Conflict Nuis en orkesten blijft bestaan

AMSTERDAM, 14 NOV. Het conflict tussen staatssecretaris Nuis (OCW) en de orkesten over de hoeveelheid Nederlandse muziek die zij moeten spelen blijft bestaan.

De orkesten zeiden gisteren te geloven dat Nuis niet langer vasthoudt aan zijn eis dat minstens zeven procent van de tijd op het podium wordt besteed aan Nederlandse muziek. Een woordvoerder van Nuis ontkent echter dat hij zijn eisen aan de orkesten heeft versoepeld.

Gesteund door de Tweede Kamer voerde Nuis op 1 januari dit jaar de zeven procent-verplichting in. Als de orkesten die door hen sterk bestreden norm niet halen, krijgen ze een boete. De orkesten hebben Nuis inmiddels een plan van aanpak overhandigd waarin ze zich verplichten tot 'een bijzondere inspanning.' Maar ze geven geen enkele garantie voor de hoeveelheid Nederlandse muziek die zal worden gespeeld. Woordvoerder J. Loot, directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest, kon gisteren zelfs niet beloven dat er meer Nederlandse muziek zal worden gespeeld dan de orkesten toch al van plan waren. De orkesten richten zich volgens hem uitsluitend op kwaliteit, ze zijn niet geïnteresseerd in de door Nuis geëiste kwantiteit.

Nuis heeft nog geen commentaar op het plan van de orkesten en legt dat nu voor advies voor aan de Raad voor Cultuur. In juni was hij met de orkesten overeengekomen dat, wanneer het plan door hem en de Raad voor Cultuur zou zijn goedgekeurd, de zeven procent-maatregel van tafel zou gaan. Volgens de orkesten was hij toen al gewonnen voor het idee dat het meer ging om kwaliteit dan om kwantiteit. Een woordvoerder van het ministerie ontkende dat vanmorgen. Nuis staat nog steeds op het standpunt dat, wanneer de orkesten eigener beweging de door hem gewenste minimum hoeveelheid Nederlandse muziek spelen, de maatregel overbodig zal worden.

In hun plan zeggen de orkesten niet meer toe dan 'de Nederlandse muziek voor de lange duur een meer solide plaats op het concertrepertoire te verschaffen.' Daartoe wordt het symfonisch repertoire geïnventariseerd en zullen extra financiële middelen worden ingezet. Een selectiecommisssie zal aanbevelingen doen welke muziek kan worden uitgevoerd op basis van kwaliteit en historisch belang. De artistieke vrijheid van de afzonderlijke orkesten blijft intact.

Nuis kreeg met het plan ook een inventarisatie met de nu al geëffectueerde of bestaande plannen voor uitvoering van Nederlandse muziek vanaf begin 1997 tot het jaar 2000. Het gaat daarbij om zo'n tweehonderd werken van zo'n tachtig componisten. Twintig muziekstukken van zes Nederlandse componisten zullen op de plaat worden gezet.

Volgens de orkesten bleek Nuis bij de presentatie van het plan onder de indruk van de hoeveelheid Nederlandse muziek die zal worden gespeeld. Volgens Loot is de discussie over het 'probleem van de Nederlandse muziek' het gevolg van verkeerde ideeën daarover bij de Raad voor Cultuur en de staatssecretaris. “Als deze lijst een jaar eerder was gepubliceerd, was de hele discussie wellicht overbodig geweest.”