'Politici moeten besturen, niet de rechters'

Een aantal bestuurders deed gisteren ingrijpende voorstellen, die de rechter minder en de politiek meer invloed op het openbaar bestuur moeten geven.

DEN HAAG, 13 NOV. Hij was zelf minister toen een wet die de burger gelegenheid geeft bezwaar te maken tegen overheidsbesluiten bij het parlement werd ingediend. Toch deed dr. J. van Kemenade gisteren als voorzitter van een werkgroep van prominente bestuurders juist een reeks voorstellen die de inspraak van burgers moeten beperken, zoals bij de sluiting van een drugspand.

Maar Van Kemenade, tegenwoordig commissaris van de koningin in Noord-Holland, neemt daarmee geen revanche op zijn eigen verleden, zo zei hij gisteren tijdens een persconferentie waar hij het rapport over wat hij de 'juridisering' van het openbaar bestuur noemt presenteerde. “Ik vind het juist goed dat mondige burgers tegenwoordig tal van mogelijkheden tot medezeggenschap hebben. Maar de laatste decennia neemt de rechter steeds meer beslissingen die eigenlijk aan de politiek toebehoren. Daardoor hebben afzonderlijke belangen te veel ruimte gekregen, ten opzichte van het algemeen belang. Dat raakt het hart van ons staatsbestel, de trias politica.”

Een mooi voorbeeld van een rechter die op de stoel van de bestuurder is gaan zitten, is volgens hem het recente vonnis van de Haagse rechtbank over het zogeheten rijstbesluit. De rechter verbood de Nederlandse regering mee te werken aan een Europees besluit dat de export van rijst en suiker uit de Antillen naar de Europese Unie beperkt. De rechter vond die beperking onevenredig veel schade toebrengen aan de exportbedrijven en de werkgelegenheid op de Antillen. Van Kemenade vindt dat typisch een politieke afweging. “Dan zie je wat er gebeurt als er, in dit geval op Europees niveau, geen sterke politieke tegenmacht is”, aldus Van Kemenade. “De rechter vult het vacuüm.”

Op eigen initiatief en op persoonlijke titel presenteerden Van Kemenade en een aantal andere commissarissen van de koningin, zoals Jager (Flevoland) en Houben (Noord-Brabant), en burgemeesters als Peper (Rotterdam), gisteren dan ook een dertigtal voorstellen die het primaat van de politiek enigzins moeten terugbrengen. Het zijn bijna allemaal voorstellen waarover kabinet en parlement moeten beslissen. Afgaande op de eerste reactie van minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken), is de vraag of de politiek naar Van Kemenade cum suis zal luisteren. Minister Dijkstal zei gisteren: “Sterke reductie van de rechtsbeschermingsmogelijkheden en toetsingsmogelijkheden door de rechter zijn te zware middelen om het probleem van de juridisering aan te pakken.”

De commissie-Van Kemenade wil niet snijden in het hart van de gegroeide inspraakmogelijkheden. Zo zouden bijvoorbeeld milieugroepen als 'indirect belanghebbenden' de mogelijkheid moeten houden om te procederen tegen bijvoorbeeld de uitbreiding van Schiphol, of tegen de aanleg van een nieuwe spoorlijn, zo maakte Van Kemenade gisteren duidelijk. Het aantal momenten waarop dat zou kunnen gebeuren en de gronden waarop, zou wel worden beperkt.

Het zijn vooral burgers en organisaties op lokaal niveau die wat zouden merken van de plannen van de bestuurders, als die werkelijkheid zouden worden. De burgemeester zou meer armslag krijgen een drugspand te sluiten dat overlast veroorzaakt, zonder eerst tal van inspraak- en medezeggenschapsronden te moeten doorlopen. Hetzelfde geldt voor de aanleg van bijvoorbeeld een groot parkeerterrein of woonwagenkamp.

Daarnaast hoeven overheden minder van de rechter te vrezen, als de voorstellen werkelijkheid zouden worden. Alleen als er in bestuurlijke beslissingen sprake is van pure willekeur, zou de rechter mogen ingrijpen. Nu kan dat ook al als de rechter vindt dat bepaalde belangen onevenredig zwaar door een bepaalde bestuurlijke beslissing worden geschaad. Bovendien zouden delen van besluiten die de rechter wil terugdraaien, er niet toe moeten leiden dat het hele besluit zelf opnieuw de gebruikelijke medezeggenschapsprocedures moet doorlopen.