Lijn met Suriname staat op knappen

Met het door Paramaribo uitgestelde bezoek van minister Pronk aan Suriname zijn de betrekkingen tussen de twee landen verder verslechterd. Maar de spanning is vooral ook intern bij de Surinaamse machtshebbers.

ROTTERDAM, 14 NOV. Zelfs Jan Pronk, de minister die het land de afgelopen decennia het meest bezocht, is nu niet meer welkom in Suriname. Dat is een opmerkelijke, maar niet onverwachte stap. Sinds zijn aantreden vorig jaar heeft de Surinaamse president Jules Wijdenbosch herhaaldelijk duidelijk gemaakt een einde te willen maken aan de “eenzijdige oriëntatie” van Suriname op Nederland.

Dat zou een breuk betekenen met de koers van de afgelopen jaren, waarin de twee landen, na een langdurige verwijdering in de jaren tachtig, steeds nauwere betrekkingen aanknoopten.

De hernieuwde toenadering raakte in 1992 in een stroomversnelling na het aantreden van de regering van president Ronald Venetiaan, een coalitie van de 'oude' politieke partijen die bij de coup van 1980 door Bouterse en de zijnen was onttroond. Nog datzelfde jaar sloten Suriname en Nederland een 'Raamverdrag voor vriendschap en samenwerking' voor het bestendigen van de democratie, het opbouwen van de economie, en het herstellen van de rechtsorde in Suriname. Ook signalen over een toenemende betrokkenheid van Suriname bij de internationale drugshandel en de gevaren die dat opleverde voor de Surinaamse democratie, brachten Nederland ertoe de banden met de gekozen regering-Venetiaan aan te halen.

Maar de Nationaal Democratische Partij (NDP), de politieke partij van Bouterse, keerde zich begin jaren negentig steeds feller tegen Nederland. Cruciaal was een crisis tussen Surinaamse regering en legertop in mei 1993, toen Venetiaan er slechts dankzij de dreiging van Nederlands militair ingrijpen in slaagde de legertop te zuiveren van Bouterse-getrouwen. Een Nederlandse Orion vloog vanaf Curaçao wapens in voor regeringsgezinde troepen onder leiding van Arthy Gorré, opvolger van Bouterse als legerleider.

Na de verkiezing van Wijdenbosch tot president in september 1996 sloop een nieuwe kilte in de verhoudingen. Nederland, dat zich openlijk sterk had gemaakt voor een herverkiezing van Venetiaan, beloofde zich 'zakelijk' op te stellen. Aanvankelijk leek die houding vruchten af te werpen. Maar al snel kwamen er barsten in de betrekkingen. Een van de eerste daden van de regering-Wijdenbosch was het terugsturen van Nederlandse ambtenaren die door Venetiaan waren binnengehaald om de belastingdienst te reorganiseren. Paramaribo (lees: Bouterse) zag de Nederlandse fiscalisten als ongewenste pottenkijkers.

Ook op economisch gebied gaf Wijdenbosch aan vooral 'zuid-zuid'-relaties te willen met andere Derde-Wereldlanden, zoals blijkt uit zijn toenadering tot China en Indonesië. Ook het aantrekken van de Zuid-Koreaanse multinational Daewoo als mogelijke partner in het staatsbedrijf Staatsolie maakt daarvan deel uit. Bij een bezoek aan Nederland dit jaar meed Wijdenbosch officiële contacten met Den Haag. Hij beperkte zich tot een bezoek aan ondernemers en aan de Surinaamse gemeenschap.

Die koerswending past in het ideologische raamwerk van de NDP, die Nederland al jaren beticht van pogingen het land te rekoloniseren als 'economisch achterland'. Maar de verwijdering van Nederland dient nadrukkelijk ook een ander doel: het beschermen van Desi Bouterse, geestelijk vader van de huidige coalitie. Het onderzoek dat het CoPa-team (Colombia-Paramaribo, de handelsroute van het cocaïnekartel) in 1992 begon naar de betrokkenheid van Bouterse bij cocaïnehandel maakte een politieke confrontatie na de verkiezingszege van Wijdenbosch vrijwel onvermijdelijk.

Dat bleek afgelopen najaar. Direct na het nieuws dat de Nederlandse justitie Bouterse voor de rechter wil brengen, benoemde Wijdenbosch hem tot adviseur van staat, een nieuw gecreëerde functie met ingebouwde diplomatieke onschendbaarheid.

Het politieke signaal maakte duidelijk dat de 'zaak-Bouterse' door Wijdenbosch wordt beschouwd als een aangelegenheid tussen beide regeringen en niet, zoals Nederland volhoudt, als een strafzaak tegen één Surinaamse burger. De recente 'couppoging' van ontevreden militairen in Paramaribo, waarbij het Suriname stak dat Nederland alleen naar de gezondheid van de arrestanten informeerde zonder de couppoging uitdrukkelijk te veroordelen, bracht een nieuwe verslechtering.

Vraag is intussen of Wijdenbosch en Bouterse nog steeds op één spoor zitten. In Suriname wordt gespeculeerd over spanningen tussen de oud-legerleider en de president. Wijdenbosch zou de smaak van het regeren dermate te pakken hebben, dat hij zich niet zonder meer wenst te schikken naar zijn adviseur van staat. In kringen rondom Bouterse zou ontevredenheid bestaan over het optreden van Wijdenbosch in Brazilië, waar hij er niet in slaagde minister Van Mierlo te bewegen het arrestatiebevel tegen Bouterse in te trekken.

Na terugkeer uit Brazilië veroorzaakte Wijdenbosch persoonlijk een politieke crisis door enkele ministers te ontslaan - onder wie de prominente hindostaanse zakenman A. Mungra, evenals Bouterse nauw betrokken bij de totstandkoming van de regering. “De stap van de president is goed te verklaren vanuit het streven zijn politieke leven - dat aan een zijden draadje leek te hangen - te verlengen”, schreef de politieke analist Marten Schalkwijk in De Ware Tijd. “Met zijn besluit heeft Wijdenbosch bewezen een zelfstandige factor te zijn binnen het huidige politiek bestel (...) Ook NDP-voorzitter Bouterse dient hier voortaan rekening mee te houden.” De marionet was gaan lopen, concludeerden sommigen.

Ook na de recente 'couppoging' is het vooral Bouterse geweest die een beschuldigende vinger heeft gewezen naar Nederland als instigator op de achtergrond. Wijdenbosch heeft uitspraken in die richting tot nu toe vermeden. De nieuwe diplomatieke stap tegen Nederland zou er dan op wijzen dat de poppenspeler de touwtjes weer zou hebben aangetrokken.

Onduidelijk is in elk geval nog of Wijdenbosch dit keer aanstuurt op een daadwerkelijke diplomatieke breuk met Nederland of dat het opnieuw gaat om een eruptie van gekrenkte nationale gevoelens die met overleg kunnen worden verholpen.