De gesel van Oostenrijk

Van Thomas Bernhard gaan deze maand twee ensceneringen in première. 'Schijn bedriegt' door Growing Up In Public (27/11) en 'De wereldverbeteraar' door De Paardenkathedraal (25/11).

Welke namen ik in gedachten ook de revue laat passeren, er komt er geen één in aanmerking. Een equivalent van de Oostenrijkse toneelschrijver Thomas Bernhard (1931-1989) bestaat niet in de Nederlandstalige literatuur. In literair opzicht niet, maar vooral - en daarom gaat het me hier - in cultureel opzicht niet. Want welke schrijver zou, zoals Bernhard met Oostenrijk deed, Nederland kunnen 'bestraffen' door in zijn laatste wil te bepalen dat tot zeventig jaar na zijn dood niets uit zijn literaire nalatenschap in ons land mag worden gepubliceerd en dat bovendien geen van zijn stukken hier mag worden opgevoerd? Ik bedoel: zonder belachelijk te worden en voor pathetisch te worden versleten?

Geen.

Als er al een schrijver was die dit zou willen.

Ja, Gerrit Komrij emigreerde ooit naar Portugal en Gerard Reve verdomt het om de hoofdstad te bezoeken, maar Komrij zelf was de enige die zich er hardop over verbaasde dat geen autoriteit hem smeekte toch alsjeblieft in Nederland te blijven en Reves boycot is voornamelijk folklore ter opluistering van interviews. Daarmee zijn de voorbeelden die heel in de verte iets gemeen hebben met het geval-Bernhard uitputtend opgesomd.

Hooguit weert Nederland schrijvers, althans Amsterdam, dat W.F. Hermans een tijdlang persona non grata verklaarde vanwege een reis naar apartheidsland Zuid-Afrika. Maar dat is business as usual: van autoriteiten, meestal behorend tot regimes, die schrijvers of kunstenaars in het algemeen in de ban doen, zijn voorbeelden te over. Zo hóórt het, zou je bijna zeggen. Landen straffen kunstenaars, maar kunstenaars geen landen.

Internationaal bezien schiet me alleen Picasso te binnen, die bepaalde dat zijn schilderij Guernica naar Spanje moest worden overgebracht na de dood van Franco. Maar die bepaling, gebonden aan een duidelijke en begrijpelijke voorwaarde, haalt het niet bij de duizelingwekkende maatregel van Bernhard. Het is dat na zeventig jaar - inmiddels vijftig - de auteursrechten vervallen, anders had hij van die beperkte periode waarschijnlijk de eeuwigheid gemaakt. Omdat hij - men leze zijn werk - Oostenrijk haatte. En tegelijkertijd liefhad: 'Ik heb mijn hart voor eens en voor altijd verslingerd aan Oostenrijk', zei hij eens in een interview. Hij was een genadeloze patriot.

Behalve in de kwaliteit van zijn werk moet in die dubbelhartige verhouding met zijn vaderland de verklaring gezocht worden, dat Bernhards wraak ook doel trof. Want van doorslaggevend belang is natuurlijk dat de gestrafte zich ook werkelijk gestraft voelt. Dat is het geval: het Weense Burgtheater heeft bij monde van artistiek leider Claus Peymann met grote regelmaat laten weten de inhoud van Bernhards testament diep te betreuren - wat nog voor de hand ligt voor 's lands eerste toneelgezelschap. Maar uniek is de commissie die kanselier Viktor Klima nu ingesteld heeft om te onderzoeken of er aan Bernhards laatste wil gemorreld kon worden. Er schijnen zelfs hoopvolle verwachtingen gekoesterd te kunnen worden, omdat de halfbroer van Bernhard heeft laten weten 'de tijd rijp' te achten om een einde te maken aan de straf.

Oud-minister van Cultuur Elco Brinkman ging ooit door de knieën met een eerbetoon aan de omstreden filmer Joris Ivens, maar het blijft onvoorstelbaar dat de Nederlandse overheid commissies zou instellen om het werk van een kunstenaar tegen zijn nadrukkelijke wil in weer toegankelijk te maken. Of hij zou al drie eeuwen dood moeten zijn.

Oostenrijk bevindt zich op een andere planeet en is in zeker opzicht een uiterst aantrekkelijk land, wat Bernhard er ook over beweerde. Kunstenaars doen er daar kennelijk toe, zij het op een vreemde, masochistische manier. Het land treurt, omdat het verstoken blijft van de gesel van Bernhards werk. Het treurt, omdat het het gedachtengoed van een van zijn grote zonen moet ontberen. Wat romantisch is dat en mooi! Als onsterfelijkheid een rangorde zou kennen, dan heeft Bernhard de hoogste graad bereikt.