Kinderboeken

In het artikel 'Historische jeugdromans. Tijdmachines met gebreken' (Boeken, 3-10-1997) poneert Marjoleine de Vos een aantal stellingen op het gebied van historische jeugdromans. Als historisch didacticus heb ik mijzelf intensief beziggehouden met het genre historische jeugdliteratuur als hulpmiddel bij beeldvorming van het verleden. In de loop der tijd heb ik ook een collectie van deze boeken aangelegd.

'Auteurs van historische romans voor de jeugd hebben hun favoriete tijdperken', is de eerste stelling van mevrouw De Vos die ik aan de orde zou willen stellen. De stelling lijkt heel plausibel. Iedere auteur zal affiniteit moeten hebben met het onderwerp of de periode waarover zij of hij schrijft. De arbeidsintensieve documentatieperiode voor en veelal ook nog tijdens het schrijven vraagt ook om specialisatie. In mijn collectie, die in perioden geordend in de kast staat, vind je schrijvers in één periode of op elkaar aansluitende periodes, zoals H. Arends en R. Sutcliff. Maar er zijn ook heel wat voorbeelden te noemen van schrijvers, die all rounder zijn. Van de oudere schrijvers P.J. Andriessen, J. Fabricius, C. Joh. Kieviet, P. Louwes en C. Wilkeshuis. Sinds Saartje komt Thea Beckman ook in verscheidene perioden voor en de boeken van Miek Dorrestein staan verspreid over heel verschillende perioden.

'Veel tijden blijken niet of nauwelijks in historische romans voor te komen', is de tweede stelling van mevrouw De Vos waar ik een kanttekening bij wil maken. Zij spitst haar stelling toe op de Franse tijd: 'Verlichting, Franse Revolutie, Bataafse Republiek, Napoleon je komt ze vrijwel nooit in een kinderboek tegen'. De Franse tijd is duidelijk minder vertegenwoordigd dan de bloeitijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In mijn collectie, die vanzelfsprekend verre van compleet is, komen 32 historische jeugdboeken voor over de Franse tijd. Daaronder zitten de bekende all rounders als P.J. Andriessen, P. Louwerse en C.J. Kieviet (met In Den Otter en De duinheks), J. Fabricius (Toontje Poland. Een Alkmaarse jongen in de dagen van Napoleon), W.G. van de Hulst (Van Hollandse jongens in de Franse tijd, nog steeds verkrijgbaar) en K. Norel ('t Is Oranje, 't blijft Oranje).

Van recente datum zijn H. Diddens Deserteur onder Napoleon, P. Huurdemans De koerier van Prins Willem, C. Anders Norrlids Een wolf in de stal, M. Kesers Op blote voeten naar Moskou, A. Matti & W. Spekking's Vaste namen, losse flodders en M. Dorresteins Verscholen in de mergelgroeve (uit 1989, in 1994 verscheen de derde druk).

Tot slot: met alle historische jeugdliteratuur die geschreven is over de tijd van 1660 tot heden, is de stelling van mevrouw De Vos dat kinderen wel moeten denken dat er na 1660 niets bijzonders meer is gebeurd, niet waar te maken.

    • Cees van der Kooij