Steun werven wordt afgebouwd

BRUSSEL, 14 NOV. De ordersteun voor de Europese scheepsbouw, die nu nog maximaal 9 procent per schip bedraagt, wordt na volgend jaar geleidelijk afgebouwd. Daarover zijn de EU-industrieministers het gisteren in Brussel eens geworden. Onder het komende Britse EU-voorzitterschap moet duidelijkheid ontstaan over de fasering van de steunafbouw.

De Europese Commissie wil dat de Europese scheepsbouw uiterlijk in het jaar 2004 geheel zonder steun op de wereldmarkt kan concurreren.De steunverlening aan de scheepsbouw diende eigenlijk in 1996 al te zijn afgebouwd. Japan, Korea en de Verenigde Staten hebben een OESO-akkoord daarover echter nog steeds niet geratificeerd. Met het oog daarop laat de EU bedrijfssteun aan de scheepswerven nog toe tot en met eind volgend jaar. Ook daarna zullen de lidstaten in voorkomende gevallen nog financieel mogen helpen bij reorganisatie en modernisering. Voorwaarde daarbij is evenwel dat die steun wordt verleend onder het motto 'eens-maar-nooit-weer'. Zij mag niet leiden tot uitbreiding van capaciteit.

Daarnaast bestaat er nog een steun van 9 procent per order, die lidstaten mogen verstrekken. Nederland wil hier eigenlijk al geruime tijd vanaf en verleent daarom de afgelopen jaren de scheepsbouwers al ongeveer de helft van het toegelaten percentage, neerkomend op circa 50 miljoen gulden per jaar. Den Haag doet dit omdat de Nederlandse werven zich anders uit de markt zouden prijzen. Op zichzelf kan de scheepsbouw in Nederland, die al in hoge mate is gesaneerd en gespecialiseerd, ook voortbestaan zonder de steun.

De Europese industrieministers besloten donderdag deze vorm van staatshulp echter eerder af te bouwen. Dat zal gebeuren via een daling van het steunpercentage of het alleen blijven verlenen van steun aan grote werven, die op de mondiale markt concurreren met Japanse of Koreaanse bedrijven. Afgesproken is dat de EU-landen politieke druk zullen uitoefenen op de VS om het Oeso-akkoord alsnog te tekenen. Lukt dat niet dan zal er alsnog een nieuw Europees steunregime voor de werven op poten worden gezet.

De industrieministers bereikten ook overeenstemming over het niet langer vooraf aanmelden van alle vormen van staatssteun in het algemeen. Daarmee nemen de lidstaten de Europese Commissie veel werk uit handen. Wel moet de Commissie de steunverlening achteraf beoordelen, maar de onnodige bureaucratie voorafgaand aan geringe steunbetalingen verdwijnt. Minister Wijers toonde zich positief verrast over de besluitvorming op het gebied van het verminderen van staatssteun en het ontwikkelen van plannen om de concurrentiekracht van de Europese industrie te bevorderen. De positieve houding van de industrieministers wordt door Brusselse waarnemers vooral toegeschreven aan de komst van de Economische en Monetaire Unie. Landen die tot nu toe nogal soepel omgingen met steunverlening worden door de strakke begrotingsdiscipline meer gedwongen om kritisch te kijken naar allerlei subsidies aan bedrijven.