Historische as Parijs-Moskou; De erfenis van 1789 en 1917

Thierry Wolton: La France sous influence. Paris-Moscou: 30 ans de relations secrètes. Grasset, 507 blz. ƒ 61,05

De titel en de tekst op de achterflap doen het ergste vrezen. Frankrijk onder invloed, heet het nieuwe boek van Thierry Wolton, schrijver van boeken over de manipulaties van de sovjet-geheime dienst KGB in Frankrijk en de communistische infiltratie in het Franse verzet tijdens de oorlog. Op de achterflap is te lezen dat 'Frankrijk tussen 1945 en 1970 meer van Sovjet-bemoeienissen te lijden heeft gehad dan andere democratieën'.

Dat klinkt heel aannemelijk in het licht van de kracht van een Franse communistische partij die zich in die hele periode slaafs tegenover hun bazen in Moskou is blijven opstellen en gezien ook de hardnekkige verstandsverbijstering van de Parijse intelligentsia die tot in de jaren 70 verkikkerd naar het arbeidersparadijs in de Sovjet-Unie heeft gekeken.

Des te verrassender is Woltons conclusie dat al die manipulaties en pogingen tot beïnvloeding ten tijde van de Vierde en Vijfde Republiek voor Moskou uiteindelijk weinig hebben opgeleverd. Toch heeft Wolton ondanks zijn niet hard gemaakte premisse een boeiend boek geschreven.

Dankzij bestudering van de Sovjet-archieven, waarvan in een notenapparaat zorgvuldig verantwoording wordt afgelegd, beschrijft Wolton hoe politici en journalisten, die zich in het openbaar als anticommunisten voordeden, in het geheim intensieve relaties met de USSR onderhielden.

Vooral Sergej Vinogradov, die van 1953 tot 1966 Sovjet-ambassadeur in Parijs was, toonde zich een meester in het bespelen van anti-Amerikaanse en anti-Duitse gevoelens bij zijn Franse gesprekspartners. Vinogradov wist heel wat bezoekende politici en opiniemakers wijs te maken dat er in de hoogste kringen in Moskou naar hun adviezen werd geluisterd. Het is fascinerend te lezen hoeveel Franse politici van uiteenlopende richting werkelijk hebben gedacht dat zij de Sovjets konden beïnvloeden. IJdelheid en zelfoverschatting lagen aan de basis van deze zelf-intoxicatie. Dat zij voor Moskou slechts pionnen in een planetaire strategie vormden, kwam niet bij hen op.

Paard van Troje

Wat had de Sovjet-Unie precies met Frankrijk voor? Vast staat dat Frankrijk vanaf 1947, het jaar waarop de communisten uit de regering werden gewerkt, door Moskou tot een belangrijke inzet in de Koude Oorlog werd verklaard. Voor zijn geruchtmakende bezoek aan Frankrijk in 1960 had partijleider Chroesjtsjov tegenover een later naar het westen uitgeweken Sovjet-diplomaat gezegd: 'Frankrijk blijft de schakel waarvan wij ons meester moeten maken om de rest van de Europese keten naar ons toe te trekken.' Moskou beschouwde de Franse communistische partij (PCF) als hun Paard van Troje. Niet ten onrechte werd de PCF - die in november haar hoogste verkiezingsscore behaalde (28,6 procent) - in Parijs 'le parti de l'étranger' genoemd.

De Sovjet-diplomatie had in de periode van de Koude Oorlog drie doelen: het uit elkaar drijven van Frankrijk en Amerika, de torpedering van de Frans-Duitse verzoening en de sabotage van het Europese eenwordingsproces. In dit proces van beïnvloeding hebben de Sovjets met enig succes kunnen inspelen op de anti-Duitse gezindheid, die in de naoorlogse jaren bij een flink deel van de politieke klasse in Frankrijk bon ton was. De gemeenschappelijke herinnering aan de oorlog en een zekere sympathie voor de Sovjet-Unie, waren defactoren die Moskou in de kaart speelden.

Een diep geworteld wantrouwen van veel Fransen tegenover Amerika vormde een andere troef van Moskou. Het anti-Amerikanisme in Frankrijk was in de jaren vijftig wijd verspreid en kende toen vier stromingen: de communisten, de gaullisten, de neutralisten die Amerikaanse interventies veroordeelden maar die zich bij voorkeur stil hielden wanneer de Sovjet-Unie zich misdroeg, en het koloniale rechts dat zich door het Amerikaanse dekolonisatie-denken bedreigd voelde.

