Aids-patiënten kunnen vaak weer aan de slag

De medicijnen tegen aids slaan zo goed aan dat patiënten kunnen blijven werken of weer een baan kunnen gaan zoeken. Werkgevers stellen zich vooralsnog afwachtend op.

ROTTERDAM, 14 NOV. “Nog een jaar had ik te leven, zei de dokter. Een doodvonnis op termijn. Ik wist wel dat ik niet als een heilige had geleefd, maar toen ik de diagnose hoorde stortte mijn wereld in”, zegt Jan van den Bos.

Nu, vier jaar later, is Van den Bos (45) nog steeds springlevend en werkt hij halve dagen. Met achttien pillen per dag wint zijn lichaam vooralsnog de strijd tegen het dodelijke aids-virus.

De medicijnen tegen aids zijn in de loop der jaren steeds effectiever geworden. Ruim een jaar is nu een nieuwe aids-therapie beschikbaar in Nederland die een aids-patiënt weer perspectief biedt.

In die therapie wordt gebruikgemaakt van een combinatie van drie medicijnen, de tripletherapie. De levensverwachting van mensen met de dodelijke infectieziekte is door het gebruik van de middelen aanzienlijk toegenomen.

Patiënten die de therapie volgen, voelen zich in veel gevallen dermate goed dat ze weer kunnen gaan werken. De maatschappij voorziet echter nauwelijks in middelen om herintredende aids-patiënten op te nemen.

Omdat werkgevers sterk aarzelen als een aids-patiënt weer aan de slag wil, probeert de Stichting Aids Fonds via de campagne 'aids en werk' vooroordelen en discriminatie jegens mensen met aids te bestrijden. “Het is ons uitgangspunt dat mensen zo lang mogelijk aan het werk moeten blijven.

Maar ook de mensen die een half jaar geleden nog aan hun bed gekluisterd waren, zouden weer aan werk moeten kunnen komen. De overheid stimuleert maatregelen om mensen met chronische ziekten aan werk te helpen, maar in de praktijk kan in sollicitatiegesprekken van alles naar voren komen waarop mensen worden afgewezen'', zegt een woordvoerder van het fonds.

Jan van den Bos werkt op het kantoor van Van Ommeren/Intexo in Rotterdam. Het bedrijf op Rotterdam Airport is een soort reisbureau voor vrachtvluchten. Van den Bos werkte fulltime, toen hij in 1993 werd geveld door een longontsteking. Hij bleek aids te hebben. “Ik heb toen meteen open kaart gespeeld. De mensen gaan toch vragen hoe het met je gaat en wat je hebt. Toen ik zei dat ik aids had, werd er geschokt gereageerd”, zegt hij vanachter zijn bureau in Rotterdam.

Op eigen verzoek ging hij halve dagen werken, maar langzaam maar zeker verdween hij binnen het bedrijf naar de achtergrond. “Je gaat op een gegeven moment steeds minder doen. De lust om te werken verdwijnt en je weet ook zelf niet wat je wilt.”

Halverwege 1995 kwam er echter een kentering in zijn leven. Hij behoorde destijds tot een select groepje aids-patiënten die onder begeleiding van het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL) een combinatie van drie medicijnen kregen toegediend.

F.R. Kroon, internist/infectioloog van het AZL, had in 1995 de leiding van de eerste groepen, met daarin Van den Bos, die werden behandeld met de tripletherapie. Vorig jaar is de therapie officieel geïntroduceerd. Kroon: “De mortaliteit onder aids-patiënten is sindsdien met 75 procent gedaald. De kwaliteit van het leven van de patiënten is zeer sterk verbeterd. Van de patiënten die in Leiden de therapie volgen, is ruim eenderde aan het werk gebleven, 17 procent heeft weer werk gevonden en 20 procent is op zoek naar een baan. Slechts 26 procent wil of kan niet werken.” Volgens Kroon kunnen patiënten zeker gaan werken, maar ze moeten zich dan wel strikt aan de tijden houden waarop ze hun pillen moeten slikken. “Een patiënt wordt beter als hij kan doen wat hij vroeger deed. Als werken daarbij hoorde en hij kan dat weer doen, dan kan je dus spreken van een verbetering.”

