De nieuwe mens komt van buiten; Films over migratie zoeken naar hun vorm

Migratie is op allerlei manieren in films verwerkt, van 'The Godfather' tot 'My beautiful laundrette'. Maar in Nederland is niemand er in geslaagd een goede film over dit onderwerp te maken, aldus Ivan Wolffers. “In Nederland denken we dat we geen probleem met migranten hebben omdat we gezellig alles in het café om de hoek op zullen lossen.”

Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden op de Australische televisie voorlichtingsfilmpjes over migranten vertoond. In een van die filmpjes is een blonde Poolse vrouw te zien die de was ophangt. Een commentaarstem vraagt aan de kijkers: 'Zou ze niet een schattige Australische zijn? Zou ze niet erg leuke Australische kinderen kunnen krijgen?' Film is een krachtig medium. Dat bleek in de jaren zestig toen er geen blonde Polen naar Australië kwamen, maar Chinezen en Vietnamezen. Het migranten-beeld in Australië werd wreed verstoord. Waren die mensen met die donkere huid en die getrokken ogen ook migranten? De Australische overheid moest een geheel nieuwe campagne ontwikkelen om aan de bewolking uit te leggen dat er niets mis is met Aziatische migranten, ook al zien ze er een beetje anders uit.

Het thema van iemand die alles achter zich laat en in een ander land een nieuw bestaan opbouwt is door de tijden heen in de kunst verwerkt. In Amerika is het door de tijden heen een belangrijk thema voor speelfilms geweest en er is op allerlei manieren vorm aan gegeven. Een sprekend voorbeeld daarvan is West Side Story (1961) van Robert Wise waarin het lied America een duet is tussen de Portoricaanse vriendinnen Anita en Rosalia over voor- en nadelen van het migratieland. 'Immigrant goes to America / Many hellos in America / Nobody knows in America / Puerto Rico's in America.' Zo'n vijftien jaar geleden verschenen er plotseling verschillende eigentijdse speelfilms over migranten, die verder gingen dan het verhaal over een landverhuizing. Daaronder waren ook voor het eerst Europese films over het thema migratie. In Groot-Brittannië werden de films van Hanif Kureishi en Stephen Frears (My beautiful laundrette uit 1985 en Sammie and Rosie get laid uit 1987) gemaakt. In Frankrijk waren er weer wat later de films van Mathieu Kassovitz (Metisse en La Haine). Valt er na vijftien jaar films over migranten en migratie een balans op te maken?

Nakomelingen

Amerika is een land van migranten en er wonen bijna geen oorspronkelijke bewoners meer. Al kun je nakomelingen van de migranten die in de zeventiende eeuw naar Amerika gingen geen migranten meer noemen, toch wordt de cultuur van het land sterk bepaald door het feit dat er telkens nieuwe groepen mensen gekomen zijn. Waarschijnlijk komt het daardoor dat migratie in Amerikaanse speelfilms een vertrouwd thema is.

Zo gaan in principe mafiafilms over migratie, de migratie van de Zuid-Europeanen en hoe ze zich een plaats veroverden. The Godfather (1972) van Francis Ford Coppola schetst hoe de jonge Vito Corleone naar de Verenigde Staten komt en zich daar een plekje verovert. Opportunistisch onderzoekt hij de mogelijkheden en hij schrikt voor wat criminaliteit niet terug. In andere films - en dan bedoel ik niet The Godfather II en The Godfather III - gaat die Amerikaanse geschiedenis verder. In Scarface (1983) van Brian de Palma veroveren de Cubanen Miami op de Italianen. En in Do the right thing (1989) van Spike Lee zien we hoe de zwarten op hun beurt een deel van Brooklyn op de Italianen veroveren.

Een ander belangrijk element in migratiefilms zijn de gespannen verhoudingen tussen verschillende etnische groepen, de steun die men binnen die groepen aan elkaar verleent en de loyaliteit aan de eigen groep. In Do the right thing gaat het conflict om de strijd tussen Italiaanse middle-class-waarden en de zwarte straat-waarden. Een van de sleutelscènes in de film is die waarin een zwarte militant aan de pizzeria-eigenaar vraagt waarom hij als zwarte z'n pizza's moet eten onder de portretten van Italiaanse honkbal-coryfeeën. Als zwarte wil hij leven in een zwarte omgeving en die eregalerij van het Italiaanse verleden moet wat hem betreft verdwijnen. Hij wil wel het eten, maar niet de geschiedenis van de Italianen. De pizzeria wordt aan het einde van de film dan ook in de brand gestoken.