Een opinieonderzoek in november 1957, een half jaar dus voordat generaal De Gaulle aan de macht kwam, illustreerde wantrouwige gevoelens van de Fransen tegenover de grote Amerikaanse bondgenoot. Slechts 26 procent van de Fransen meende toen dat er Amerikaanse troepen in hun land gestationeerd moesten blijven. De vergelijkende cijfers voor West-Duitsland waren 66 procent, voor Groot-Brittannië 56 procent en voor Italië 46 procent.

Onder De Gaulle begon Frankrijk zich al eind 1958 van de NAVO te distantiëren, een proces dat in 1966 zou uitmonden in Frankrijks terugtrekking uit de militaire organisatie van de NAVO. Toch heeft de Sovjet-Unie de sterke anti-Amerikaanse stroming in Frankrijk niet werkelijk weten uit te buiten.

De Gaulle is dan wel niet geslaagd in zijn oogmerk om Frankrijk tot een verplicht onderhandelingspartner tussen de twee machtsblokken te maken. In zijn streven om Parijs een volwaardige plaats onder de grote mogendheden te geven, voerde de generaal zowel tegenover de westerse bondgenoten als tegenover de Sovjet-Unie een tweeslachtig beleid dat tot de nodige spanningen met Washington leidde. Maar in de grote internationale crises van de jaren zestig heeft het gaullistische Frankrijk zich uiteindelijk steeds solidair met zijn bondgenoten opgesteld.

Voor de periode-De Gaulle waren de Sovjets al evenmin succesvol geweest om Frankrijk uit het westelijke kamp los te weken. In het begin van de jaren 50 was Moskou er veel aan gelegen de Franse goedkeuring te verhinderen van de Europese Defensie Gemeenschap (EDG), die de opbouw van een multinationaal Europees leger - met inbegrip van Duitse divisies - beoogde.

De Sovjets vierden het als een grote overwinning dat het Franse parlement in augustus 1954 deze EDG had verworpen. Sovjet-beïnvloeding van Franse politici had ongetwijfeld tot dit resultaat bijgedragen. Voor Moskou leek nu werkelijk de weg naar ontwrichting van de Atlantische alliantie, terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Europa en neutralisering van het Europese continent (met het Rode Leger als beslissende machtsfactor) open te liggen.

Maar de vreugde bleek van korte duur te zijn. De toenmalige Franse regering (Mendès France) hield het hoofd koel. Al in oktober 1954 werd in het Westerse kamp overeenstemming bereikt over volledige soevereiniteit van de Bondsrepubliek en integratie van West-Duitsland in de NAVO. In maart 1955 kon de ratificatieprocedure in het Franse parlement worden afgerond. Alles bijeen hadden de Sovjet-bemoeienissen tot een uitstel van zes maanden geleid. Een mager resultaat.

Oude banden

Het belang van Woltons boek ligt dus elders. Namelijk in diens minutieuze beschrijving van het optreden van Franse politici, die de deur van de Sovjet-ambassade in Parijs plat liepen en die dan bij het verlaten van het pand het gevoel hadden gekregen dat zij door de Sovjets serieus werden genomen. De vrijgekomen Sovjet-archieven zijn soms genadeloos voor de betrokkenen.

Zo liet de gaullistische senator Léo Hamon ambassadeur Vinogradov weten dat deze 'volledig op hem kon rekenen'. Gaston Palewski, een van De Gaulles meest invloedrijke medewerkers tijdens diens traversée du désert, had zichzelf de rol van diplomatiek adviseur van de Sovjet-Unie aangemeten.

Het mooiste voorbeeld van potsierlijke hovaardigheid bood wel Edgar Faure, die een jaar lang (1955) premier van Frankrijk was. In die functie hield hij Vinogradov voor hoe Antoine Pinay, zijn minister van buitenlandse zaken, moest worden aangepakt: 'Pinay is interessant voor jullie (...), de VS hebben meer vertrouwen in hem dan in mij. Hij kan zich veroorloven enkele stappen in de richting van de USSR te doen, zonder hier te worden beschuldigd van crypto-communisme'. Let wel, hier wordt een Franse regeringsleider ten tonele gevoerd, die midden in de Koude Oorlog de diplomatieke vertegenwoordiger van de Sovjet-Unie aangeeft hoe een Westers minister van buitenlandse zaken moet worden omgepraat.

In zijn memoires heeft Edgar Faure met geen woord van deze contacten gewaagd. Natuurlijk was hij geen landverrader. Het was een combinatie van ijdelheid, naïviteit en archaïsch denken die hem zijn mond voorbij deed praten. De historische banden tussen het eens machtige Frankrijk en het (tsaristische) Rusland en het feit dat beide landen grote revoluties hadden voortgebracht, maakten Frankrijk en Rusland in dit denken voorbestemd om elkaar te vinden. In het midden van de Koude Oorlog dacht een Franse regeringsleider nog met het eeuwige Rusland van doen te hebben.

    • Eric Boogerman