Moeder zwijgt; Leendert Pot en zijn verborgen familie

Op zoek naar het verleden van zijn moeder reisde filmer Leendert Pot langs alle plaatsen in Europa waar ze ooit is geweest, waar ze nooit is teruggeweest en waar ze niets over wil vertellen. “Ik was de hele tijd bang dat mijn moeder een erge nazi was geweest. Ik kon het me niet voorstellen, maar ik had toch die angst. Ik moest weten wat er was gebeurd.” Maandagavond zendt de NPS zijn film uit.

Leendert Pot, Gebroken Verleden, maandag 17 november, 20.29u. NPS, Nederland 3.

Op een dag, een jaar of wat geleden, zwierf Leendert Pot (38) door het huis van zijn moeder in Rochemaure in Frankrijk. Het was een uur of twee in de middag en het was te heet om buiten te zijn. Binnen was nauwelijks iets te merken van de zinderende hitte. De dikke stenen muren hielden licht en warmte op afstand waardoor je makkelijk kon vergeten dat je in Zuid-Frankrijk was. Zijn moeder sliep. Dat deed ze altijd na het middageten. Leendert Pot luisterde naar de monotone zoemende stilte en liep naar de boekenkast in de zijkamer. Daar ergens moest de doos met de foto's liggen. De familiefoto's van vroeger. Als kind al had hij uren met die doos doorgebracht. Dan verstopte hij zich op de werkkamer van zijn vader en fantaseerde hij over de vreemde gezichten op de vergeelde kiekjes. Hij wist nooit precies wie wie was en durfde het ook niet te vragen, maar op de een of andere manier hadden de foto's de aantrekkingskracht van een schat.

Leendert Pot pakte de doos van de boekenplank en keek naar de vertrouwde plaatjes. Tot zijn oog viel op een foto die hij nooit eerder had gezien. Zijn moeder stond erop. Een stralende jonge vrouw met geverfde lippen en een elegante hoed, innig gearmd met een man in een Duits uniform. De foto was ergens in het begin van de oorlog gemaakt, stond op de achterkant, in Wenen.

Die foto was het begin van de documentaire Gebroken Verleden, die Leendert Pot over zijn moeder maakte en die de NPS op maandagavond 17 november uitzendt, maar dat wist hij toen nog niet. Pot: “Het zien van die foto was een vreemde gewaarwording. Mijn moeder praatte nooit over vroeger. Ik wist alleen vaag dat ze een Oostenrijkse was, die in Tsjechoslowakije geboren was maar voor de rest was het alsof ze geen verleden had. Ooit had ze terloops laten vallen dat ze in de oorlog getrouwd was geweest, maar hoelang en met wie en waar, wist ik niet. Ik wist eigenlijk niets. Alleen dat er ooit iets heel ergs gebeurd moest zijn. Dat voelde je.”

Over zijn vader, die van de ene op de andere dag vertrok toen Pot vijftien was, wist hij ook niet veel, behalve dat hij rijk was en in rubber en cacao handelde en dat hij in de oorlog in een Jappenkamp had gezeten. Maar een paar jaar later, toen zijn vader plotseling stierf, erfde hij een Super 8 camera van hem en vanaf dat moment stond voor Leendert Pot vast dat hij filmer zou worden. Hij woonde toen al in Amsterdam, in een kraakpand in de Vondelstraat. Hij had een paar jaar filosofie gestudeerd en probeerde aan de kost te komen door foto's te maken van acties en demonstraties. Het was begin jaren tachtig. Pot: “Ik woonde in een groep en we hadden eindeloze gesprekken en discussies met elkaar over politiek en kraken en over onszelf. Op een dag zei ik tegen een vriendin: je vertelt nooit eens iets over jezelf. Waarop ze me verontwaardigd aankeek en zei dat ik nooit vroeg. Dat was een ontzettende schok. Later las ik een artikel van rabbijn Soetendorp over tweede generatie joodse kinderen, hoe die geleerd hadden nooit iets aan hun ouders te vragen. Ik ben niet joods, en toch herkende ik mezelf daar helemaal in. Ik realiseerde me hoe vreemd het was dat ik zo weinig van mijn familiegeschiedenis wist. Mijn vader was toen al dood en mijn moeder was naar Frankrijk vertrokken met mijn zusje Anne.”

