Eerste expositie uit collectie-Chardzjijev; Russische onderminister zegt geen claim op omstreden collectie te zullen leggen

De zaak Chardzjijev, die draait om een grote collectie werken van onder anderen Malevitsj, Tatlin en Lissitzky, roept veel vragen op. Gisteren probeerde Michael Privé, executeur-testamentair van Chardzjijev, in het Stedelijk Museum in Amsterdam openheid van zaken te geven.

Malevich' werken op papier uit de collectie Khardzhiev. T/m 25 jan. 1998 in Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam.

AMSTERDAM, 14 NOV. Het Stedelijk Museum in Amsterdam hoopt dat de 79 tekeningen van Malevitsj uit de collectie-Chardzjijev in bruikleen aan het museum worden gegeven. Dit zei Rudi Fuchs gisteren voor de opening van de tentoonstelling van de 79 tekeningen van Kazimir Malevitsj.

Over de wijze waarop de kunstwerken in Nederland zijn gekomen, heeft het Stedelijk Museum geen mening. Toen de Russische literatuurwetenschapper Nikolaj Chardzjijev in 1993 zich samen met zijn vrouw Lidia Tsjaga in Nederland vestigde, wist hij met hulp van de Keulse galerie Gmurzynska zijn grote kunstcollectie van beroemde Russische moderne kunstenaars als Malevitsj, Tatlin en Lissitzky en een deel van zijn omvangrijke archief de grens over te smokkelen. De Russische wet verbiedt de export van kunstwerken ouder dan vijftig jaar. Volgens Fuchs vindt de ophef rondom de zaak-Chardzjijev zijn oorsprong in deze smokkel. “Daardoor is de hele zaak emotioneel geworden. Maar de kunstwerken zijn hier voorlopig beter op hun plaats”, aldus de directeur van het museum dat in 1957 al een grote collectie werken van Malevitsj verwierf.

Fuchs en Michael Privé, het eerste bestuurslid van de Stichting Cultureel Centrum Khardjijev-Tshaga, probeerden gisteren duidelijkheid te brengen in de zaak-Chardzjijev. Deze begon toen de Russische douane in 1994 een belangrijk deel van Chardzjijevs archief van handschriften en documenten van schrijvers als Anna Achmatova en Velimir Chlebnikov in beslag nam. Wat op deze onderschepping volgde kan gerust een tragedie worden genoemd. Chardzjijev en zijn vrouw Tsjaga leefden als illegale immigranten in een Amsterdams huis op dezelfde manier als in de Sovjet-Unie. Ze lieten vrijwel niemand toe tot hun huis en hun collectie, en in haar schaarse contacten met de buitenwereld beweerde Tsjaga dat een groot deel van de collectie was geplunderd.

In november 1995 overleed Tsjaga ten slotte bij een val van een trap. Een paar dagen later werd de Stichting Cultureel Centrum Chardzjijev-Tsjaga opgericht en leek het de goede kant op te gaan met de Chardzjijev-collectie. Doel van de Stichting was immers behoud en beheer van de collectie en het archief Chardzjijev. Maar bijna anderhalf jaar na de dood van Nikolaj Chardzjijev werd bekend dat Michael Privé het enige bestuurslid was van de Stichting en dat er kunstwerken uit de collectie waren verkocht, hoewel de oorspronkelijke statuten van de Stichting bepaalden dat de collectie bijeengehouden moest worden.

Allerlei vragen over de collectie-Chardzjijev en de Stichting Cultureel Centrum Khardzhiev-Tschaga staken de afgelopen weken de kop op. Waarom is Privé, de executeur-testamentair van de nalatenschap van Chardzjijev, het enige bestuurslid van de Stichting? Waarom heeft hij de statuten van de Stichting veranderd en is de formulering 'het beheren, conserveren, exploiteren en bijeenhouden' van de collectie als een van de doelstellingen van de Stichting gewijzigd in 'beheren, selecteren, conserveren, exploiteren en (doen) bestuderen'? Waarom zijn er schilderijen verkocht uit de collectie, hoewel Chardzjijev met de oprichting van de Stichting juist wilde bereiken dat zijn collectie bijeen bleef? En ten slotte: waarom geeft de Stichting geen opening van zaken om het gevoel weg te nemen dat een aantal lieden zich heeft verrijkt ten koste van de collectie-Chardzjijev?

