Controle op Amsterdamse handel

De afdeling Toezicht Beurshandel van Amsterdam Exchanges voorziet de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) van informatie voor de controle. Aan het hoofd van deze afdeling staat de Commissaris van de Noteringen. Tien medewerkers houden toezicht op de grote stroom informatie over effectentransacties.

Twee computerprogramma's helpen hen daarbij. Het programma Stock Watch registreert alle effectentransacties. Het systeem legt vast hoeveel stukken van de ene klant naar de andere gaan en op welk tijdstip. Deze gegevens zijn te allen tijde op te vragen door de STE.

Het andere computerprogramma heet Stock Event en signaleert ongebruikelijke transacties. Als plotseling heel veel aandelen van een fonds worden verkocht, terwijl dat normaal gesproken nooit het geval is, geeft Stock Event een signaal.

De Commissaris voor de Noteringen neemt daarop contact op met het bedrijf waarvan de aandelenhandel opvallend afwijkt en informeert wat de reden hiervan kan zijn. De onderneming kan bij beleggers plotseling zeer in trek zijn omdat bijvoorbeeld een fusie of zeer fraaie winstcijfers bekend zijn gemaakt.

Heeft het bedrijf geen verklaring voor het afwijkende transactiepatroon, dan is de commissaris verplicht de afwijking in de aandelenhandel door te geven aan de STE. Volgens een beurswoordvoerder worden “enkele keren per maand” dergelijke meldingen aan de STE gedaan.

De STE onderzoekt vervolgens de melding van de beurs. Ze mag, bij gebrek aan informatie, een beroep doen op de gegevens uit de computersystemen van Toezicht Effectenhandel.

De stichting kan ook op eigen initiatief een onderzoek beginnen. De aanleiding kan een tip uit de beurswereld zijn, maar ook een eigen vermoeden van de STE.

Als de STE over voldoende bewijsmateriaal beschikt, doet zij bij het Openbaar Ministerie (OM) aangifte van het delict.

Het OM start een onderzoek en gebruikt hierbij opsporingsinstanties als de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), de Economische Controledienst (ECD) en Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Uiteraard kan het OM ook op eigen initiatief een gerechtelijk onderzoek uitvoeren.

Als de Officier van Justitie over voldoende bewijs beschikt, komt de zaak voor de rechter. Bevindt die de verdachte schuldig, bijvoorbeeld aan misbruik van voorwetenschap, dan kan hij een boete opleggen van maximaal een ton en een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar.