Scènes uit een echt huwelijk

Terwijl de ene helft van de mensheid een man of vrouw probeert te krijgen, lijkt de andere helft spijt te hebben dat ze daar ooit in is geslaagd.

Wetenschappelijk kan ik deze stelling nog niet helemaal onderbouwen - mijn enquêtes lopen nog - maar als geoefende tv-kijker durf ik in deze kwestie op mijn intuïtie te vertrouwen. Neem de avond van gisteren.

In twee programma's - B & W en Nova - konden we de troosteloze ervaringen horen van mensen die zich door relatiebureaus een partner probeerden te laten aansmeren. Er was één mevrouw bij die zeer tevreden was over de tactvolle bemiddeling van een bepaald bureau, maar in een partner had het nog steeds niet geresulteerd. Wél was ze inmiddels financieel belazerd door een ander bureau, Together.

Dat bureau troggelde de klanten op basis van één entree-gesprek bedragen van 3.500 gulden af. Daarbij werden dan ook nog zulke pijnlijk-intieme vragen gesteld dat de huwelijkszoeker in een mist van ontgoocheling naar de uitgang wankelde.

Al dit leed nog maar nauwelijks verwerkt hebbend, raakte ik verzeild in een BBC-serie, Breaking Point, over getrouwde mensen die een huwelijkstherapeut raadplegen. Deze reportage versloeg met een straatlengte alles wat ik ooit op het gebied van emotie-tv heb gezien. Ik begon me een voyeur te voelen die elk moment op de schouder kon worden getikt met de vraag: waar zit jij in godsnaam naar te kijken?

Het echtpaar Trevor en Tracy bezocht na veertien jaar huwelijk een vrouwelijke therapeut. Hij was een research-wetenschapper, zij had een tuinbedrijf. Ze hadden twee kinderen. De camera's van de BBC mochten de sessies bij de therapeut zonder terughouding vastleggen. Wat we te zien kregen, was een hyperrealistische remake anno 1997 van Albee's Wie is bang voor Virginia Woolf?, geregisseerd door Ingmar Bergman. Scènes uit een echt huwelijk. Een greep.

Hij: “Er is geen vonk.” Therapeute: “Wanneer was dat nog wel zo?” Zij: “De laatste vonk was er vóór we trouwden.” Therapeute: “Wat trok jullie in elkaar aan?” Zij: “Ik was negentien, had nog geen vriendjes gehad. Hij leek erg ondernemend, maar hij bleek later zó passief. Ik moet hem steeds door zijn depressies heen helpen.” Hij: “Zij wil altijd aandacht.” Zij: “Alles wat ik wil is een knuffel.” Therapeute: “Hoe praten jullie met elkaar als je tijd hebt?” (Diepe stilte.) Zij: “We kunnen beter apart van elkaar dingen doen.” Hij: “Als ik een boek lees, kijkt ze altijd om de deur.” Zij: “Ik ben actief en hij noemt me een kip-zonder-kop.” Hij: “Als ik 'stom' zeg, wil dat nog niet zeggen dat je stom bént.” Zij: “Hij slaapt overdag veel, dat maakt me kwaad.” Hij: “We zijn erg onzeker. Het irriteert haar al hoe ik een appel eet.” Zij: “Jij vergeet nooit iets.” Hij: “Ik krijg geen waardering.”

Dit alles ging gepaard met veel verwijtende blikken en boze wegwerpgebaren. Als je er een kwartier naar had gekeken, kon je meteen je eigen huwelijkstherapeut afbellen: zó slecht had je het nou ook weer niet.

Een van de sessies mondde uit in een apotheose van radeloze woede. Tracy bleek stiekem een brief van Trevor aan zijn broer te hebben gelezen, waarin hij zinspeelde op een scheiding. Nu had Trevor haar écht bij de kladden.

In dit schrille licht bezien, was de afloop van de sessies zonder meer verbazingwekkend. “Wat voelen jullie nu?” vroeg de therapeut. “Ik wil hem knuffelen”, zei Tracy, en ze kroop huilend op Trevors passieve schoot. Volgens een mededeling tijdens de aftiteling waren de echtelieden negen maanden later nog steeds bij elkaar en hadden zij vertrouwen in de toekomst.

Misschien helpt het als je de camera's van een kwaliteitsomroep erbij zet.