Oman moderniseert geleidelijk en voorzichtig; De goede sultan

Het sultanaat Oman is door zijn olierijkdom in 25 jaar van een middeleeuws, geïsoleerd land veranderd in een natie met veel moderne trekken. Sultan Qaboos wil nu de rol van het bedrijfsleven drastisch versterken, want er is behoefte aan meer werkgelegenheid voor de groeiende bevolking. 'Ik hoop dat meer Nederlandse ondernemingen hier hun kansen grijpen.'

'Een zeer succesvol bezoek'', zegt de Amerikaanse ambassadeur mevrouw Frances Cook, terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegt. Het is veertig graden middenin de Omaanse woestijn en de ambassadeur zoekt even haar heil in de gekoelde, zwaar gestoffeerde toiletauto met goudkleurige kranen. Cook is net, met een delegatie van reder Sea-Land uit North Carolina en Rotterdam, ontvangen door His Majesty sultan Qaboos bin Said al-Said.

'HM' heeft zijn paleis verlaten voor een toer van drie weken door het land, om onderdanen te ontmoeten. Hij houdt kantoor in een grote tent, omringd door duizend soldaten die zorgen voor zijn veiligheid en die van het halve kabinet en honderden bedienden. Mitrailleurs in de aanslag, lichte artillerie en een klein kanon achter een heuveltje onder handbereik. Een gigantische satellietantenne op een legervoertuig zorgt ervoor dat de vorst bereikbaar blijft.

Anderhalf uur hadden twee Super Puma-helikopters van Franse makelij nodig om ons van Muscat naar deze plek bij Al-Zamaim te brengen, een pleisterplaats voor groepen bedoeïnen op hun lange tochten door de woestijnen van Oman en Saoedi-Arabië. Honderden hebben de koninklijke tent de afgelopen dagen bezocht, vertelt een lakei. Behalve de ontmoeting met hun leider levert dit uitstapje de bedoeïnen ook inkomsten op, want ze verkopen in het kamp volop geiten, kamelenmelk en dadels.

Frances Cook is een hartelijke, volslanke dame met een vèrdragende stem die over het onderwerp van gesprek in de 'wachttent', op een kilometer afstand van de verblijfplaats van de sultan, niets te raden laat. Ze heeft een delegatie van rederij Sea-Land meegebracht, die met het Deense partnerbedrijf AP M⊘ller-Maersk eind volgend jaar in Mina Raysut in het uiterste zuiden van het land een container-overslaghaven opent. De Omanieten koesteren dit project als 'het Rotterdam van het Midden-Oosten'. Zo'n vaart zal het niet direct lopen, maar president-directeur John Clancey van Sea-Land zegt dat in 1999 al zeker een half miljoen container-eenheden van twintig voet in Al-Raysut worden overgeladen. De Omaanse overheid betaalt de aanleg van de haven en de twee reders nemen er samen een aandeel in van 30 procent.

Frances Cook wuift zich met een waaier koelte toe en stelt tevreden vast dat de “Rotterdam press” snel geïnformeerd wordt. Met de delegatie van Sea-Land heeft ze het project bij de sultan bezegeld en hem een model van het modernste containerschip aangeboden dat in november volgend jaar voor het eerst zijn land zal aandoen.

Mina Raysut moet een scheepsreparatiebedrijf en diverse toeleveringsbedrijven aantrekken. Het is een van de grote projecten waarmee sultan Qaboos de economie van zijn land wil verstevigen. In plaats van de monocultuur van alleen maar ruwe olie verkopen moet Oman een gediversifieerde economie krijgen, want er is dringend behoefte aan banen in de private sector. De afgelopen 25 jaar heeft het land geprofiteerd van een constant aanzwellende stroom olie die door Shell naar boven werd gepompt voor het bedrijf Petroleum Development of Oman (PDO) waarin de staat een meerderheidsbelang houdt. De petro-dollars kwamen goed van pas, want het sultanaat beschikte nauwelijks over een overheidsapparaat en openbare voorzieningen toen de vader van Qaboos, een conservatieve heerser, in 1970 werd afgezet. In heel Oman, dat acht maal zo groot is als Nederland, waren er toen slechts twee scholen, een enkel hospitaal en nauwelijks verharde wegen. Elke avond bij zonsondergang werden de stadspoorten van Muscat op last van de oude sultan gesloten.

