'Nu kunnen de Irakezen weer hun gang gaan'

UNSCOM-deskundige Cees Wolterbeek gaat ervan uit dat de wapeninspecteurs van de VN over een tijdje weer aan het werk kunnen gaan. Maar “wij zagen dit al aankomen”.

NEW YORK, 14 NOV. President Clinton had het over Cees Wolterbeek en zijn collega's toen hij gisteren zei: “Het is belangrijk voor de veiligheid van de wereld dat ze hun werk kunnen blijven doen.” Maar dat werk, het opsporen en ontmantelen van massavernietigingswapens in Irak, ligt voorlopig stil.

Nu UNSCOM (United Nations Special Commission) zich gisteren uit Irak heeft teruggetrokken, zegt Wolterbeek, “kunnen de Irakezen weer hun gang gaan. Dit is het einde van UNSCOM zoals het zes jaar gefunctioneerd heeft. Maar ik heb er vertrouwen in dat UNSCOM haar werk over een tijdje weer kan hervatten. Wij zagen dit al aankomen. De gevoelige spullen zijn allang het land uitgebracht. Het laboratorium dat we in Bagdad hebben opgezet, vermoedelijk het beste in Irak, kan in zeven uur ingepakt en verscheept worden, en daar is men nu mee bezig. Als de crisis voorbij is kunnen we dat allemaal zo weer opzetten.”

Wolterbeek is een expert op het gebied van chemische wapens, die door het Nederlandse leger aan de Verenigde Naties is uitgeleend voor de wapeninspecties in Irak. Hij heeft een aantal inspectiemissies in Irak geleid.

Achter een grote stalen deur met een zwaar slot, op de dertigste verdieping van het VN-gebouw in New York, bevindt zich het zenuwcentrum van UNSCOM, de speciale VN-commissie die met de opsporing en ontmanteling van massavernietigingswapens in Irak is belast. Hier worden de inspectiemissies voorbereid en hun resultaten geanalyseerd. In een geluiddicht zaaltje zonder ramen, dat 'de Bunker' wordt genoemd, komt hier elke ochtend om kwart over negen UNSCOM-voorzitter Richard Butler bijeen met zijn experts, onder wie Wolterbeek, om de situatie in Irak door te nemen. Wolterbeek, wiens bureau uitkijkt over de Hudson, heeft hier onder handbereik de bewijsstukken van Iraks bewapeningsprogramma: foto's van granaten voor gifgas die UNSCOM heeft gevonden, documenten uit Iraakse laboratoria, analyses van chemische monsters en luchtfoto's van fabrieken en chemische installaties.

Samen met een Russische en een Duitse collega leidt Wolterbeek de afdeling van UNSCOM die zich met Iraks chemische wapens bezighoudt. “In september hadden we een doorbraak. We kwamen erachter dat Irak in staat is om zelf VX te maken, de meest toxische stof die bestaat. Ze weten hoe het moet, en dan zullen ze het ook wel geprobeerd hebben. VX is tien keer zo giftig als Sarin (de stof die gebruikt is bij een terreuraanslag in de metro van Tokio, red.) en minder vluchtig, wat in de woestijn belangrijk is.”

Pagina 5: UNSCOM heeft een redelijk beeld van Irak

“Ze hadden er al een fabriek voor vrijgesteld. Mogelijk hadden ze ook kleinere eenheden ondergebracht in civiele bedrijven, maar dat weten we niet. Aanvankelijk probeerden ze de indruk te wekken dat het een heel bescheiden programma was, maar het ging om minimaal vier ton VX. Voeg daarbij het feit dat ze ook nog steeds raketten kunnen maken, dan kun je daaruit afleiden dat Irak in staat is om gifgasraketten af te vuren. Eén Scud met VX is genoeg om Tel Aviv weg te vagen. Maar dan moet alles natuurlijk wel goed functioneren, en we weten niet of ze daar ook de expertise voor hebben.”

