De tijd dringt in Marokko en de problemen hopen zich op

De partijen die vandaag aan de Marokkaanse verkiezingen deelnemen spreken alle over de noodzaak van vernieuwing. De koning heeft daartoe de aanzet gegeven. Maar het volk gelooft hen niet.

RABAT, 14 NOV. Vandaag worden in Marokko in stromende regen de vreemdste parlementsverkiezingen in de geschiedenis van het land gehouden. Alle zestien deelnemende partijen spreken over de noodzaak van vernieuwing, verjonging en verandering in de politiek. En alle hebben hun vroegere ideeën aangepast aan deze mooie doelstellingen.

Dus zijn de socialisten van weleer sociaal-democraten geworden en leggen de liberalen en conservatieven nu veel meer nadruk op hun sociale betrokkenheid. Zoals de voorzitter van een communistische splinterpartij opmerkte: “Het is nu een andere wereld - meer gebaseerd op het verstand dan op het hart. En links had altijd heel veel hart en heel weinig verstand.”

Die op het oog zo revolutionaire verandering van standpunten is het gevolg van de snelle afbraak in de Marokkaanse samenleving van traditionele waarden en ideeën, gepaard gaande met een ernstige stagnatie op sociaal en economisch gebied. De zo noodzakelijke investeringen uit buitenland en binnenland nemen af, de werkloosheid groeit, de justitiële instellingen werken nauwelijks of niet, het onderwijs leidt niet tot meer kennis maar tot een leger van ontevreden afgestudeerden die geen baan kunnen vinden. En de hele samenleving wordt verstikt door een stroperige, ongrijpbare en onbegrepen, almachtige bureaucratie, die de corruptie in de hand werkt.

Velen, zeer velen zijn kwaad, overtuigd dat zij permanent door de machthebbers worden beroofd van hun fundamentele rechten en potentiële rijkdommen waarover het land beschikt. “Wij hebben de rijkste visgronden ter wereld”, zei een man die door een kandidaat op verkiezingstoernee werd aangesproken. “Maar de sardines zijn onbetaalbaar. Hoe kan dat?” En een vrouw, die zwoer de verkiezingen te zullen boycotten zei: “Dit is een samenleving, waarin de één ananas eet en de ander nog nooit een ananas heeft gezien.”

In een land waar de koning de Baas is van iedereen en alles, omdat hij, als rechtstreeks afstammeling van de Profeet Mohammed, zowel de Leider is van de Gelovigen als de Vader van Zijn Beminde Volk, kon alleen híEÉj de aftrap geven voor verandering van de politiek. In een zeer sombere rede op 20 augustus gaf hij het bevel om “zich teweer te stellen tegen alles wat de vooruitgang belemmert, om niet door een hartstilstand te worden getroffen of door een crisis die landen in hun ontwikkeling kan treffen en waarbij zij geen enkele mogelijkheid hebben om op het moment van de ontsporing weer greep te krijgen op de gebeurtenissen.”

Al vorig jaar oktober deelde de koning mee in een rede: “Wij worden er moe van te horen dat de verkiezingen in ons land niet eerlijk zijn of dat de volksraadpleging met onregelmatigheden is bezoedeld.” Een maand tevoren was op zijn aandringen de Grondwet zodanig veranderd dat de Tweede Kamer van het parlement nu direct en in zijn geheel door de bevolking zou worden gekozen.

Ongetwijfeld zal de door hem zo gewenste “wisseling van de wacht” plaatshebben. Er zal met andere woorden na de verkiezingen een coalitieregering worden gevormd, waaraan ook een deel van de oppositie zal deelnemen - al was het alleen maar om de met haar verbonden vakbonden de gelegenheid te ontnemen de verwachte sociale onrust nog verder op te stoken.

Om die oppositie tot medewerking te verleiden sloten de regering en de toegestane politieke partijen op 28 februari van dit jaar een overeenkomst - het Handvest van Eer. De regering beloofde “transparante en eerlijke verkiezingen”, met resultaten die niet langer door het Paleis waren voorgekookt. Volgens dit handvest zou de staat geen misbruik maken van zijn macht of invloed. Van hun kant zouden de politieke partijen niet meteen bij rechtbanken klachten indienen, alleen maar om het verloop van de verkiezingen verdacht te maken. Voorts zouden de partijen hun aanhang en hun kranten mobiliseren om de verkiezingen goed te doen verlopen.