In het Stedelijk Museum gaven Privé en Fuchs gisteren antwoord op deze vragen. Zo is Privé de enige bestuurder van de Stichting geworden op verzoek van Chardzjijevs erfgenaam. Omdat de Stichting na de dood van Chardzjijev nog helemaal niets had, kon men met goed fatsoen geen andere bestuurders vragen: niemand zou zich laten strikken voor zo'n 'lege' stichting, aldus Privé. Eerst moest de nalatenschap van Chardzjijev worden afgewikkeld.

Chardzjijev had in zijn testament één erfgenaam benoemd. Privé noemde deze niet met name, maar het gaat hier om Boris Abarov, een Rus die al lange tijd in Nederland woont. Chardzjijev heeft in zijn testament bepaald dat Abarov een deel van de nalatenschap krijgt, de rest zou naar de Stichting gaan. Privé moest als executeur-testamentair met Abarov tot een akkoord komen en bovendien moest hij zorgen voor een overdracht van de nalatenschap zonder schulden en plichten.

En zonder plichten en schulden was de nalatenschap van Chardzjijev niet. Er moesten bijvoorbeeld doktersrekeningen en successierechten worden betaald. Hiervoor moest een aantal werken uit de kunstcollectie worden verkocht. Niet door de Stichting overigens, zo beklemtoonde Privé, want die had en heeft nog helemaal niets, maar door Privé als executeur-testamentair. Hiertoe was hij zelfs verplicht, viel Fuchs hem bij: het is de wettelijke taak van een executeur-testamentair te zorgen voor een 'schone' overdracht van de nalatenschap.

De statuten van de Stichting veranderde Privé om het toekomstige bestuur 'optimale flexibiliteit te geven'. Beheer van een collectie als die van Chardzjijev kost geld en dus moet de Stichting de mogelijkheid krijgen voor inkomsten te kunnen zorgen.

Zo had Privé op meer vragen een antwoord. Opening van zaken kon hij niet geven, omdat hij als executeur-testamentair verplicht was tot geheimhouding over de afwikkeling van de nalatenschap. Wel kon hij vertellen dat de Stichting binnenkort gaat functioneren zoals Chardzjijev het had bedoeld. De Stichting krijgt op korte termijn de nalatenschap en ook een echt bestuur met de door Chardzjijev gewenste politicus en kunsthistoricus in zijn gelederen. Stedelijk Museum-directeur Rudi Fuchs is al benaderd, maar heeft nog geen besluit genomen.

Wat er nu verder met de collectie en het archief van Chardzjijev gaat gebeuren is nog onduidelijk. Mogelijk wordt de kunstcollectie in bruikleen gegeven bij musea als het Stedelijk Museum. Over de vereniging van de twee archiefdelen onderhandelt Privé nu met Rusland. Het is de bedoeling dat het hele archief uiteindelijk open zal staan voor bestudering. Privé sluit niet uit dat dit in Rusland gaat gebeuren. De Russische onderminister van cultuur Vorosjilov liet weten dat Rusland de kunstcollectie niet zal opeisen.

Privé en Fuchs verduidelijkten gisteren veel over de zaak-Chardzjijev. Toch is er één vraag die ook na hun lange exposés blijft knagen: als het Chardzjijevs bedoeling was zijn collectie bijeen te houden, waarom heeft hij dan niet bepaald dat al tijdens zijn leven of desnoods bij zijn overlijden zijn hele bezit overging naar de Stichting? Waarom heeft hij gekozen voor een constructie waarin sprake is van één erfgenaam die recht heeft op een deel van zijn erfenis en een Stichting die de rest krijgt? Waarom heeft Chardzjijev, de man die decennialang met veel moeite zijn kostbare avant-gardistische verzameling had beschermd tegen de Sovjet-overheid en ander gespuis, zelf bepaald dat de Stichting Cultureel Centrum Khardzhiev-Tschaga niet zijn hele zo geliefde collectie krijgt? Het antwoord op deze vraag blijft misschien wel altijd uit. Chardzjijev is tenslotte dood, Privé antwoordt dat hij alleen te maken heeft met het testament zoals het er nu ligt en Abarov heeft permanent zijn antwoordapparaat aanstaan en reageert niet op ingesproken boodschappen.