Romandebuut van Jessica Durlacher; Mijn vaders, mijn kinderen, mijn leven

Jessica Durlacher: Het geweten. Roman. De Bezige Bij, 333 blz. f39,50

Hoewel de titel van Jessica Durlachers romandebuut, Het geweten, doet denken aan de succesromans De wetten en De vriendschap, lijkt dit boek in geen enkel opzicht op het werk van Connie Palmen. Mijn eerste associatie was althans een volstrekt andere: in de opbouw vertoont Het geweten overeenkomsten met Donna Tartts The Secret History. Net als The Secret History is Het geweten een roman over initiatie en evenals bij Tartt blijkt ook bij Durlacher al aan het begin dat de hoofdpersoon worstelt met haar geweten in verband met een sterfgeval. 'Ben ik schuldig', vraagt Edna Mauskopf zich een jaar na de dood van haar geliefde af. Het geweten, een reconstructie van Edna's jeugd en van haar verhouding met haar mede-student Samuel, moet het antwoord geven op deze onmogelijke vraag.

Edna heeft Samuel, na een gemeenschappelijke geschiedenis van tien jaar, verlaten voor een ander en vervolgens is hij met een vrachtwagen vol hulpgoederen naar Tsjetsjenië gereden, waar hij samen met twee andere chauffeurs is vermoord. Had Edna haar vriend niet verlaten, zo luidt haar zelfverwijt, dan was dat nooit gebeurd.

Natuurlijk heeft Edna geen schuld aan de dood van Samuel, zoals kinderen niet schuldig zijn als hun ouders lijden of sterven. Edna beschrijft zichzelf echter als een 'overbewust' iemand, die als kind al leed aan ernstige dwangneuroses waarmee ze de veiligheid van haar ouders en zusje trachtte te bezweren. Hen mocht niets overkomen, zij had dat in haar macht, zij mocht hen niet loslaten. Nadat ze Samuel eerst aan zich gebonden heeft, hem weerloos en afhankelijk heeft gemaakt, laat ze hem los en dat is wat ze als haar grote schuld beschouwt.

Deze schuldbelijdenis zou overtuigender zijn als de figuur van Samuel een minder geconstrueerde indruk maakte. Het geweten gaat in wezen namelijk niet over de dood van een geliefde, maar over de dood van een vader. Edna Mauskopf vertoont nogal wat overeenkomsten met de journaliste Jessica Durlacher (1961) en hetgeen ze over vader Mauskopf vertelt komt zo sterk overeen met de biografie van de vorig jaar overleden schrijver Gerard Durlacher, dat het voor de hand ligt dat hier om een ander soort schuld en een ander soort rouw gaat dan op het eerste gezicht lijkt.

Edna Mauskopf heeft het te zwaar belaste en overbewuste geweten van een tweede generatie-oorlogsslachtoffer. Ze torst het onbegrepen verdriet van haar vader en zijn kampverleden met zich mee en staat daardoor vreemd in het leven. Als eerstejaars studente projecteert ze de gevoelens die ze voor haar vader koestert op haar joodse medestudent Samuel, voor wie ze een hartstochtelijke, maar aanvankelijk onbeantwoorde liefde opvat. Ze vindt dat ze bij hem hoort, al was het maar omdat hij haar vagelijk aan haar familie doet denken. 'Het kwam door iets kwetsbaars in de combinatie neus en bovenlip: de afstand daartussen was even klein als bij hen. Het suggereerde ook een andere verwantschap, een die verder ging dan familiale banden. Het had op een vreemde manier iets veiligs dat ik hem hier had gevonden. Een verwant.' Samuels vader blijkt uiteindelijk met Edna's vader in het kamp te hebben gezeten, in dezelfde groep nog wel en het is ook Edna's vader die de vader van Samuel na jaren van verdringing en zwijgen aan het praten krijgt.

Naarmate het verhaal vordert, krijgt de relatie tussen Edna en Samuel steeds meer het karakter van bloedverwantschap en dat is ook wat Edna nodig heeft: ze zoekt een substituut voor de vader en doet dat weinig subtiel. 'Samuel was van dezelfde soort als mijn vader. Alles begon van voren af aan. De kunst was vanaf dat moment volwassen te worden en toch geen verraad te plegen, aan geen van beiden.' Op het moment dat ze verraad pleegt aan Samuel, door hem te verlaten, vloeien hij en Edna's vader opnieuw ineen. '... wat deed ik hier, ik moest naar papa toe, hem troosten (...). En Samuel, hem moest ik ook troosten, om zijn openhartige verdrietige getwijfel. Mijn vaders, mijn kinderen, mijn leven.'

Durlacher gaat nog verder: niet alleen spreekt Edna herhaalde malen over Samuel als over 'mijn familie', ze noemt het boek dat opgedragen is aan 'papa' tegelijkertijd 'Samuels boek' en laat uiteindelijk zelfs Samuels uiterlijk samenvallen met dat van haar vader, Gerard Durlacher: 'Zijn mooie dierbare gezicht, zijn brilletje, die zwarte ogen, de ontroerend kleine afstand tussen neus en bovenlip, nog precies hetzelfde.'

Om de behoedzaamheid en de zorg waarmee Jessica Durlacher haar Samuel/vader-constructie heeft gebouwd is Het geweten een aandoenlijk boek, maar dat betekent nog niet dat de constructie ook deugdelijk is. De verhouding tussen Edna en Samuel, waar het hele verhaal op stoelt, is volkomen bloedeloos en onecht. Seks, door beide gelieven 'Het Hele Erge' genoemd, speelt bijvoorbeeld nauwelijks een rol, kàn dat in Durlachers constructie ook niet spelen, maar over dat probleem stapt ze wel erg makkelijk heen.

Een groter probleem is dat de schrijfster de dagboekentaal van een vroegrijp schoolmeisje, een idioom dat het in de hoofdstukken over Edna's jeugd nog wel aardig doet, de hele roman lang volhoudt. Er is geen verschil tussen de monotone puberzinnetjes van de aan dwangneuroses en anorexia lijdende scholiere, die van de verliefd-tobberige studente of - ten slotte - die van de zelfbewuste jonge moeder met een afgerond en verwerkt verleden. Het lijkt wel alsof Durlacher niet veel taal tot haar beschikking heeft, laat staan literaire taal. Beeldspraak is haar volkomen vreemd, de dialogen verlopen stroef, veel zinnen zijn grammaticaal onjuist en elk ritme ontbreekt aan haar teksten, die voornamelijk opsommend zijn. Dat maakt Het Geweten geen pretje om te lezen. In dat opzicht gaat de vergelijking met Donna Tartt dan ook volledig mank.

    • Elsbeth Etty