'Zuid-Afrika achter moord op Palme'

JOHANNESBURG, 13 NOV. Het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NIZA) heeft de vroegere geheime dienst van Zuid-Afrika ervan beschuldigd in 1986 de moord op de Zweedse premier Olaf Palme te hebben beraamd.

Het NIZA zegt verder over aanwijzingen te beschikken dat de Franse geheime dienst, in samenwerking met de Zuid-Afrikanen, twee jaar later Dulcie September, de vertegenwoordigster van het ANC in Parijs, vermoordde. Het instituut maakte dat deze week bekend tijdens de presentatie van een rapport aan de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie.

Peter Hermes van het NIZA heeft aan de Waarheidscommissie de namen overhandigd van de Zuid-Afrikanen die bij de moord op Palme waren betrokken. In het geval van Dulcie September was het niet mogelijk de namen te noemen van de mensen die rechtstreeks voor haar dood verantwoordelijk waren, “maar we hebben zeker naar bepaalde mensen verwezen”, aldus Hermes.

Palme en September werden destijds om het leven gebracht in een vergelijkbare 'executie-stijl', met pistoolschoten van dichtbij. Bij de moord op September lag het voor de hand dat de Zuid-Afrikaanse geheime dienst een van de belangrijkste verdachten was, maar bewezen is dit nooit. Het NIZA zegt nu dat de Zuid-Afrikanen hulp kregen van de Fransen. Bij de moord op Palme kwam mogelijke Zuid-Afrikaanse betrokkenheid vorig jaar aan het licht toen Eugene De Kock, leider van een Zuid-Afrikaans doodseskader in de jaren tachtig, de naam van de Zuid-Afrikaanse meesterspion Craig Williamson noemde als medeplichtige aan de moord op Palme.

Onderzoekers van het NIZA, onder wie de voormalige activist Klaas de Jonge, zijn nu na uitgebreid bronnenonderzoek tot de voorlopige conclusie gekomen dat het toenmalige apartheidsbewind in Europa over uitgebreide contacten beschikte met geheime diensten, mafia-kringen en ultra-rechtse organisaties, onder meer in Zweden. Hoewel het NIZA niet de werkelijke moordenaar van Palme heeft kunnen achterhalen, zegt Hermes dat er “sterke bewijzen” bestaan dat Zuid-Afrika “ten minste” was betrokken bij het beramen van de moord. De reden zou zijn dat de socialist Palme zich destijds profileerde als een van de belangrijkste tegenstanders van de apartheid.

Een ander Nederlands Zuid-Afrika instituut, Kairos, overhandigde deze week aan de Waarheidscommissie het rapport van een onderzoek naar activiteiten van de toenmalige apartheidsagenten. Kairos komt daarin tot de conclusie dat Zuid-Afrika martelmethodes leerden die de Fransen gebruikten tijdens de Algerijnse oorlog, begin jaren zestig.

    • Lolke van der Heide