Kuilen graven

De eerste film van Pot gaat over dat zusje. Anne Anders (1989) is een gevoelig portret van een meisje dat lijdt aan het Syndroom van Down. Leendert Pot: “Toen ik bezig was met de montage ontdekte ik dat de film eigenlijk meer over mijn moeder ging dan over Anne. Over hoe zij mijn zusje opvoedde tot een zelfstandig mens. Ik heb daar altijd bewondering voor gehad.” In de documentaire zitten huiselijke filmpjes gemonteerd, uit Pots jeugd. Zijn halfbroer Rainer staat erop en Anne en zijn oudere zus Barbara. Ze graven kuilen in het bos, vlakbij hun huis in 't Harde. Dan opeens is het zomer en heet en zwemmen ze met z'n allen in een meertje. De moeder van Leendert staat tot haar middel in het water en lacht en knuffelt de kleine Anne. “Mijn vader maakte die filmpjes. Ik kon er eindeloos naar kijken, net als naar die oude foto's. Alsof er een verhaal in verborgen zat dat ik kon begrijpen wanneer ik maar lang genoeg keek.”

Ergens midden in Gebroken Verleden hoor je opeens de wind over een open vlakte ruisen. De Oostenrijkse oom van de filmer laat een foto zien van soldaten in de woestijn van Noord-Afrika. Kleine zwarte poppetjes in een leegte van zand en lucht. Het snijdende geluid van de wind werkt vervreemdend omdat er in de rest van de film geen muziek of andere speciale geluiden voorkomen. Gebroken Verleden is een sobere roadmovie. Het verhaal van een zoon die op zoek is naar het verleden van zijn moeder. Die letterlijk terug gaat naar alle plaatsen in Europa waar zijn moeder heeft gewoond, en nooit is terug geweest.

Na drie films over muziek (In de Greep van de Tango (1991) over bandoneonspeler Carel Kraayenhof; Korenslag (1992), over dirigent Geert van Tijn die tachtigduizend mensen wilde laten zingen in het Olympisch Stadion en Saudade (1996), een poëtisch portret van de afdeling Wereldmuziek van het Rotterdamse Conservatorium), is Gebroken Verleden opmerkelijk ingetogen en stil. Alsof Pot bang was voor teveel, voor melodrama. Leendert Pot: “Ikwilde niet dat de vorm de film in de weg zou zitten. Ik wilde een verhaal vertellen, zo puur en eerlijk als mogelijk was.”

Sprookjeskasteel

Het verhaal begint bij een sprookjesachtig kasteel op een berg, ergens in het Tjechische Büsau. Tante Eva, de oudere zus van Pots moeder, haalt een ingelijste zwart-wit foto tevoorschijn en even later zien we de Burcht in het echt. Hoog op een berg, verstopt achter een waas van nevel, ligt het geboortehuis van zijn moeder. De zon weerkaatst op de rood-oranje dakpannen van de torentjes. Kinderen spelen op de binnenplaats. Pot: “Waanzinnig vond ik het. Ik probeerde me mijn oma voor te stellen met mijn moeder op de arm en ogenblikkelijk realiseerde ik me dat er natuurlijk een kindermeisje geweest moest zijn.” Zijn tante Eva en ook oom Rainer, de jongere broer van zijn moeder, vertellen het verhaal van zijn familie. In stukjes en beetjes. Over hun vader, opa Von Wandruschka, die officier was in het leger van de Oostenrijkse Monarchie en die uitgeput terug kwam uit de Eerste Wereldoorlog. Over hun idyllische jeugd op de Burcht waar opa rentmeester was en waar het hen aan niets ontbrak.

