droevig zijn hoofd.

“En als ik dat vergelijk met hoe het vroeger hier was... Ik kan me nog herinneren dat kinderen blij waren met een winterwortel!” Sint keek even dromerig voor zich uit.

“Ha, daar moet je nou eens mee aankomen. Ja, van een winterwortel kon je een mooi karretje snijden. Vier ronde plakjes dienden als wielen, vastgezet met luciferhoutjes, en de rest van de uitgeholde wortel was een supersnelle racewagen. Misschien moet ik dit jaar alle jongens in Nederland en België een winterwortel geven, en alle meisjes een appel. Hoewel... nee, dat willen ze ook niet. En ik krijg al duizenden winterwortels en appels voor het paard. Nee... dat is het ook niet... Tja, het zijn natuurlijk allemaal beste brave kinderen daar in Nederland en België... maar ze hèbben alles al”

De Sint rilde, want de kou was ook in het ruim voelbaar.

Ineens ging hij rechtop zitten. “Mijn besluit staat vast,” zei hij. “We keren om. We gaan niet. ”

“Hoe bedoelt u, we keren om?” riep de Hoofd-Piet verschrikt. Bijna gaf hij zwieper aan het stuurrad. “De kinderen hier,” zei Sint, en hij wees naar de kust, “hebben alles al. Ze hebben genoeg. We gaan het soberder aanpakken. Het is mooi geweest. Die kinderen hebben niks meer te wensen. We gaan terug naar Spanje, en uitrusten in de zon. De kou hier knaagt aan mijn monterheid. We varen dit land stilletjes voorbij”

“We kunnen dit land niet zo maar stilletjes voorbij varen,” antwoordde Piet, die razendsnel nadacht: “We kunnen niet hupsakee omkeren. We moeten naar de haven om brandstof in te slaan. De tanks zijn bijna leeg.”

“Dan nemen we brandstof in en keren we meteen terug,” zei Sint, die ineengedoken op een bankje naast het stuurrad zat. De Hoofd-Piet drukte op een belletje, en even later stak een hulp-Piet zijn hoofd om de hoek van de deur. “Ach, breng jij de Sint even naar bed. Hij heeft de hele nacht niet geslapen, en dat is niet goed.” De Sint werd overeind geholpen en voor hij de deur uitging, het trapgat in, zei hij tegen de Hoofd-Piet: “Na het bunkeren, omdraaien.” De Hoofd-Piet knikte vaag, maar zei alleen “ Welterusten, Sint.”

De Hoofd-Piet riep alle Pieten bij elkaar in de scheepskantine, voor een noodvergadering. Hij legde uit dat de Sint moe en somber was, en rechtsomkeert wilde maken naar Spanje. “Volgens mij is de Sint oververmoeid. Het is hem teveel. Hij piekert te veel en slaapt te weinig. We moeten iets verzinnen om hem te verwennen. Om zijn aandacht af te leiden. Dan begrijpt hij daarna wel dat ook kinderen hier nog best wat te wensen mogen hebben,” zei de Hoofd-Piet.

“De vraag is alleen: hoe moeten we dat doen? We leggen gewoon morgen, 15 november, aan in Enkhuizen, en beginnen met de kleine schoencadeautjes. Dat regelen we zelf wel. Maar voor 5 december moet de Sint weer helemaal de oude zijn, want dan is het de grote dag. Wat kunnen we in 's hemelsnaam doen?”

“We kunnen een dansavondje voor hem geven, waarbij de Pieten optreden als de Black Street Boys,” riep een Piet. “We organiseren een concertje van de Spice Girls voor hem, dan knapt-ie meteen op,” riep een andere.

Weer een andere riep: “Hij moet een modderbad-kuur doen, lekker zijn hele gezicht en lijf vol modder smeren, en zijn baard ook, dat lucht op!” En toen begon iedereen door elkaar te schreeuwen.

“Stilte, stilte,” riep de Hoofd-Piet. “De kinderen,” zei hij. “Weet je nog hoe geroerd hij vorig jaar was toen een kind een nieuw Sinterklaas-lied schreef, op de Kinderpagina. Hoe ging het ook weer: 'Sinterklaas is weer in het land, met zijn zwarte Piet. Ik geef Sinterklaas een hand, want bang ben ik niet!' Sint was tot tranen toe geroerd. Er gaat niets boven een mooi gedicht, zei hij toen.”

“Laten we het dan die kinderen van de Kinderpagina vragen!” riepen de Pieten in koor, “ Die weten misschien een verwenkuur voor Sint.”

De Hoofd-Piet greep meteen zijn draagbare telefoon en gaf het volgende telegram aan ons door:

BESTE KINDEREN VAN DE KINDERPAGINA - STOP - WE HEBBEN JULLIE HULP DRINGEND NODIG - STOP - WAT MOETEN WE DOEN OM SINT OP TE VROLIJKEN? - STOP - HIJ IS SOMBER - STOP - HIJ HEEFT TE HARD GEWERKT - STOP - HIJ MOET VERWEND WORDEN - STOP - WETEN JULLIE EEN VERWEN-KUUR OF HEBBEN JULLIE EEN PLAN? - STOP - TEKEN OF SCHRIJF HET ONS - STOP - GAUW! NAMENS ALLE PIETEN

DE HOOFD-PIET - STOP -

Heb je een plan om Sint te verwennen? Of kun je hem uitleggen waarom kinderen in Nederland heus nog best wat te wensen hebben? Of wil je gewoon een mooi gedicht of een mooie tekening maken om Sint op te vrolijken? Stuur die dan, met je naam, adres en leeftijd er op aan de Kinderpagina, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam. Wie weet win je je naam in chocoladeletters. De inzending sluit op 26 november. Zet 'Sint' op je enveloppe.

    • Paul Steenhuis