Van cijferschrijvers en codekrakers

Tonke Dragt, Bies van Ede, Henk van Kerkwijk e.a.: Magische tekens. Als je ze ontcijfert, krijg je een verhaal. Illustraties door Sylvia Weve. Vanaf 8 jaar. Leopold, ƒ 27,50

Janneke Derwig: Twee vingers in je neus. Vanaf 4 jaar. Van Holkema en Warendorf, ƒ 24,90

Na een verzamelbundel vol oude en nieuwe sprookjes en een boek over magie, amuletten en toverdrank, vroeg uitgeverij Leopold dit keer een aantal Nederlandstalige auteurs van kinderboeken om een verhaal over (geheim)schrift en taal. Guus Middag vertelt hoe hij letters leerde schrijven en thuis moest oefenen op de moeizame dubbele u. Hij maakte een lijst van woorden als 'vuur', 'huur', 'kuur' en uiteindelijk, bijna ten einde raad, zelfs 'glazuur' en 'postuur'. Zonder te weten wat die laatste woorden betekenden, maar dat gaf niet. Wat telde was de dubbele u. Twintig woorden moest hij van de juf bedenken.

Ries Moonen beschrijft de ontmoeting tussen een overgrootmoeder en een overgrootvader van een ik-persoon uit de verre toekomst. De robot waar overgrootvader aanvankelijk op valt, verstaat zijn lichaamstaal niet. Bij Bies van Ede gaat de macht van het schrift zo ver dat de hele mensheid na het oncijferen van Newtons geheime tijdmachine-formule in een eeuwigdurende herhaling vervalt. 'Op 6 juni vergaat de wereld. Hij vergaat op precies dezelfde manier als de vorige keer en de keer daarvoor. (-) De schuld van deze stille vernietiging ligt bij de tweeling Linds en Mark Verlaat.'

Van hoog literair niveau zijn de verhalen in Magische tekens niet. De inhoud, het onderwerp, is in bijna alle gevallen beter dan de stijl. De meeste verhalen maken een enigzins slordige, ongepolijste indruk, alsof ze in haast zijn geschreven.

Dat is natuurlijk jammer, maar het idee achter dit boek is desondanks overeind gebleven. Uit de verhalen komt op allerlei verschillende manieren naar voren hoe machtig je bent als je kunt lezen en schrijven, als je verhalen kent of codes kunt kraken. Dat spreekt tot de verbeelding, inspireert tot het bedenken van een nieuwe geheimtaal. Dankzij Dragt zal de lezer voortaan Rozenkruisers-schrift kunnen ontcijferen, Van Oort maakt katten beter verstaanbaar.

In de kantlijn geeft Kees van der Horst een heldere uiteenzetting over de geschiedenis van ons schrift, van Chinese en Japanse karakters, runetekens en 'moderne pictogrammen' met veel voorbeelden. Door de combinatie met de verhalen vormt deze informatie geen droog lesje. Van der Horst beschrijft hoe via het principe van klankovereenkomst uiteindelijk onze letters ontstonden. Tekens voor klanken in plaats van voor voorwerpen en begrippen: 'Als je het woord voor kat gaat schrijven als kat + appel + touw, dan worden de tekentjes voor kat, appel en touw op den duur vanzelf gelezen als k, a en t.'

Voor kleuters ontrafelt Janneke Derwig het geheim van ons cijferschrift in Twee vingers in je neus. Eerder maakte zij een fijnzinnig en humoristisch geïllustreerd abc-boekje als eindexamenwerkstuk aan de Academie voor Beeldende Kunst in Tilburg. W.c.papier in de wind laten wapperen kreeg een Vlag en Wimpel in 1996 voor de originele benadering van het alfabet, van 'akelig aangebrande aardappels' tot 'Zorro slaapt zacht'. Via eenzelfde procédé telt ze nu van 'een olifant in bad' via 'een prinses met negen erwtjes' tot 'honderd keuteltjes in de lucht'. Alle getallen hebben een eigen illustratie. Derwigs vondsten zijn voor hele kleine kinderen waarschijnlijk vaak te moeilijk. Daar staat tegenover dat de volwassen voorlezer voor dit boekje vast veel geduld op kan brengen en eindeloos wil uitleggen hoe dat zit met die 'vijftig rode ootjes' in een tekstje dat begint met de zin: 'Onze oom kocht een rood potlood voor Joops zoon.'