De traditionele familiewaarden, die de migrant bescherming bieden tegen al het nieuwe zijn een ander essentieel element in migratiefilms. Soms valt men terug op de traditionele waarden om zich wat zekerheid te verschaffen in de nieuwe onzekere omgeving. Soms moet men zich er juist van bevrijden. Het conflict tussen de eigen wereld en de nieuwe is geknipt voor films en ideaal voor een dramatische vorm: de hoofdpersoon moet kiezen tussen familie en buitenwereld. Ga je voor hulp naar Don Corleone (en dus naar de vertrouwde traditionele wereld) of stap je naar de sociale dienst en de politie die de nieuwe overheid representeren? Dat drama komt in Amerikaanse speelfilms in veel verschillende vormen terug. In A Bronx Tale (1993) van Robert de Niro, dat zich afspeelt in de New-Yorkse wijk de Bronx van de jaren zestig, moet bijvoorbeeld het jongetje Calogero Anello kiezen tussen zijn eigen vader en Sonny de baas van de lokale bende (gespeeld door Chaz Palminteri, tevens de autobiografische scenario-schrijver). Het gaat in dit geval om een keuze tussen goed en kwaad. In Wait until Spring Bandini (1989) van de Belg Dominique Deruddere, naar John Fante's roman uit 1920, is deze keuze dramatisch vormgegeven, want de hoofdpersoon moet in zijn aanpassing aan het nieuwe land kiezen tussen zijn eigen Italiaanse vrouw en de rijke niet Italiaanse weduwe voor wie hij werkt.

Plantage-eigenaar

De migratiegolf uit Cuba is onderwerp van de film The Perez Family (1995) van Mira Nair, een Oegandese met Indiase achtergrond die in New York woont. In die tijd stond de Cubaanse plantage-eigenaar Juan Raul Perez in 1961 op het punt met zijn vrouw uit Cuba te vluchten, maar werd gevangen genomen door de communistische autoriteiten en in de gevangenis opgeborgen. Zijn vrouw kon wel naar de Verenigde Staten gaan. Twintig jaar later wordt Perez door Castro vrijgelaten en gaat hij z'n vrouw opzoeken. Ze herkennen elkaar niet meer. Juan Raul Perez deelt meer met Dottie Perez, een andere beginnende migrante die hij toevallig ontmoet, dan met z'n vrouw die twintig jaar eerder naar de Verenigde Staten kwam.

Het onderstreept een belangrijk element van migratie. Migranten brengen niet alleen een eigen culturele achtergrond mee, veel belangrijker is het feit dat migratie een eigen cultuur heeft. De cultuur van de verandering, die zorgt voor eigen karakteristieken voor de verschillende generaties migranten.

El Norte (1983) bewijst dat je overigens niet zelf migrant hoeft te zijn om een film uit het perspectief van migranten te maken. De film, gemaakt door het Amerikaans echtpaar Gregory Nava en Anna Thomas, gaat over twee migranten - broer Enrique en zus Rosa - uit Guatemala. Het is de eerste Amerikaanse film over illegale arbeiders in de Verenigde Staten en schetst de overgang van het dorpsleven in Centraal-Amerika naar het suburb-bestaan in Los Angeles. Maria maakt de reis van het dorp waar ze een kruik water op het hoofd draagt naar de familie bij wie ze in huis werkt en de elektronische wasmachine moet bedienen. De fascinatie van de buitenstaander geldt de geweldige verandering van levensomstandigheden van migranten en niet zozeer de innerlijke verandering, welke we in films van migranten zelf leren kennen.

Overwint de migrant in Amerikaanse migratiefilms uiteindelijk zijn moeilijkheden, in de Europese speelfilms over migratie wordt de migrant vaak als slachtoffer voorgesteld. In de Zwitserse film Reis naar de hoop (1990) schetst Xavier Koller de reis van vader Hayder, zijn vrouw Meryem en hun zevenjarig zoontje Mehmet Ali van Oost-Turkije naar Zwitserland. Hayder denkt door de ansichtkaarten die zijn neef hem uit Zwitserland stuurt dat het er een paradijs is. Hij en zijn kleine gezin komen echter in de handen terecht van nietsontziende mensensmokkelaars, die hen voor veel geld in een container naar Europa brengen. 's Nachts moeten Hayder en zijn gezin heimelijk een besneeuwde bergpas van Italië naar Zwitserland oversteken, terwijl er een storm woedt. Uiteindelijk worden ze door de politie gevonden en opgepakt, maar Mehmet Ali, die door zijn vader de hele nacht is gedragen blijkt doodgevroren. Hayder moet de gevangenis in wegens het illegaal de grens oversteken en omdat hij schuld zou hebben aan de dood van zijn zoontje. Zielige gebeurtenis stapelt zich op zielige gebeurtenis met de migrant als grote verliezer. De film is typisch voor Europese migrantenfilms: migratie staat voor onoverkomelijke problemen.

