Een wereldwijd verlangen naar rust en bezinning

De nederlaag die president Clinton maandag in het Congres leed, heeft verschillende oorzaken en gevolgen. De inzet was de zogenoemde fast track, de regel die het Congres het recht ontneemt op amendering van wetgeving ter verruiming van de internationale handel. Sinds het midden van de jaren zeventig heeft het Congres steeds opnieuw de zittende president gemachtigd om dergelijke wetgeving op een take it or leave it-basis door de volksvertegenwoordiging te loodsen.

Dankzij de fast track konden met andere landen gedetailleerde afspraken worden gemaakt die niet stuk-voor-stuk in het Congres onderuit werden gehaald. Begin deze week moest Clinton constateren dat voor een hernieuwing de stemmen ontbraken. Hij trok daarop zijn voorstel in.

De president is een beslissend wapen uit handen geslagen bij het vervolgen van een hoofdbestanddeel van zijn beleid. Zijn positie als aanjager van vrijmaking van de internationale handel is aanzienlijk verzwakt. Onder het motto 'vrijhandel is goed voor iedereen' proberen de Amerikanen bressen te slaan in de muren die Europese, Aziatische en Latijns-Amerikaanse markten omringen. De fel begeerde toegang tot de Amerikaanse markt is het lokmiddel waarmee de gesprekspartners tot concessies worden verleid. Maar dat lokmiddel verliest zijn aantrekkingskracht als achter de handelsverruimende president een naar protectionisme neigend Congres oprijst dat iedere concessie weer ongedaan kan maken. Geagendeerde ontmoetingen met Aziatische en met Latijns-Amerikaanse leiders zullen nu voor Clinton minder aangenaam verlopen dan verwacht. De ondergang van fast track roept in herinnering de nederlaag die Clinton in 1994 leed over zijn voorstellen tot vernieuwing van de gezondheidszorg. Ook toen was desertie in de rijen van zijn eigen partij een belangrijke oorzaak. In dat jaar vond de linkervleugel van de Democratische partij Clintons plannen niet ver genoeg gaan, nu was het de vakbondsvleugel die dwars lag. Bij de Congresverkiezingen die op het debacle volgden kwam het Huis van Afgevaardigden in handen van radicale Republikeinen onder aanvoering van Newt Gingrich. Deze week had de president aan zijn bondgenootschap met diezelfde Gingrich niet genoeg om zijn kansen te doen keren. Ook de speaker van het Huis bleek zijn troepen onvoldoende in de hand te hebben.

Behalve een aantasting van Clintons buitenlandse beleid betekent de nederlaag een streep door de politieke strategie die de president aan een tweede termijn heeft geholpen. Na de teleurstellingen van 1994 werd het jaar 1995 besteed aan de come back van de zwaar aangeslagen bewoners van het Witte Huis - waarbij ten behoeve van de first lady, die zo een belangrijke rol had gespeeld bij de neergang van het volksgezondheidsbeleid, zelfs occulte krachten te hulp werden geroepen. Het jaar werd afgerond met een krachtmeting over het budget die Clinton won en Gingrich populariteit kostte. In het verkiezingsjaar 1996 koos de president, gezien de conservatieve stemming in het land, posities dicht bij de Republikeinen. Dat verzekerde hem van een tweede termijn, maar het onthield zijn partij de kans op herovering van de meerderheid in het Congres.

De Democratische en de Republikeinse partij zijn betrekkelijk losse kiesverenigingen. Zeker de Democraten hebben, sinds de bosses en hun machines op de partijconventie van 1972 in de mêlee over Vietnam hun greep op de partij verloren, de uit de tijd van Roosevelt stammende samenhang niet meer weten te herwinnen. Zowel de Democraat Carter (1976-1980) als de Democraat Clinton, beiden gouverneur van een marginale zuidelijke staat, waren de karakteristieke outsiders, die uiteindelijk het presidentschap wonnen dankzij de verwarring bij de tegenpartij. In 1976 tekenden de Republikeinen voor de nasleep van Watergate en het verlies van Vietnam. In 1992 ontpopte George Bush zich als de slechtste verstaander van de tijdgeest. Vorig jaar was het Bob Dole wiens falende campagne de zittende president bijzondere glans verleende.

De Democraten in het Congres zijn in de afgelopen jaren meer en meer vervreemd geraakt van 'hun' president. Clinton voerde zijn eerste campagne als een New Democrat, een code die stond voor politiek pragmatisme, erkenning van de belangen van de middengroepen en afstand bewaren tot de gevestigde lobby's in de partij, de vakbonden en de linkse intellectuelen. Eenmaal gekozen omringde hij zich toch met progressieven. Maar dezen bleken niet geverseerd genoeg in de omgang met het Congres om het belangrijkste beleidsvoorstel uit Clintons eerste termijn aanvaard te krijgen. Teleurgesteld en noodgedwongen wierp de president zich daarop in de armen van de Republikeinen.

In het vacuüm dat de president in de Congresvleugel van de Democratische partij heeft laten ontstaan, is nu Dick Gephardt, de minderheidsleider in het Huis, gestapt. Gephardt is een verklaard tegenstander van het ongebreideld openstellen van de Amerikaanse markt. In zijn verzet tegen NAFTA, het vrijhandelsakkoord met Canada en Mexico, en tegen de fast track heeft hij steun gevonden bij de bonden. In het spoor van het schandaal over de buitenlandse donaties vorig jaar aan Clintons verkiezingscampagne ontwikkelen de bonden zich bovendien weer tot de belangrijkste, zuiver Amerikaanse, geldschieters van de Democratische partij. Hun nieuwe geldingsdrang heeft in Gephardt een speerpunt gevonden.

Wat dit alles betekent voor de toekomst van de Democraten en voor de presidentsverkiezingen in het jaar 2000 moet worden afgewacht. Nog steeds geldt Clintons keuze, vice-president Al Gore, als de voor de hand liggende volgende Democratische kandidaat voor het Witte Huis. Maar Gephardt koestert presidentiële ambities en zijn klassiek-Democratische ideeën over wat goed is voor Amerika vinden meer gehoor dan in voorgaande jaren. Zoals de jongste nederlaag van Clinton heeft aangetoond.

In een tijd waarin globalisering wereldwijd een geloofsartikel is en waarin de Amerikaanse economie floreert, lijkt de stemming in het Amerikaanse Congres een anachronisme. Maar dat kan gezichtsbedrog zijn. De dynamiek die de markten in haar greep heeft genomen, stuit op grenzen. De wervelwind op de beurzen mag als een waarschuwing worden gezien. De erkenning onder ingewijden dat de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie zich voordoet als een zandstorm die ons het zicht ontneemt op wat voor ons ligt, spreekt voor zichzelf. Clinton is deze week geconfronteerd met een verlangen naar rust, naar een pauze waarin bezinning mogelijk wordt. Dat verlangen blijft vermoedelijk niet tot Amerika beperkt.

    • J.H. Sampiemon