'Politieke islam blijft gevaar voor Turkije'

Het Turkse leger, hoeder van het seculiere karakter van Turkije, ziet de politieke islam nog steeds als een belangrijke bedreiging voor het land. De fundamentalistische Welvaartspartij moet dan ook worden ontbonden. Maar daarmee is de politieke islam nog niet van het politieke toneel verdwenen.

ANKARA, 13 NOV. Zes maanden nu het gedwongen vertrek van de eerste moslim-fundamentistische regering in de 70-jarige geschiedenis van de Turkse republiek, is de politieke islam nog steeds een van de belangrijkste bedreigingen voor het seculiere Turkije. Zeker zo belangrijk als de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) van Abdüllah Ocalan, waarmee het leger al ruim 13 jaar in een guerrilla-oorlog is verwikkeld in het Zuidoosten van het land. Dat staat in het nieuwe document met betrekking tot de nationale veiligheidspolitiek in Turkije, dat door een machtige studiegroep binnen de legerstaf is geschreven.

Via deze organisatie oefenen de militairen invloed uit op zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek van de regering. De think tank, die ook wordt geadviseerd door academici van buitenaf en ondernemers, werd volgens ingewijden in 1983 opgericht, nadat de militairen de macht hadden overgedragen aan een burgerregering. Het mandaat van de studiegroep werd in 1995 onder leiding van de tweede man binnen de generale legerstaf, Çevik Bir, aanzienlijk uitgebreid.

De Nationale Veiligheidsraad (president, regeringsvertegenwoordigers en de legerstaf), nam de visie van de militairen eind vorige maand over. Dat betekent volgens ingewijden dat tal van wetten en decreten nu aan het nieuwe veiligheidsconcept moeten worden aangepast, zonder dat het parlement hierin wordt gekend. In fundamentalistische kringen wordt gesproken van “een geheime grondwet”. Ook in seculiere oppositiekringen is geïrriteerd gereageerd op het idee dat het parlement buiten spel wordt gezet.

De vanzelfsprekendheid waarmee de regeringspartijen zich door de militairen de wet laten voorschrijven, symboliseert de strategische positie van het Turkse leger in de politiek. De prominente positie van de Nationale Veiligheidsraad, die door de militairen wordt gedomineerd, is in de grondwet verankerd. Hun gezag is mede zo groot omdat de militairen in tegenstelling tot in het Westen niet onder de controle van de minister van Defensie vallen. Het leger is daardoor in staat om die politieke ontwikkelingen tot staan te brengen die het niet welgevallig zijn.

Het lijdt dan ook geen twijfel dat de militairen de belangrijkste krachten zijn achter de huidige procedure tot sluiting van de Welvaartspartij. De hoofdofficier van justitie van het hof van cassatie, Vural Savas, diende in mei een aanklacht in bij het constitutionele hof om de Welvaartspartij te ontbinden en Erbakan (en wellicht ook andere partijfunctionarissen) voor vijf jaar uit de politiek te verbannen. Erbakan verschijnt volgende week voor het constitionele hof, om zowel de publieke opinie als de rechterlijke macht ervan proberen te overtuigen dat zijn partij niet moet worden ontbonden. “We hebben immers geen gebruik gemaakt van geweld of terreurmethoden”, aldus vice-voorzitter Abdullah Gül. “In een democratie kunnen partijen niet slechts op grond van hun opinies worden ontbonden.”

Volgens hoofdofficier Savas is het in de afgelopen jaren aan de hand van uitspraken en geschriften van de Welvaartspartij en haar aanhang echter duidelijk geworden dat zij erop uit zijn “in Turkije een systeem in te voeren dat past bij hun geloofsopvattingen”. De hoofdofficier baseert zich onder andere op radicale uitspraken van Erbakan: “De Welvaartspartij komt aan de macht in Turkije, ongeacht of dat met of zonder bloedvergieten gepaard gaat”. En: “Gebeden hebben geen waarde zolang men zijn stem tevens niet uitbrengt op de Welvaartspartij, het leger van de islam”.

Naar verwachting zet Erbakan na volgende week vaart achter de plannen om een nieuwe fundamentalistische partij op te richten. Tayyip Erdogan, de populaire burgemeester van Istanbul, wordt alom getipt als de nieuwe leider. In de afgelopen maanden is uit het hele land sterke druk op het kader van de Welvaartspartij uitgeoefend om juist hem naar voren te schuiven. De burgemeester van Istanbul wordt als enige in staat geacht om de aanhang van de Welvaartspartij, zowel de gematigde als de meer radicale krachten, bijeen te houden als het constitutionele hof naar verwachting rond de jaarwisseling besluit om de partij te ontbinden. Erbakan stemde volgens de Turkse media pas recentelijk in met het idee dat de fakkel moet worden overgedragen aan de jongere generatie van gematigde politici, die het gezicht van de politieke islam in de volgende eeuw moeten bepalen. Erdogan, die in maart 1994 tot burgemeester van het zeker 12 miljoen inwoners tellende Istanbul werd gekozen, geniet ook buiten de Welvaartspartij aanzien. Als jongen uit het volk vertegenwoordigt hij het 'het linkse geweten' van de partij, wat hem met name in de gecekondu's, de arme wijken, populair heeft gemaakt. Hij moet het levenswerk van Erbakan voortzetten: de nieuwe partij moet zich ontwikkelen tot de grootste in Turkije.

Maar het is de vraag of hij daartoe de kans krijgt. Volgens de militairen bestaat er sinds het schrappen in 1991 van artikel 163 van het wetboek van strafrecht, dat elke relatie tussen de politiek en de islam uitsloot, een vacuüm in de Turkse wetgeving wat betreft de grenzen van de politieke islam. Hun eerste optie dit voorjaar was om de Welvaartspartij uit de regering te wippen. Uit het feit dat de politieke islam nog steeds als de belangrijkste dreiging wordt aangemerkt voor het wereldlijke karakter van Turkije, volgt dat de militairen er veel aan gelegen zal zijn de manoeuvreerruimte van een nieuwe partij zo klein mogelijk te maken. En daarbij hebben ze nog steeds de steun van de seculiere meerderheid in het land.

    • Froukje Santing