Maar ondanks al die veranderingen blijven de burgers uiterst sceptisch. Hun vertrouwen in de politiek en in de beloftes van de partijen is minimaal. Zoals een oud vrouwtje liet merken, toen zij door een kandidaat van de linkse USFP (de Unie van Socialistische Volkskrachten) werd benaderd. Hij zei: “Wij kennen uw problemen. U heeft geen water en geen elektriciteit. Maar als u op ons stemt, gaan wij daarvoor zorgen. Als u niet op ons stemt, kunnen we u niet helpen.” Hij kreeg nul op het rekest. Zij antwoordde: “Ik zal naar eer en geweten stemmen.”

Een kandidaat van een regeringspartij ging naar een krottenwijk waar net een vijf kilometer lange weg was aangelegd. Hij zei tegen de mensen: “Wat vinden jullie van de weg? Nou zie je wat wij kunnen doen, als we in de regering zitten.” Ze antwoordden: “We wonen hier nu al 16 jaar. Die weg is dus alleen bedoeld voor jou en je mooie Mercedes, om hier gemakkelijk te komen en ons met je praatjes lastig te vallen.”

Reden voor het openlijk beleden cynisme is dat er op politiek gebied sinds 1970 niets is veranderd. “Marokko is bevroren in de tijd”, zegt een Westerse waarnemer. “Het is zoals het was in 1972. De beloften van nu verschillen niet van de beloften van toen. Meer dan voldoende reden voor de ook in dit land snel opkomende, maar uiterst voorzichtig opererende radicaal-islamitische stromingen om zeer tevreden te zijn.”

Dat blijkt uit hetgeen een boekhandelaar zegt die religieuze geschriften verkoopt. “Het gaat ons heel goed”, zegt hij. Wij hebben alle tijd. Uiteindelijk zal de ware islam de macht in dit land overnemen.” Hij steunt de Democratische en Constitutionele Volksbeweging (MPDC) van dr. Abdulkrim al-Khatib, die in zijn partij 142 fundamentalistische kandidaten heeft opgenomen. De belangrijkste leus van de partij is: 'Tegen de privileges en het zedenverval'. Op een verkiezingsbijeenkomst beschuldigde dr. al-Khatib de ministers ervan met buitenlandse vrouwen te zijn getrouwd.

“Als we niet snel ingrijpende veranderingen doorvoeren, krijgen we een ernstige sociale explosie en misschien zelfs de fundamentalisten aan de macht”, zegt de hoofdredacteur van een grote Marokkaanse krant. “Tot dusver heeft de koning de grootste gevaren tegen gehouden. Maar hoe lang zal hij nog leven? Wij zijn natuurlijk ook de Algerijnen veel dank verschuldigd. De fundamentalisten daar zijn zó te keer gegaan dat zelfs onze fundamentalisten zich ervoor schamen. En natuurlijk heeft het Algerijnse leger een stuk van het vuile werk voor ons opgeknapt.” Nòg vindt de overgrote meerderheid van de Marokkanen een fundamentalistische machtsovername een onzinnige gedachte. Wij zijn moslims, dit is een moslimland en niemand hoeft ons te zeggen wat de ware islam is, vinden zij. “Er is geen andere profeet na de Profeet”, zegt een lid van de conservatief-islamitische Istiqlal-partij.

Maar de tijd dringt en de onopgeloste problemen stapelen zich op. Volgens een docent aan de universiteit van Rabat is er geen oplossing in zicht. “Het Paleis, de grote zakenlui van weleer en de militairen controleren gezamenlijk de samenleving. Er moet iemand komen die ervoor zorgt dat ook de machtigen belasting betalen, dat de politie haar werk doet, en dat de rechtbanken functioneren, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Pas dan zal het ons land beter gaan.”

    • Michael Stein