Tot die zwarte vrijdag in 1929, toen de beurs instortte, en alles anders werd. Judith, zo heet de moeder van Pot, had nog hersenvliesontsteking, herinnert oom Rainer zich. Helemaal blauw was ze en ze dachten dat ze dood zou gaan. Judith die zo goed kon leren en toneel speelde op het gymnasium. In 1937 of '38 was het, vertelt oom Rainer. Er speelden nog gewoon joodse leerlingen mee. 'Je moet eerlijk zijn', zegt hij in de film. Hij staat op en pakt een fotoboek. Daar zien we oom Rainer, een jongen van een jaar of vijftien. De haren keurig naar achteren gekamd en glimmend van de brillcream. Hij straalt. Naast hem staat de Führer in eigen persoon, Adolf Hitler. Het was een bijeenkomst van de Hitlerjugend in Obersalzberg, vertelt oom Rainer met een mengeling van trots en schaamte. Hij was nog geen lid, toen nog niet. Later zou hij als commando naar Frankrijk gaan en naar Noord-Afrika. Leendert Pot zegt: “Tien jaar geleden had ik deze film niet kunnen maken. Dan zou ik gedacht hebben: vuile nazi en dat soort dingen. Maar nu was het anders. Ik was geschokt, maar ik was ook voorbereid. Oom Rainer is een aardige man, en een aardige man met nazi-sympathieën is moeilijker te begrijpen dan een schoft met wie je toch niets te maken wilt hebben. Hij heeft het geluk gehad dat hij vroeg in de oorlog gevangen is genomen.”

Annexatie

Het kale Tsjechische heuvellandschap speelt een eigen rol in de film. Uit foto's en verhalen doemt langzaam een geschiedenis op van een familie, van een opa die na de annexatie van Tsjechoslowakije een soort opzichter werd op een landgoed waarvan alle Tsjechen waren verjaagd en een oma die na de oorlog halsoverkop zelf moest vluchten; en tante Eva die verliefd was op een Tsjech, die daarom niet geschikt was voor de Volksgemeinschaft en natuurlijk oom Rainer. Vreemd genoeg blijft de hoofdrolspeelster - de moeder van de filmer, Judith - mysterieus op een afstand en de leegte van het landschap lijkt dat te symboliseren. Leendert Pot: “Zonder het uit te spreken was ik de hele tijd bang dat mijn moeder een erge nazi was geweest. Ik kon het me niet voorstellen, echt niet, maar ik had toch die angst. Ik moest weten wat er was gebeurd.”

En dan komt tante Eva met de foto, die Leendert al kende, van Judith met de Duitse officier. Fritz heette hij. Een enige man was het. 'De grote liefde van je moeder', zegt ze. 'En toen Fritz in Italië sneuvelde, stierf Judith ook een beetje. Ze maakte dan wel carrière als arts maar menselijk gezien...' Tante Eva maakt haar zin niet af. 'Ach, dat weet je zelf wel', zegt ze tegen de filmer.

Op dat moment krijgt de film een explosieve, bittere ondertoon. Alsof er achter het verhaal dat Pot vertelt, een ander verhaal verstopt zit. Leendert Pot: “Mijn moeder wilde niet meewerken aan de film. Ze vond het best dat ik haar familie opzocht en zelfs dat ik achter haar tweede liefde, de vader van mijn halfbroer aanging, maar voor de rest wilde ze er niets mee te maken hebben. Ze wil niet omkijken. Dat kan ze nog steeds niet. Als er iets is wat deze film me heeft geleerd is dat je je hart moet volgen. Van de drie kinderen Von Wandruschka is tante Eva er het beste vanaf gekomen. Alle drie werden ze overrompeld door de geschiedenis. Oom Rainer deed wat van hem verwacht werd en worstelt nu nog met zijn verleden. Mijn moeder vluchtte en is een eenzame oude vrouw geworden. Tante Eva heeft altijd gedaan wat haar hart ingaf. Ze werd verliefd op een Tsjech toen het niet mocht, bleef in de oorlog omgaan met een halfjoodse vriendin en trouwde later evengoed met een man met nazi-sympathieën. In ieder geval, ze stond voor wat ze deed en is nu een redelijk tevreden mens.”

