Joseph Haydn (1732-1809); Meester van het tumult

Elaine Sisman (red.): Haydn and his world. Princeton University Press, 474 blz. ƒ 58,60

Levensbeschrijvingen van componisten voor een groot publiek bestaan al sinds jaar en dag. Andere helden van de geest, schrijvers bijvoorbeeld, moeten het met minder, en vaak veel geleerder, biografieën doen, waar het grote publiek niet om maalt. Misschien komt dat omdat de schrijvers die het publiek het liefst leest, meestal nog leven, terwijl zijn favoriete componisten allemaal al dood zijn. In kranten en tijdschriften kun je alles al lezen over de grandeur en misère van Harry Mulisch, maar niets over het leven van Beethoven - terwijl je toch wilt weten wie het wonder van de ontroering bij je weet op te roepen met een handvol noten. Je wilt zijn leven leren kennen, om het met het jouwe te vergelijken en omdat je verwacht dat het op een of andere manier is vervlochten met de muziek.

In zo'n biografie getuigen leven en kunst tezamen, elk op hun eigen manier, van de tijd dat er een sublieme geest onder ons heeft vertoefd. Het kan natuurlijk nog sentimenteler. Een film over de zeventiende-eeuwse gambaspeler Sainte Colombe liet diens leven zien als één lang lamento over het verlies van zijn vrouw. Dat is mooi omdat het zo plausibel lijkt. Maar de gambaspeler was slechts een getalenteerd man. Als het erom gaat het genie waar te nemen zijn we heel wat minder zeker van onszelf. Volgens de romantische traditie staat het genie immers altijd op gespannen voet met de wereld. De 'gewone' mens weet er zich geen raad mee.

De film Amadeus, die het leven van Mozart 'doet', geeft een portret van het genie dat van een exemplarische burgerlijkheid is. Het is geheel opgehangen aan het treurige en nog steeds wijdverspreide cliché dat het genie eigenlijk niet weet wat het doet. Hij is een instrument van de Hoge en krijgt zijn kunst cadeau. Om deze oudbakken opvattingen kracht bij te zetten werd Mozart in de film gedegradeerd tot een giechelig misbaksel, om te laten zien dat zijn menselijkheid er in wezen niet toe deed. De film trok volle zalen. Als altijd meevarend op de golven van het succes kondigde Veronica-radio Mozart dan ook enige tijd aan als 'Ammedejus'. Zijn genialiteit was verklaard en geneutraliseerd als een anomalie, een bizar incident in de schepping, wat iedereen natuurlijk allang had gedacht.

Maar hoe zit dat met Joseph Haydn? Wat moet men met zo'n lang en arbeidzaam bestaan zónder tragische incidenten? Waarmee moest het grote publiek zijn muziek sentimentaliseren om haar in zijn hart te kunnen sluiten? De man die in de ogen van de achttiende eeuw een genie was, kreeg van de negentiende eeuw, die hem respecteerde maar niet van hem hield, de sullige titel 'papa'. Men werd vertederd door Haydns nederige afkomst en schudde glimlachend het hoofd om zijn vermeende boersheid. Nog steeds is hij voor velen die goedgemutste oude baas van de voorprogramma's, want zijn muziek maakt nog maar zelden de hoofdmoot van een concert uit. De populaire biografie wil het verhaal dat aan de buitenkant van het leven zit. Mozart hield van karbonaadjes, Stravinsky droomde in kleur, Gesualdo vermoordde zijn vrouw, bij Beethoven stond een po onder de vleugel. Maar wie met dit soort kennis naar de concertzaal gaat, wordt daar niets wijzer.

