Kamer wil later toets op basisvorming

DEN HAAG, 14 NOV. De Tweede Kamer wil de afsluitende toets voor de basisvorming op de middelbare school na twee jaar uitstellen tot het eindexamenjaar voor leerlingen op de Mavo en die in het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO).

Dit geldt als een breuk met de uitgangspunten van de basisvorming. Die houden in dat alle leerlingen, ongeacht hun capaciteiten, binnen twee of drie jaar dezelfde kennis en vaardigheden leren. Ze volgen verplicht vijftien vakken in de basisvorming.

Dit bleek gisteren tijdens het debat over de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Een motie van de VVD krijgt de steun van vrijwel alle fracties. De vijftien vakken in de basisvorming zouden te moeilijk zijn voor een grote groep leerlingen in Mavo, VBO en voortgezet speciaal onderwijs. De basisvorming is in 1993 ingevoerd en wordt volgend jaar geëvalueerd.

Staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) laat in december weten of scholen in elk geval die toetsen kunnen uitstellen waarin een Mavo- of VBO-leerling eindexamen doet. Ze vindt het ook “raar” dat juist VBO-leerlingen “het kortste doen over het programma”. Toetsing van de overige negen vakken waarin die leerlingen geen eindexamen doen, kan in elk geval niet worden geschrapt, vindt zij.

Op aandringen van het Kamerlid Cornielje (VVD) nam Netelenbos haar “aantijgingen” tegen de VVD terug. In een reactie op Cornieljes kritiek vorige week op de basisvorming voor leerlingen in het VBO zei Netelenbos op de radio dat het onderwijs bij een VVD-bewindsman in verkeerde handen zou zijn. Cornielje accepteerde gisteren haar excuses, ook al zei hij het opmerkelijk te vinden dat Netelenbos juist in deze tijd zo'n uitlating deed, nu de verkiezingen in zicht zijn.

Minister Ritzen (Onderwijs) heeft zijn voornemen om de prestatienormen voor eerstejaarsstudenten te verhogen, gisteren onder druk van de Kamer ingetrokken. Vrijwel alle fracties vinden dat het voldoende is als de eerstejaarsstudent de helft van het totale aantal studiepunten haalt om zijn prestatie-lening niet te hoeven terugbetalen, Ritzen wilde die norm verhogen tot 70 procent. Volgens de Kamer mag hij een student die zich vergist bij zijn studiekeuze niet zo hard straffen.