Honden eet je niet

Mary Morris: Huisarrest. Vertaald uit het Engels door Caroline Meijer. Wereldbibliotheek, 255 blz. ƒ 39,50

Mary Morris' jongste roman speelt zich af op een Caraïbisch eiland dat met harde hand wordt geregeerd door een ex-guerrillaleider, een bastaard die 'Het Paard' wordt genoemd. De hoofdstad kent een Palacio de Salsa en de restanten van oude, vergane casino's uit 'de dagen van Meyer Lansky', en wordt door een boulevard en een dikke stenen muur gescheiden van de Caraïbische Zee. Aan die boulevard 'staan huizen, ooit het eigendom van de rijken, met verschoten karmozijnen, zonovergoten gele en kobaltblauwe façades die wel een kwast zouden kunnen gebruiken. In deze huizen wonen nu wel tien gezinnen.' De toeristische plekken worden in joint venture-vorm door Canadezen en Zweden geëxploiteerd. De bewoners lijden honger en hebben de poezen en vogels van het eiland al allemaal verorberd, maar hun honden opeten, dat 'gaat ze te ver. Ze denken dat als ze hun honden opeten, vervolgens hun kinderen aan de beurt zijn.'

Cuba dus, maar Mary Morris verkiest het de plek waar haar roman zich afspeelt La Isla te noemen, simpelweg Het Eiland. Hoofdpersoon Maggie is een reisjournaliste die naar Havana, pardon, Ciudad del Caballo, wordt gestuurd om het reisgids-hoofdstuk over het eiland up to date te maken. Maar ze wordt bij de douane al gearresteerd wegens iets dat in het verleden is gebeurd en krijgt huisarrest in een van de hotels van de stad.

Vanaf dat moment spint Morris het weefsel van haar verhaal op drie niveaus. Er is het heden, met verhoren door de geheime politie die tracht haar informatie te ontlokken over een verleden waarin Maggie Isabel, de dochter van Het Paard, zou hebben geholpen La Isla te ontvluchten. Deze Isabel en haar geschiedenis vertonen zoveel overeenkomsten met Alina, Fidel Castro's weerbarstige dochter, dat het bijna onmogelijk is deze laag in het verhaal als iets anders dan een documentaire te lezen. Goed gedaan, dat wel, zowel in de beschrijvingen van het huidige Havana met zijn armetierige toeristenindustrie, als in de portrettering van Isabel, hysterisch, claustrofobisch, anorectisch en meedogenloos als het op emotionele chantage aankomt.

Maar voor een roman is het op zijn minst nodig ook de werkelijke hoofdpersoon van contouren te voorzien en daar toont zich de zwakte van Mary Morris. Alles wat ze doet om Maggie en haar thuisfront, via herinneringen en telefoongesprekken, tot een wezenlijk element te maken is vlak en onmiddellijk vergeetbaar, zozeer dat het als dood gewicht werkt in de vertelling. Haar huwelijk heeft zijn tekortkomingen, ze mist haar dochtertje... so what else is new? Maggie komt nergens in de buurt van de moedige heldin die haar schepster heeft willen creëren.

Het beschreven heden heeft de allure van een politieke thriller, en is op bepaalde plekken als zodanig fascinerend om te lezen. Maar als Maggie wordt vrijgelaten, en dat deel van het verhaal dus met een sisser afloopt, is de lezer niet zozeer opgelucht wegens haar lot, alswel teleurgesteld, omdat de roman leegloopt in een heden dat Morris niet werkelijk heeft kunnen tonen.

    • Jan Donkers