De jonge Qaboos die in Engeland was opgevoed, sloot bij zijn aantreden vrede met dwarsliggende sjeiks en stammen in het land, joeg met de steun van Britse militaire adviseurs infiltranten uit Zuid-Jemen over de grens en begon met een snelle opbouw van zijn land. Oliedollars die nog steeds zorgen voor meer dan 95 procent van de export-inkomsten van Oman, werden in hoog tempo besteed aan openbare voorzieningen, de aanleg van wegen, vliegvelden en het oprichten van gebouwen. Muscat ziet er nu uit als een moderne stad met overwegend fraaie islamitische architectuur in laagbouw en volop kantoren.

Gezondheidszorg en onderwijs zijn in Oman gratis, de overheid betaalt mee aan de pensioenopbouw van alle werknemers, neemt de kosten voor armenzorg voor haar rekening en betaalt in veel gevallen ook mee aan de huisvesting van behoeftige burgers. Talrijk zijn volgens kenners in Muscat de gevallen waarin de sultan persoonlijk bijspringt. Geen wonder dat hij intussen geliefd is bij zijn onderdanen. Hoeveel oliedollars de vorst zelf opstrijkt weet geen mens. Hij beschikt over twee privévliegtuigen waarvan één jumbo, twee paleizen, privéwoningen in Oman, Duitsland en Engeland, een koninklijke stal vol Arabische renpaarden en een Royal Guard bestaande uit een volledige brigade troepen.

Qaboos, die tegelijk staatshoofd, premier, minister van buitenlandse zaken en van defensie is, regeert bij decreet. Hij laat zich adviseren door 26 ministers en de Majlis A'shura, de parlementaire assemblee die Oman, waar de stammen op lokaal niveau nog altijd de grootste invloed hebben, heel geleidelijk moet democratiseren. Maar over Defensie en nationale veiligheid waaraan ruim 38 procent van de overheidsuitgaven wordt besteed, heeft de Majlis niets te zeggen. Dat gevoelige terrein houdt de sultan nadrukkelijk aan zichzelf. Hij vindt dat de defensie-uitgaven wel “wat omlaag” kunnen, nu het materieel volledig is gemoderniseerd.

De ruwe olie, nu 850.000 vaten per dag door PDO geproduceerd en nog eens 50.000 door andere maatschappijen, wordt voor het overgrote deel verkocht aan Aziatische landen. Die export zorgde sinds de jaren '70 voor een sterke economische groei die de laatste jaren afvlakte naar 4 tot 5 procent, een relatief omvangrijke overheid. Maar de expanderende overheid bouwde ook een financieringstekort op, dit jaar van 147 miljoen riaal (823 miljoen gulden) op de totale uitgaven van bijna 10 miljard gulden. De staatsschuld is inmiddels opgelopen tot 24,2 procent van het bruto nationaal inkomen.

Hoog tijd voor een omschakeling, zegt Qaboos' jongste vijfjarenplan 1996-2000: de overheid die te ruim in haar employees zit moet afslanken en de private sector moet alle ruimte krijgen. Uit de jongste volkstelling bleek dat maar liefst 53 procent van de 1,6 miljoen Omanieten 15 jaar en jonger is. Een derde van de sterk groeiende bevolking zit nu op school en zal binnen nu en zes jaar op zoek gaan naar werk. Alleen een expanderend bedrijfsleven kan daarvoor zorgen, is de redenering van het vijfjarenplan. En vervanging van zoveel mogelijk van de 550.000 buitenlandse werknemers door Omanieten. Trainingsprogramma's om de schoolverlaters rijp te maken voor allerlei functies bij particuliere bedrijven, zullen de komende jaren door de overheid worden betaald. Intussen heeft PDO ook zoveel aardgas in Oman ontdekt dat de regering samen met Shell, Total en enkele andere partners bezig is een project ter waarde van 6 miljard dollar op te zetten voor vloeibaar aardgas dat geëxporteerd zal worden naar Korea, Japan, Thailand en mogelijk India, vooral voor elektriciteitsopwekking in die landen.

