Opgeblazen bloemkool

Iedereen praat erover. Over bloemkool. Omdat in de krant stond dat de Nederlanders zoveel bloemkool eten. Een tiende gedeelte van alle groenten die wij hier eten is bloemkool. Omdat het zo'n mooi woord is natuurlijk. Omdat het zo elegant klinkt in de groentenwinkel: 'Mag ik een bloemkool van u?'

Mooier dan: 'Geef mij maar een kilo boerenkool.' Ook geen lelijk woord hoewel bloemkool net iets mooier is. Maar sommige mensen zijn nooit tevreden. Ze willen nog meer bloemkool. Dat kan, moet je hem gewoon opblazen.

Je begint met de helft van een normale bloemkool. Groen eraf en in grote stukken snijden. In kokend water leggen en vijftien minuten zacht laten koken.

Intussen 75 gram boter smelten en daar 50 gram bloem door mengen. Blijven roeren. Ongeveer drie minuten en daarna van het vuur nemen. Eén-tiende liter warme melk erbij en dezelfde hoeveelheid room.

Van drie eieren het wit van het geel scheiden. Het wit bewaren, de dooiers door het boterbloemmengsel roeren. Bloemkool uit de pan nemen en in kleine stukjes snijden. Zo onnauwkeurig mogelijk. Stukjes gaan er ook bij. Nu alleen nog kaas, 100 gram geraspte kaas moet er doorheen en wat zout en peper en nootmuskaat.

Op dat moment pas de eiwitten kloppen, heel stijf want daarin zit de lucht die straks het opblazen voor zijn rekening neemt.

Al het eiwit voorzichtig door de bloemkoolmassa lepelen. Totdat je een egale dikke pap hebt. Die schep je in een hoge ovenvaste schaal van aardewerk of glas.

In de oven zetten (200 graden) en na dertig minuten wachten blijkt dat je van een halve Hollandse bloemkool een hele Franse soufflé hebt gemaakt. Knap hoor!