Grootmoeder

De Fransman Mathieu Kassovitz probeert in zijn films uit te werken wat er tijdens het migratieproces gebeurt. In 1994 maakte hij Metisse waarin de gemengdbloedige Lola uit Martinique zwanger is en niet weet of het van de joodse jongen Felix is of van de zwarte Malinese student Jamal. De eerste film van Kassovitz is nog vrolijk en hij is niet bang om ver te gaan met zijn grappen. Felix heeft bijvoorbeeld Lola nooit mee naar huis genomen uit angst voor zijn grootmoeder. Op een gegeven moment zegt zijn grootvader tegen Felix: 'Waarom heb je Lola nooit eens mee naar huis genomen? Ze is zeker zwart? Nou, je oma heeft wel erger meegemaakt. Ze heeft een jaar in Buchenwald gezeten.' De film heeft een open einde. De voortdurend ruziënde Felix, Lola, Jamal en hun baby beginnen een klein gezinnetje. In 1994 was Kassovitz blijkbaar nog optimistisch over de mogelijkheden van verschillende migrantengroepen samen een plek in de Franse samenleving te vinden. In 1995 is dat niet meer het geval. In dat jaar kwam zijn film La Haine uit. De film gaat over drie jongens: de joodse jongen Vinz, de Algerijnse jongen Said en de zwarte jongen Hubert. Ze leven in de buitenwijken en hun bestaan is deprimerend: druggebruik, misverstanden met de oudere migranten, misverstanden met de politie, kleine criminaliteit, discriminatie, geweld. Migratie lijkt geen thema voor een musical of een comedy.

My beautiful laundrette (1985) en Sammie and Rosie get laid (1987) van Hanif Kureishi (script) en Stephen Frears (regie) zijn niet gemaakt uit het perspectief van een migrant onderaan de maatschappelijke ladder, maar juist van jonge Pakistanen met succes. Migratie is geen probleem, maar een gegeven. Deze twee Britse films blijven daarom niet steken in de stereotiepe voorstellingen van de culturele achtergrond van migranten en van hun slachtofferschap. Migranten combineren internationale eigentijdse ideeën met hun achtergrond en zoeken naar nieuwe vormen. Dat vinden we het sterkst in My beautiful laundrette (1985). De Pakistaanse Omar, zoon van een bekende linkse journalist die naar Engeland is gevlucht en lid van een rijke familie, heeft een homoseksuele relatie met de Britse Johnny die van de straat komt. De gebruikelijke klassenverhouding is omgedraaid. Alle elementen van films over migratie vinden we terug in My beautiful laundrette: de economische naijver, de Indiase oom die een blonde minares heeft om te bewijzen dat hij echt succesrijk in dit land is, het generatieconflict, de competitie tussen gevoelens voor de familie en voor de wereld daarbuiten en het verwarrende van de vermenging van etnische groepen en sociale klassen. Homoseksualiteit is een belangrijk element in My beautiful laundrette, iets dat we ook zien in The wedding banquet (1993) van Ang Lee en dat is niet toevallig. De migrant is niet meer de mens die vastzit in het rolpatroon horend bij een Aziatische dorpswereld waar homoseksualiteit een taboe is. Hij is de nieuwe mens die zelf zijn heden, toekomst, identiteit en seksualiteit bepaalt.

