Finanzplatz ziet weinig fraude

BONN, 14 NOV. Een van de spectaculairste schandalen in de Duitse financiële wereld was de zaak-Steinkühler. De topman van de toonaangevende vakbond IG Metall uit Frankfurt, Franz Steinkühler, zou in 1993 zeker 100.000 mark hebben verdiend aan de handel met voorkennis.

Het Duitse weekblad Stern bracht de zaak, die voor de invloedrijke vakbondsleider fatale gevolgen had, naar buiten. Het weekblad beschulde Steinkühler ervan aandelen te hebben gekocht in een houdstermaatschappij van Mercedes (Mercedes Holding MAH) in de wetenschap dat moederconcern Daimler-Benz een aandelenruil met de holding in voorbereiding had. Steinkühler zou als commissaris bij Daimler hiervan op de hoogte zijn geweest.

Steinkühler bevestigde dat hij voor bijna een miljoen mark aandelen in Mercedes Holding had gekocht, precies een dag voor de bekendmaking van de aandelenruil die leidde tot een scherpe koersstijging. Hij ontkende echter bij hoog en bij laag dat hij van de transactie tussen Daimler en Mercedes Holding op de hoogte was geweest.

Vergeefs. De Duitse wet kende op dat moment, 1993, nog geen verbod op handel met voorkennis. Tegen Steinkühler kon dus geen vervolging worden ingesteld. Maar het tumult over de affaire leidde er wel toe dat de vakbondsleider zijn functie moest neerleggen en verder als ambteloos burger door het leven gaat.

Enkele maanden later stuurde minister Theo Waigel van Financiën (CSU) een wetsontwerp naar de Bondsdag waarin misbruik van voorwetenschap hard werd aangepakt.

Het had een zweem van kordaat optreden, maar de wetgeving was al langer in de maak omdat het imago van Finanzplatz Frankfurt moest worden opgevijzeld. Al decennia werd de beurs met een schuin oog bekeken door New York en Londen, omdat in Frankfurt 'alles' getolereerd was.

In 1994 trad de wetgeving op misbruik van voorkennis ook in Duitsland in werking. Insider trading kan nu met een celstraf tot maximaal vijf jaar of geldboetes worden bestraft.

Volgens Jürgen Oberfrank van het Bundesaufsichtsamt für den Wertpapierhandel, een onafhankelijke overheidsinstelling in Frankfurt die het toezicht op de effectenhandel uitoefent, is nog niemand in de cel beland wegens misbruik van voorwetenschap.

Sinds de wet in werking trad zijn er wel negen zaken van insider trading aan het licht gekomen, die uitsluitend tot geldboetes hebben geleid van maximaal 1,8 miljoen mark. In slechts één geval was van front running sprake, het innemen van posities op de beurs door een handelaar die wil profiteren van zijn kennis van een naderende grote beurstransactie.

“Van witwassen van drugsgelden op de beurs is ons niets bekend”, zegt Oberfrank, die zich niet wil wagen aan een oordeel over het Nederlandse beursschandaal. “Daar weet ik het fijne niet van.”

    • Michèle de Waard