“Jan, telefoon”, zegt een collega bij Van Ommeren. Van den Bos bespreekt met een klant een vrachtvlucht naar de Verenigde Staten. Hij heeft inmiddels weer de werkplek die hij wilde. Van den Bos: ,Ik zou graag een computercursus volgen om het systeem hier weer up to date te maken, maar zo'n cursus kost heel veel geld. Ik weet niet of het bedrijf dat in mij wil investeren”, zegt hij.

P. Boogaard, algemeen directeur van Van Ommeren/Intexo, erkent dat het in 1993 “verdraaid lastig” was voor het bedrijf wat ze met Van den Bos aanmoesten. “Je weet dat je hem niet in de frontlinie kan plaatsen, want je kunt niet echt op hem bouwen. We willen zoveel mogelijk gebruikmaken van de kwaliteiten die hij heeft. Hij is bijvoorbeeld vrij handig met de computer, als hij een cursus wil volgen moet dat mogelijk zijn. Ambities die Van den Bos heeft, zijn zeer moeilijk in te vullen, maar als hij genezen wordt verklaard, wordt dat natuurlijk een ander verhaal”, aldus Boogaard.

J.C. Blankert, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, zei onlangs bij het begin van de campagne 'aids en werk': “Laat ik eerlijk zijn, ziekte is voor de werknemer zelf maar ook voor de werkgever vaak uitermate onplezierig. Verzuim wegens ziekte verstoort het arbeidsproces en brengt hoge, soms zeer hoge kosten met zich mee. Maar helaas is het niet anders. Uitgaande van dit gegeven vind ik het van belang dat ook mensen met een ziekte zo lang mogelijk zelf via betaald werk in hun inkomen voorzien.”

Enerzijds is door het verbod op de medische keuringen van werknemers de positie van chronisch zieken en aids-patiënten verbeterd, anderzijds moeten werkgevers door de sterke inperking van de Ziektewet in 1996 veelal zelf voor de kosten van zieke werknemers opdraaien.

Vanaf 1 januari volgend jaar treedt de Wet op de reïntegratie in werking. Dan krijgen gedeeltelijk arbeidsongeschikten die aan het werk willen, een persoonsgebonden budget voor hun terugkeer op de arbeidsmarkt. De werkgever moet het budget dan besteden aan zaken als een aangepaste werkplek.

Het is volgens werkgeversvoorzitter Blankert wel zaak dat werknemers open kaart spelen over hun gezondheid. “Soms wordt werknemers of sollicitanten wel eens geadviseerd eventuele handicaps tegenover de werkgever maar te verzwijgen om daarmee te voorkomen dat het een negatieve invloed heeft op de arbeidsrelatie. Ik wijs een dergelijke benadering af”, aldus Blankert.

Volgens Martijn Verbrugge is het zelfs “onmogelijk” om als aidspatiënt tegenover een werkgever te zwijgen over een ziekte als aids. Nadat hij een aantal jaren heeft gesukkeld met zijn gezondheid, is Verbrugge vorige week weer in een nieuwe baan begonnen. Hij is fondsenwerver bij de Stichting Aids Fonds. Verbrugge doet mee aan een therapie waarbij hij zeven verschillende middelen kreeg voorgeschreven. “De therapie die ik volg, is wel extreem zwaar. Per dag slik ik 36 pillen. Om 6.00 uur, 8.00 uur, 16.00 uur, 20.00 uur en om twaalf uur 's nachts. Voor sommige pillen moet je twee uur van tevoren en een uur er na nuchter blijven. Voor andere pillen moet je juist iets heel vets eten, zoals een kroket of zo. Dat verzwijg je niet meer op je werk.”

In Nederland stonden dit voorjaar ruim 4.300 mensen met aids geregistreerd. Het aantal HIV-geïnfecteerden wordt geschat op 8.000 à 12.000. Het aantal aidspatiënten dat weer gaat werken, zal naar verwachting toenemen.

Van den Bos spreekt nog wel eens mensen van een concurrerend bedrijf. “Ik zeg dan lachend: 'ik ben er nog hoor'.”

    • Koen Greven