Beurstoezicht: van schoothondje tot pitbull

Hoe goed is het toezicht op de internationale effecten- en optiebeurzen waar dagelijks miljarden guldens, ponden, marken en dollars omgaan? Zodra handelaren en fondsbeheerders een loopje nemen met de regels, zoals nu in Amsterdam aan het licht komt, rijzen kritische vragen over het functioneren van de controlerende instanties. Een overzicht van controle op de beurzen van Amsterdam, Frankfurt, Londen en New York.

AMSTERDAM, 14 NOV. De Amsterdamse effectenbeurs gaat sinds drie weken gebukt onder een omvangrijke fraudezaak. Net nu het zo goed ging; de koersen bereikten er deze zomer recordhoogten, en ook het commerciële bedrijf achter de beurs, Amsterdam Exchanges, laat prachtige omzetcijfers zien. Nu ligt er een substantieel marketingprobleem.

De Amsterdamse beurs wil zich profileren als alternatief voor Londen en New York, maar mist de agressieve 'beurswaakhonden' die deze concurrenten hebben. Daar komt overigens langzaam verandering in. Het afgelopen jaar is de controle in Amsterdam, uitgevoerd door de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), al verscherpt. De vraag dringt zich op of de ontdekking van het huidige beursschandaal gevolg is van die strengere controle. Niettemin komen uit diverse richtingen verzoeken voor verdere aanscherping.

De controle op de effecten- en optiehandel werd per 1 januari van dit jaar ingrijpend gewijzigd. Voor die tijd vielen de Amsterdamse beurzen onder verenigingen, die met behulp van het Controlebureau (de effectenbeurs) en Compliance (de optiebeurs) hun eigen leden controleerden. De STE controleerde op haar beurt weer de controleurs.

De beursfraude die momenteel wordt onderzocht speelde zich voornamelijk in de jaren voor 1997 af. Justitie verdenkt enkele effectenmakelaren en een pensioenfondsbeheerder van witwassen van zwart geld via geheime (verboden) coderekeningen of van front running, waarbij kennis van naderende grote aandelentransacties wordt gebruikt om zelf alvast gunstige posities in te nemen.

Onderzoek naar het toezicht op de beurzen, vorig jaar verricht in opdracht van minister Zalm (Financiën), signaleerde dat het Controlebureau zowel toezicht hield op effectenkantoren als hen van advies diende. Dat maakte ingrijpen bij effectenhuizen met problemen niet gemakkelijker.

Vanaf 1 januari van dit jaar is de organisatie van de beurs niet langer in handen van de Vereniging voor de Effectenhandel, maar zwaait beursbedrijf Amsterdam Exchanges de scepter. De taken van het interne Controlebureau zijn overheveld naar de STE, waarvan de bezetting inmiddels is verdubbeld tot veertig medewerkers. In het eerste kwartaal van 1998 moeten dat er zestig zijn.

De STE staat bekend als minder streng dan haar Angelsaksische collega's. In tegenstelling tot Londen en New York beperkt de Amsterdamse beurswaakhond zijn toezicht tot de leiding van effectenhuizen. Individuele handelaren van deze huizen blijven buiten schot. Bovendien kan STE nog geen sancties opleggen aan beurspartijen die de regels overtreden. Wel kan de toezichthouder het beursbedrijf (Amsterdam Exchanges) vragen de handelsvergunning van een commissiehuis in te trekken. “Maar dat is een paardenmiddel”, zegt een woordvoerder van de STE. “Voor kleine vergrijpen is deze straf te zwaar.”

Beurspresident G. Möller hamerde vorige week, tijdens de Dag van het Aandeel, op het belang van scherpe controle. “Als we het toezicht in Nederland niet handhaven op het hoogste internationale niveau, dan hebben we met de verandering van de structuur weinig gewonnen.”

Möller bepleitte invoering van een persoonlijke licentie voor effectenbemiddelaars en handelaren. Bovendien stelde hij voor de STE middelen te geven om handelaren die niet 'fit and proper' zijn een soort gele of rode kaart te geven.

De STE heeft echter weinig aan deze middelen als fraude niet wordt opgemerkt. En vormen van fraude zoals die nu in het Amsterdamse beursschandaal aan het licht komen zijn zeer moeilijk te ontdekken. Doordat effectentransacties zijn verricht via een netwerk van buitenlandse vennootschappen met geheime coderekeningen zijn de herkomst van het geld en de identiteit van de opdrachtgever moeilijk te traceren.

Ondanks geavanceerde opsporingsmethodes is ook front running moeilijk op te sporen. Een effectenmakelaar die voor eigen rekening enkele stukken koopt voordat hij een grote order van een klant uitvoert, kan gemakkelijk zijn gang gaan. Tussen de duizenden legale transacties valt die ene illegale en relatief kleine aandelenaankoop nauwelijks op. De vaste telefoonlijn van de handelaar wordt afgetapt, maar de fraudeur belt met zijn mobiele telefoon. Zijn baas controleert de transacties van de handelaar, maar de fraudeur plaatst zijn persoonlijke order bij een ander effectenhuis. Met dergelijke eenvoudige foefjes omzeilt de fraudeur de meeste opsporingsmethoden.

“Wij geloven daarom ook niet in het met regels dichtspijkeren van de effectenhandel”, zegt D. de Jong, directeur van effectenbank Van Meer James Capel. “Veel beter is het wanneer je als effectenbedrijf integer bent en zorgt dat je medewerkers dat ook zijn. Dat dwing je af met hele zware Angelsaksische sancties. Wie bij ons de fout ingaat, vliegt er onmiddellijk uit.”

Zo ging dat bij een belangrijke verdachte in de huidige fraudezaak. De gearresteerde Han V. was tot 1992 werkzaam bij Van Meer James Capel en kwam op straat te staan na omstreden transacties. Maar snel daarna kon hij weer aan de slag bij commissionair Leemhuis & Van Loon.

Om dergelijke overstapjes in de toekomst te voorkomen wil de STE een zwarte lijst opstellen van personen die in de effectenhandel in opspraak zijn geraakt. De toezichthouder erkent dat hun werkgevers niet staan te trappelen om daar melding van te maken. “Het komt inderdaad niet vleiend over als je zo je vuile was moet buiten hangen.” Bijkomend probleem is dat dergelijke meldingen en de registratie ervan in strijd zijn met de privacy-wetgeving. Hiervoor zou de wet dus moeten worden aangepast.

Desondanks voelt de Vereniging voor Commissionairs in Effecten er wel wat voor de STE uit te rusten met zwaardere wapens tegen beursfraude. Voorzitter J. Krant: “Jarenlang is de STE een schoothondje geweest. Zo langzamerhand wordt zij een pitbull. Nu moet ze nog een pitbull met scherpe tanden worden.”

    • Sjouke Rijper