Werkgevers: pensioenbeheer moet strenger

DEN HAAG, 13 NOV. De werkgeversvereniging VNO-NCW wil dat de ondernemingen strengere regels invoeren voor de integriteit van en controle op bestuurders en managers van hun pensioenfondsen. Voorzitter C. Blankert wil dat de huidige vrijwillige gedragscodes worden aangescherpt.

Volgens de VNO-NCW-voorzitter moeten de codes, die bijvoorbeeld malversaties moeten voorkomen, ook “een afdwingbare status” krijgen. Blankert deed zijn oproep vanochtend op het jaarlijkse congres van de stichting ondernemingspensioenfondsen (OPF), de koepelorganisatie van de uitvoerders van pensioenregelingen van individuele (grote) bedrijven, zoals Shell, Unilever en Philips. Vorige week hield Justitie een hoge medewerker van het pensioenfonds van Philips, het grootste OPF-lid, aan op verdenking van fiscale fraude. De aanhouding is een uitvloeisel van het schandaal op de effectenbeurs rond fiscale en financiële fraude, waarvoor ook twee prominente effectenhandelaren zijn gearresteerd.

Staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken, die verantwoordelijk is voor het pensioenbeleid, kondigde gisteren aan dat hij een dezer dagen een wetsvoorstel bij de Ministerraad indient met onder meer een expliciete toets van de integriteit van pensioenfondsbestuurders.

De pensioenfondsen beleggen samen 700 miljard gulden, terwijl de verzekeraars nog eens 300 miljard beleggingen hebben, die ook grotendeels voor de oudedagsvoorziening zijn bestemd.

Volgens Blankert is bij de aanscherping van de gedragscodes bij pensioenfondsen het “brede maatschappelijke belang van een gezond bedrijfsleven in het geding. En dan bedoel ik: economisch gezond, sociaal gezond, maar ook ethisch gezond.” Waar het bedrijfsleven op dat gebied de afgelopen tijd terrein verloren heeft “dienen we er ons met elkaar voor in te spannen om dat zo snel mogelijk weer terug te winnen”.

Voorzitter C. van Rees van het OPF lanceerde vanochtend een plan voor een keurmerk of een rangschikking van pensioenfondsen voor de kwaliteit van hun verslaglegging, deskundigheid, interne gedragscode en beleggingsstatuut. De toezichthoudende Verzekeringskamer moet daarin ook een rol spelen.

“Een aanzienlijk aantal fondsen” heeft volgens Van Rees al een gedragscode die managers en bestuurders onder meer verplicht tot een scheiding van financiële privé-zaken en de beleggingen van het pensioenfonds.

Van Rees waarschuwde dat grotere invloed van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen, waarover werkgevers, werknemers en ouderenorganisaties onlangs een akkoord hebben gesloten, niet moet leiden tot de benoeming van bestuurders die slechts één belang behartigen, of dat nu carrièremakers of alleenstaanden zijn. Hij pleitte voor een snellere principiële discussie over de vraag wie pensioenfondsen besturen. Dat gebeurt nu door werknemers en werkgevers.