Haydn and his world, een bundel opstellen van verscheidene auteurs onder redactie van Elaine Sisman, aangevuld met teksten en materiaal uit de tijd van de componist, is geen biografie. Chronologisch gerangschikte levensfeiten, liefdesleven, verblijfplaatsen en reizen vindt men er maar met mondjesmaat. Het boek maakt wèl een begin met iets dat hoognodig moet gebeuren: het probeert de twintigste-eeuwse luisteraar achttiende-eeuwse oren te geven. Ook al wordt Haydns muziek tegenwoordig volgens 'authentiek' achttiende-eeuwse normen uitgevoerd, ons beeld van hem is nog negentiende-eeuws en onze oren zijn ondanks alle darmsnaren, natuurhoorns en kleploze klarinetten op de concertpodia, nog steeds hopeloos twintigste-eeuws.

Gelukkig luistert een mens ook met wat hij weet. Hoezeer dat nodig is, blijkt uit het volgende. De authentieke uitvoerders van de achttiende-eeuwse muziek wilden af van het grote, laat-romantische symfonie-orkest, met zijn pralende, volumineuze klank. Men 'keerde terug' naar de kleinere orkestbezetting van weleer, waardoor de muziek een intiemer karakter kreeg. Maar een componist als Haydn gebruikte vooral in zijn latere periode juist veel grotere orkesten dan destijds normaal en zijn toehoorders luisterden verpletterd naar de ongehoorde fortissimi die hij zo wist te bereiken. De twintigste-eeuwse kopie van het achttiende-eeuwse orkest bereikt dus eigenlijk precies het tegenovergestelde van het achttiende-eeuwse origineel.

Dat is te verhelpen. Maar ook dan, wanneer er wèl voldoende musici in het orkest zitten, is het volume dat ze produceren voor ons allang niet nieuw meer, zoals voor Haydns publiek. Wij zijn op dit gebied wel wat anders gewend. Zelfs wanneer bij een Haydn-uitvoering wel een ongehoord fortissimo zou klinken, zouden wij het niet zo horen als de achttiende-eeuwer, omdat die het tumult met iets anders associeerde dan wij. We weten waarmee, omdat hij daarover heeft nagedacht en het heeft opgeschreven. Daarom werkt een essay als 'The symphony as Pindaric Ode' van Mark Evan Bonds, waarin we die oude opvattingen terugvinden, verfrissend op hoofd èn oren. De 'Londense' symfonie, nr. 104, klonk zoals ik hem nog nooit had gehoord.

Niets in Haydns leven verklaart waarom zijn opera's zo anders zijn dan die van Mozart. Dat het niet aan een beperkter talent ligt, zoals wel wordt gedacht, legt Rebecca Green uit in haar essay 'Representing the aristocracy'. In elke huis-tuin-en-keuken-biografie wordt trouwhartig vermeld dat Haydn tot zijn originaliteit werd gedwongen door zijn isolement op het slot Esterháza. Waar die originaliteit in bestond wordt dan meestal niet vermeld. Door de bijdrage van Elaine Sisman, 'Of Haydn, Shakespeare, and the rules of originality', wordt je ineens veel duidelijk. Vooral dat die originaliteit geen romantische Alleingang van Haydn was, maar aansloot bij het veranderende denken van zijn tijd over het schone en het sublieme, over verhevenheid en laagheid, over adeldom en boersheid. Zo is het verbazingwekkend dat tussen de ontwikkeling van Haydns muzikale persoonlijkheid en de waardering voor Shakespeare in het Duitsland en Oostenrijk van de achttiende eeuw een overeenkomst lijkt te bestaan.

Het aardigste bewaart de bundel voor het laatst: een reconstructie van Haydns bibliotheek, die voorgoed afrekent met het sentimentele beeld van de rustieke simpelman die tot zijn verwondering plotseling de muzikale held van Europa werd. De kunstenaar die in het verborgene een meesterwerk schept, is een sprookjesfiguur uit de negentiende eeuw. In Haydns goed gevulde boekenkast stonden werken van Adam Smith, Edmund Burke, Laurence Sterne, Friedrich Klopstock, Matthias Claudius, Moses Mendelssohn, Alexander Pope en Pietro Metastasio. Hij bezat overigens ook de boeken waarin hijzelf als groot man werd bewierookt.