Tegelijk stelt het aardgas Oman in staat tot een omschakeling naar minder afhankelijkheid van de olie-export. In eigen land wordt het gas benut voor versterking van de economie. “Het gaat erom toegevoegde waarde te krijgen uit onze natuurlijke hulpbronnen”, aldus Qaboos. Dit jaar en in 1998 wordt in totaal 6 miljard dollar gestoken in een aluminiumsmelter, samen met een Chinees bedrijf; een kunstmestfabriek met een Indiase afnemer; een petro-chemische fabriek samen met British Petroleum; Oman-LNG, de fabriek die gas vloeibaar maakt; en nieuwe elektriciteitscentrales. De fabrieken krijgen de eerste tien jaar tegen een aantrekkelijk tarief gas geleverd waardoor Oman kan concurreren met landen als Qatar en Saoedi-Arabië waar de energieprijzen nog lager zijn.

Rondom de nieuwe industriële projecten moet een keur van toeleveringsbedrijven ontstaan waarin ook buitenlandse investeerders kunnen deelnemen, gestimuleerd door een lage belasting op winst (5 procent) die de eerste vijf tot tien jaar niet wordt geheven. Buitenlandse bedrijven die zich in Oman vestigen, kunnen hun producten vrij van importheffingen exporteren naar de andere vijf leden van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC): Koeweit, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten.

Goed geïnformeerde bronnen in Muscat weten dat er in Oman niet aleen goud blinkt. Wie hier een kans wil maken bij een openbare inschrijving voor een order, is in de praktijk aangewezen op een Omaans bedrijf als partner, want die worden nog altijd voorgetrokken. In feite is de economie in handen van een tiental rijke families, wier invloed zich tot binnen de regering uitstrekt. Niet voor niets heeft de sultan in een nieuwe Basic law (grondwet) bepaald dat leden van zijn kabinet zichzelf of “degenen waarmee zij een speciale relatie hebben” niet mogen bevoordelen.

Frances Cook en haar gevolg verlaten in een enorme stofwolk per helikopter het kamp van de sultan. Prachtig is de zonsondergang over de ongerepte Arabian Sands. De schemering duurt maar een kwartier en het wordt pikkedonker als en doodstil als we op audiëntie worden ontvangen. Om veiligheidsredenen mogen er geen lampen aan in het kamp en de terreinauto moet zich in het duister in de richting begeven die paleiswachten met een zaklantaarn aangeven. Het protocol schrijft een kostuum voor. Dat ziet er nog redelijk uit, maar het woestijnstof heeft de glans op de gepoetste schoenen overdekt als we bij de schaars verlichte royal tent aankomen, waar sultan Qaboos ons persoonlijk verwelkomt.

Kleurrijke Perzische tapijten bedekken een oppervlakte van zeker twaalf meter lang en even breed. De tent is volledig gevoerd met zacht oud-roze damast. Een merkwaardig contrast bieden de metalen witte tuinstoelen, het enige meubilair, bekleed met donkerrood fluweel en opgesteld in hoefijzervorm. Er hangt een lichte odeur van frankinsense, de Omaanse wierook die al sinds mensenheugenis uit de gomhars van bomen in de zuidelijke bergen wordt gewonnen.