Gebroken Verleden is een heel andere film geworden dan Pot voor ogen had. “Misschien was het naïef van me, maar ik had helemaal niet verwacht dat mijn moeder niet mee wilde doen. Ik was echt verbaasd.” Hij wilde haar het verhaal laten vertellen en zelf het spoor terug volgen met de camera. Pot: “Nu werd het vanzelf een roadmovie en filmisch is het, denk ik, daardoor spannender geworden. Toen ik begon had ik niets in handen, behalve een paar foto's en vage verhalen. Ik ben in de auto gestapt en naar Oostenrijk gereden en gelukkig waren oom Rainer en tante Eva blij dat er eindelijk familie uit Nederland kwam, een zoon van Judith. Alsof ze hadden zitten wachten op mijn komst, zo voelde het. Ze deden niets liever dan verhalen vertellen.'

Tijdens zijn zoektocht door Oostenrijk en Tsjechoslowakije en Duitsland, werd Pot keer op keer verrast door nieuwe verhalen en vooral ook door foto's. Zo kwam hij in Freiburg in Zuid-Duitsland een oude studiegenoot van zijn moeder tegen. Ze werkten beiden als co-assistent in het ziekenhuis van Freiburg en op een dag, op 27 november '44 om precies te zijn, werd alles gebombardeerd. Judith had net de kliniek verlaten en was nog geen tweehonderd meter weg, toen achter haar het ziekenhuis in een ruïne veranderde. In Gebroken Verleden vertellen foto's uit die tijd dat verhaal. Pot: “Eerst wilde ik archieffilmpjes van vroeger gebruiken, maar gaandeweg ontdekte ik dat de foto's veel indringender werken dan bewegende beelden. Ze blijven letterlijk op je netvlies hangen.”

Aan het einde van de film zien we Jeremy, de zoon van Leendert Pots halfbroer Rainer, hardlopen in een bergachtig winterlandschap ergens in het noorden van de Verenigde Staten. Rainer emigreerde jaren terug naar Amerika. Hij heeft nooit geweten wie zijn vader is. Judith praatte ook over hem, haar tweede liefde, niet tegen haar kinderen. In Gebroken Verleden ontdekt Leendert Pot dat zijn halfbroer een Franse vader heeft die Lacant heet en vlak na de oorlog in Freibrug was gelegerd. Die wetenschap is weer van belang voor de jonge Jeremy. 'Ik ben voor een belangrijk deel wie mijn vader is', zegt hij, 'en dus wil hij weten waar zijn vader vandaan komt, wie hij is.'

De filmmaker Pot rijdt daarna weg in zijn auto. Hij doet de radio aan om naar het nieuws te luisteren en werpt een laatste blik op de kale, bleekblauwe heuvels. De film is afgelopen, maar het verhaal niet. Leendert Pot: “Ik weet nog dat ik in mijn studietijd een boek las van de Italiaanse verzetsstrijdster Joyce Lussu. Ik vond dat prachtig. Ze beschreef hoe ze achter de linies ging en in een commandogroep zat. Ik heb dat boek destijds naar mijn moeder opgestuurd omdat ik dacht dat ze het mooi zou vinden. Op de een of andere manier zag ik mijn moeder in Lussu. Een zelfstandige, moedige vrouw. Later vond ik het boek terug, ongelezen en onder het stof. Ik wist toen natuurlijk niets over Fritz en dat hij door Italiaanse partizanen gedood is, maar ik was gefascineerd door die dingen. Ik was al die tijd op zoek denk ik, zonder te weten waarnaar.”

Zijn moeder wil Gebroken Verleden niet zien. Pot: “Ik vind dat heel pijnlijk. Ik heb de film natuurlijk ook gemaakt om dichter bij haar te komen. Ze is mijn moeder. Ik wil haar laten weten dat ik haar niet veroordeel en dat ik haar probeer te begrijpen, maar ik kan het niet tegen haar zeggen. Ze houdt me af. Het gekke is wel dat ik pas achteraf bedacht, dat zij die foto van Fritz en haarzelf in de doos gestopt moet hebben. Terwijl ze wist dat ik er altijd in zat te neuzen. Een typische manier van haar om iets te vertellen zonder dat ze het ook echt hoeft te vertellen.”

    • Christine Otten