Wie naar Haydn wil luisteren moet de negentiende en de twintigste eeuw zoveel mogelijk uit zijn hoofd verbannen. Achttiende-eeuwse muziek vraagt ook in authentieke uitvoeringen om authentieke luisteraars, die weten wat ze horen. Maar is dat allemaal niet te veel gevraagd? Kun je wel als achttiende-eeuwer in de concertzaal zitten? Ik denk het niet. Toch, ervan uitgaande dat er geen vooruitgang in de kunst is en dat latere opvattingen eerdere niet per se overbodig maken, is het soms een openbaring te leren met welke verwachtingen men destijds naar de concertzaal trok. En om dat te weten te komen hoef je soms alleen maar een boek als dit te lezen, dat in zijn soort niet eens uitzonderlijk is.

Het toont weer eens aan dat je door te lezen je oren kunt openen. Die andere manier van luisteren, louter met de rechter hersenhelft, die niet gestuurd door enig inzicht alleen de uiterlijke glans zoekt, brengt op de duur elk oeuvre terug tot een handjevol 'beroemde meesterwerken' dat 'tijdloos' geacht wordt. Geleidelijk worden ze losgeweekt van hun maker - die beslist niet tijdloos was - en tot deuntje gereduceerd, om ten slotte als 'onsterfelijke melodie' een ellendig graf te vinden in supermarkten en crematoria. Zo is de muziek van Vivaldi, Corelli, Albinoni als anonieme behangselbarok aan haar eind gekomen. Niemand is nog geïnteresseerd in de geest van hun muziek, niemand wil nog het waarom ervan weten, totdat straks niemand zich meer iets over die muziek afvraagt.

We hebben het geluk te leven in een tijd van herontdekkingen. Bibliotheken worden doorgespit en er gaat geen jaar voorbij of een nieuwe held van de toonkunst wordt ons via de journaals gepresenteerd, voor al die anderen die in diezelfde bibliotheken weer stof verzamelen en langzaam uit ons blikveld verdwijnen omdat ze niet meer worden gehoord. Haydn behoort tot de bedreigde componisten van de nabije toekomst. Zijn opera's zijn niet voor ons soort mensen geschreven en worden daardoor ook zelden opgevoerd. Koorverenigingen zingen liever iets anders dan Die Schöpfung of Die Jahreszeiten, de strijkkwartetten en pianotrio's zijn niet de muziek van miljoenen. Een handvol symfonieën en concerten moet het doen. Goed, tijdens het Holland Festival werden dit jaar naast de Tweede symfonie van Matthijs Vermeulen ook twee (!) Haydn-symfonieën geprogrammeerd, maar dat concert was in alle opzichten uitzonderlijk.

Misschien is dit bescheiden pleidooi om eens een boek over een componist te lezen dat géén sentimentele biografie is, niet aan dovemansoren gericht. Al was het alleen maar omdat Haydns houding ten opzichte van, vooruit dan maar, het sublieme uiteindelijk belangrijker voor ons is dan zijn verhouding tot zijn vrouw. Het gaat er niet alleen om wat iemand met de wereld heeft gedaan, maar ook wat de wereld met hem heeft gedaan. Daartoe is Haydn and his world niet meer dan een aanzet, de bundel bevat per slot van rekening slechts deelstudies. Maar alles wat daarin staat moet ook voorkomen in een toekomstige intellectuele biografie van Haydn, waarin hij niet als Bauerngenie wordt afgeschilderd. De kenners hebben al de dikke delen van Robbins Landon in de kast staan, maar de liefhebbers staan nog met lege handen. Hildesheimer heeft de vette romantische koek die ons het zicht op Mozart beneemt deels al weggeschraapt, het populaire beeld van Haydn verdient ook een opknapbeurt.

    • Allard Schröder