Qaboos draagt een eenvoudige, zandkleurige dishdasja en kijkt je indringend aan met zijn zwarte, glanzende ogen vanonder een crèmekleurige tulband. Hij toont zich enthousiast over de relatief grote deelname bij recente verkiezingen van kandidaten voor de Majlis, het raadgevende parlement. Uit de aspirant-leden die de meeste stemmen kregen in hun dorpen, maakt hij zelf een keuze voor benoeming van leden. Alleen het geringe aantal vrouwen die voldoende stemmen kregen, de twee die al zitting hebben in de Majlis, stelt de sultan teleur. “Ik had gehoopt op vijf vrouwen, maar helaas, ik heb gehoord dat zelfs de dames in de dorpen onvoldoende op de 27 vrouwelijke kandidaten hebben gestemd. Over drie jaar zal het beter gaan. Oman maakt nu deel uit van de moderne wereld, maar voor dit soort veranderingen is meer tijd nodig. Je kunt het niet forceren, het hangt samen met de verbeteringen in het onderwijsniveau. We moeten voorkomen dat we in dit proces onze eigen cultuur verliezen.”

Om dezelfde redenen ziet Qaboos nu nog niets in rechtstreekse verkiezingen, of een systeem aangestuurd door politieke partijen. “Nog steeds is Oman een samenleving van stammen. Ik probeer conflicten te voorkomen en streef een groter besef van nationale eenheid na. Een politieke strijd zou weer een volledige terugval naar het stammensysteem betekenen.”

Ook voor een deling van zijn eigen macht met ministers die alleen tegenover het parlement verantwoording afleggen, ziet Qaboos voorlopig geen mogelijkheden. “Ik zal altijd doen wat het beste is voor mijn volk, het moet een stap-voor-stap benadering zijn. Elk land moet naar mijn overtuiging een bestuurssysteem inrichten dat past bij zijn cultuur en zijn volk, met zoveel mogelijk invloed voor de bevolking, maar die systemen kunnen sterk verschillen.”

We praten over het vredesproces in het Midden-Oosten en de beslissing van Oman om de betrekkingen met Israel op een laag pitje te zetten nadat de overtuiging groeide dat de Israelische regering zich niet aan eerder gemaakte afspraken met de Palestijnen houdt. Qaboos liep vorig jaar voorop in de Arabische wereld met zijn besluit om economische relaties met Israel aan te knopen en kreeg nogal wat kritiek te verduren - vooral van Syrië - voor de opening van een handelskantoor in Tel Aviv. “Met het terugroepen van de directeur hebben we een signaal aan Netanjahu willen geven. Het kantoor is er nog steeds, alleen hebben we de directeur, die zijn termijn erop had zitten, nog niet vervangen”, zegt de sultan. “Israel heeft hier ook nog steeds een kantoor en we leggen ze geen haarbreed in de weg. We staan open voor nieuw overleg en zodra er weer schot komt in het vredesproces gaan we op onze weg voort. Beide partijen hebben dringend vrede en een goed resultaat nodig. Ze (Israel) zouden niet eenzijdig moeten beslissen om te bouwen in Jerusalem en om meer nederzettingen te vestigen.”

Oman heeft van alle Arabische Golfstaten vanouds ook de beste relaties met Iran. Gevraagd naar zijn indrukken van de nieuwe regering onder president Khatmani en de Amerikaanse politiek jegens dit land, zegt de sultan: “Iran heeft wijsheid en gelooft niet dat dit vredesproces tot een duurzame en eervolle oplossing leidt voor de Palestijnen. Wij zien het anders: we denken dat het oordeel niet aan ons is, maar dat elke oplossing die voor de Palestijnen aanvaardbaar is, ook onze steun verdient.”

Terrorisme en massavernietigingswapens wijst Qaboos af “voor elk land” en hij vindt dat de Verenigde Staten Iran “dat de handen vol heeft aan zijn eigen binnenlandse economische en sociale problemen” niet moet isoleren, “behalve als het om een internationaal gesteunde actie van de Verenigde Naties gaat”.

“Verheugd” is de sultan over de relaties tussen Oman en Nederland, “maar ik zou wel graag een intensivering zien, vooral op economisch vlak”. “Ik hoop dat meer Nederlandse ondernemingen hier hun kansen grijpen. We kunnen hun technische en commerciële vaardigheden hier goed gebruiken, kijk naar de rol van Shell, Stork Comprimo en andere bedrijven uit uw land. Wij hebben er alles aan gedaan om participatie van buitenlandse bedrijven en investeringen hier aantrekkelijk te maken.”