Met steekproeven, op afstand bestuurde videocamera's en luchtfotografie hield UNSCOM, tot de huidige crisis uitbrak, toezicht op 160 locaties in Irak die voor de productie van chemische wapens gebruikt kunnen worden. Het was een kat-en-muisspel waar beide partijen steeds bedrevener in werden. “Als we ergens een steekproef doen, kondigen we dat niet aan. Maar de Irakezen wachtten ons op straat met een radio-wagen op, zodat ze konden doorgeven waar we heen gingen, of we links of rechts afsloegen. Voordat wij aankwamen bij de poort van een fabriek waren ze dan al dikwijls tien minuten aan het ontruimen. Lucht- en satellietfoto's geven aan dat ze soms spullen door de achterdeur afvoerden, terwijl wij door de voordeur binnenkwamen.”

Toch ontdekte UNSCOM documenten en materiaal, soms in het puin van gebouwen die tijdens de Golfoorlog zwaar gebombardeerd waren, die aantoonden dat de Iraakse autoriteiten niet de waarheid spraken over hun bewapeningsprogramma. “Aanvankelijk dachten de Irakezen dat er voor ons niets interessants meer was, als zij hun kluizen maar hadden leeggehaald. Maar voor ons was een brief van Saddam Hussein vaak veel minder belangrijk dan het boekje waar de laboratoriumassistent in bijhield welke monsters er werden gebruikt.”

De voorbereiding van de missies gebeurde in het diepste geheim, om te voorkomen dat Irak van te voren wist welke locaties UNSCOM zou bezoeken. Een aantal missies in september werd voor de zekerheid zelfs voorbereid buiten het VN-gebouw, waar UNSCOM ondanks haar dikke stalen deuren moeilijk iets geheim kan houden. Volgens Wolterbeek heeft UNSCOM “een redelijk goed beeld” van de bewapeningsprogramma's die Irak heeft opgezet. “De vraag is alleen waarom ze nog steeds bepaalde dingen verbergen. Dat heeft een reden. Het kan alleen zijn omdat het nog steeds waarde voor hen heeft, dat ze er nog iets mee willen.”

Zes procent van de medewerkers van UNSCOM heeft de Iraakse nationaliteit. Volgens Wolterbeek zijn het allemaal schoonmakers, die in Bagdad voor de organisatie werken. “Maar met hen moet je heel voorzichtig zijn. Want iemand die van het regime in Bagdad toestemming krijgt om schoonmaker voor UNSCOM te worden, heeft goede banden met de staat. Voor zo iemand moet je niets laten slingeren.”

Het verwijt van Irak dat UNSCOM door de VS gebruikt wordt voor spionage, is volgens Wolterbeek niet realistisch. “Het is eerder andersom. Met hun gigantische apparaat om inlichtingen te verzamelen komen de Amerikanen soms zaken op het spoor die ze ons toespelen om uit te zoeken. Uit hun rapporten over Irak blijkt dat zij in 1991 dingen wisten waar wij, met onze groep van niet meer dan twintig experts, pas in 1994 achter kwamen. Pas heel langzamerhand beginnen wij zulke experts te worden dat de verhoudingen wat veranderen.”

Gevraagd of de expertise van Amerikaanse leden van UNSCOM essentieel is, zegt Wolterbeek:“Het valt wel mee. In de chemische groep zit helemaal geen Amerikaan. Washington is wel een van de grootste donors van apparatuur. Maar de doorbraken in het onderzoek zijn meestal niet door Amerikanen gedaan.”

Is er voor het twintigtal experts dat een leidende rol speelt in door Irak zo verfoeide inspecties geen reden om te vrezen voor hun persoonlijke veiligheid, misschien zelfs in de VS? “Ik geloof wel dat er op ons gelet wordt”, zegt Wolterbeek. “Maar ach: als ze een pionnetje weghalen, zetten wij wel weer een nieuw pionnetje terug. En alle informatie zit in de computer, en daar kan niemand bij.”

Wolterbeek is gaan houden van zijn baan. “Je doet wat nuttigs: we vernietigen chemische wapens. Nu hebben we even een tegenslag, maar 90 procent van zijn gevaarlijke rommel hebben we toch kunnen vernietigen.”

    • Juurd Eijsvoogel