Eethuizen

Het fenomeen migratie is nauwelijks in de Nederlandse speelfilm terechtgekomen. Er zijn wel veel documentaires over, maar dat benadrukt nog eens dat het vooral problematisch is. In ons land is er ooit maar een enkele speelfilm over migratie gemaakt en dat is My Blue Heaven (1990) van Ronald Beer. Als belangrijkste thema is de economische concurrentie gekozen en dat is in de Nederlandse context volstrekt belachelijk. Dat hoort bij Amerikaanse films over migratie. In Nederland werden in 1961 geen Indische eethuizen in brand gestoken. Racisme bestond wel (en bestaat nog steeds), maar is juist in Nederland erg onderhuids en moeilijk te betrappen. Aan het einde van de film snap je bovendien nog steeds niet wat de Indische familie drijft, behalve dat ze in Nederland moet proberen een nieuw bestaan op te bouwen omdat ze in Indonesië niet meer gewenst zijn. Maar je begrijpt wel waarom de Hollandse cafébaas een beetje racistisch is en je kunt zelfs wel een beetje met hem meevoelen. Zomaar, zonder reden komt alles goed in het gezellige dorpscafé om de hoek. Het is een gemiste kans. Eens in de vijftien jaar wordt er in Nederland een speelfilm over migratie gemaakt en dan wordt verzuimd om dat conflict tussen de eigen wereld en de openbare wereld duidelijk te maken.

Zal er ooit nog een kans komen om in Nederland een goede migratiefilm te maken? Elke Nederlandse producent lijkt druk bezig met projecten die herkenbaar zijn voor een groot publiek. Een film, die de oude nostalgie van het exotische van andere culturen verbeeldt en die de witte Nederlander de hoofdrol geeft, heeft dan meer kans om gerealiseerd te worden. Gordel van Smaragd en Heren van de thee voldoen aan zulke criteria. De drama's rond loyaliteit en aanpassing, rond vertrouwdheid van de eigen cultuur en de ontwikkeling van een nieuwe identiteit en dus de thema's die bij de komende eeuw horen lijken voorlopig nog onwelkom in de Nederlandse speelfilm. Terwijl er vanuit de migrantengroepen in Nederland - Indo's, Molukkers, Marokkanen, Surinamers, Turken, Iraniërs - inmiddels genoeg verhalen te vertellen zijn.

Wanneer je de migratiefilms de revue laat passeren valt op dat hoewel ze een aantal thema's delen, ze eveneens erg verschillen en dat heeft soms te maken met het land waarin ze gemaakt zijn. In Amerikaanse migratiefilms loopt het ook voor de migranten meestal goed af. In Franse films komt de seksuele competitie tussen de nieuwkomers en de aanwezigen aan de orde: de vraag of het geslachtsorgaan van de Afrikaan groter is. In de Britse films komen de sociale klassen vooral uit de verf. En in Nederland denken we dat we geen probleem met migranten hebben omdat we gezellig alles in het café om de hoek op zullen lossen.

Een echt opvallend verschil tussen migratiefilms is dat tussen de films van migranten zelf en van de buitenstaanders. Wanneer je op die manier naar migratiefilms kijkt blijken de films die door migranten zelf gemaakt zijn meer op elkaar te lijken dan die van buitenstaanders. Degenen die van buitenaf het fenomeen gefilmd hebben zijn gefascineerd door de culturele verschillen en door bijvoorbeeld de overgang van landelijk Guatemala naar urbaan Los Angeles. Ze zijn vooral ook getroffen door de barrières die de migrant moet overwinnen, of ze gebruiken de komst van de migrant om naar hun eigen land te kijken. Films van migranten leggen daarentegen juist nadruk op de verandering in identiteit, vorm en samenleving die het resultaat van migratie zijn. Dat kan zowel in negatieve als in positieve zin zijn. In de film Cheb (1991) van Rachid Bouchareb wordt verbeeld hoe de jonge Algerijnse migrant nergens meer bij hoort en hij raakt uiteindelijk verdwaald in de woestijn. Meestal zijn films van migranten echter juist hoopvol omdat ze het nieuwe benadrukken: wat ze geworden zijn door de migratie. Vaak zit er veel humor in en wie goed kijkt kan ook zien wat het ontvangende land door de migratie geworden is, want ook dat verandert. De waarden van dat ontvangende land zijn ook niet meer dezelfde. Daar moeten nog heel veel films over gemaakt worden eer een vorm gevonden is voor wat waarschijnlijk het allerbelangrijkste fenomeen van de volgende eeuw is: de toenemende mobiliteit van de mens en de vermenging van bevolkingsgroepen, hoe ze zich daartegen verzetten, compromissen sluiten en welke nieuwe vormen het oplevert.

De meeste genoemde films zijn te huur in de videotheek

    • Ivan Wolffers