...en Clinton

SINDS DE NEDERLAAG van Irak in de Golfoorlog zijn er in de internationale constellatie beslissende veranderingen opgetreden. De crisis rondom Saddam Hussein is daar een afspiegeling van. Frankrijk en Rusland tonen een intense behoefte om zich te profileren en zij doen dat door verschillen van mening met de Verenigde Staten waar maar even mogelijk sterk aan te zetten.

China, Iran, Irak, de verhouding tussen Israel en de Palestijnen, Centraal-Afrika en de NAVO vormen uitgezochte thema's voor het onderstrepen van een eigen, afwijkende houding. Die houding is ingegeven door economische belangen, maar politieke geldingsdrang is een niet te onderschatten factor. Amerika, de enig overgebleven supermogendheid, wordt uitgedaagd.

De persoon van Clinton heeft de tegenstellingen aangescherpt. De president is geen bruggenbouwer gebleken, zoals zijn voorganger, George Bush, dat wel was, onder veel moeilijker omstandigheden. Clinton heeft zich in zijn eerste termijn weliswaar opgeworpen als voorvechter van een multilaterale aanpak - zelfs bij de democratisering van Haïti betrok hij de VN - maar gaandeweg heeft zijn assertiviteit het gewonnen van zijn vermogen coalities te smeden. De Russen èn de Fransen hebben met Amerika nog een paar rekeningen te vereffenen en het lijkt niet te ver gezocht om een verband te veronderstellen met hun recalcitrantie in de kwestie-Irak.

MET ZIJN DRIJVEN naar nieuwe sancties tegen het regime in Bagdad heeft de Amerikaanse president zijn manoeuvreerruimte beperkt. Het is paradoxaal om te moeten vaststellen dat nu Clinton en niet Saddam in een isolement is geraakt. Hoewel de geschreven en uitgesproken teksten nog altijd iets anders suggereren, lijkt dit tenminste de werkelijkheid te zijn. Gezien het belang van het behoud van een enigszins ordelijke internationale samenleving een triestmakende constatering.