Omroepen zijn voor bejaarden

IN HET LEVEN van vier generaties Nederlanders heeft het fenomeen televisie inmiddels een grote rol gespeeld: van mijn grootouders, die eind jaren vijftig een toestel in huis kregen, tot de kinderen van thans, naar wier gunst wordt gedongen met goedkoop geproduceerde tekenfilms. In die veertig jaar is aan de belangrijke plaats van de televisie weinig veranderd. Televisie blijft voor de meesten van ons het meest indringende medium om kennis te nemen van de rest van de wereld, en van verstrooiing.

Er waren wel verschuivingen. Bij mijn grootouders ging het toestel enkele minuten voor achten aan, als de uitzendingen op het enige net begonnen. Mijn grootmoeder plaatste dan de stoelen van de huiskamer in een soort bioscoopopstelling en deed de lampen uit - met uitzondering van een piepklein schemerlampje achter het toestel. In de gids had namelijk in een artikel gestaan dat het beter was voor de ogen als er behalve het tv-scherm nog een lichtbron in de kamer was. Dergelijke schemerlampjes stonden in etalages te koop en heetten 'tv-lampjes'.

Mijn grootouders namen het televisie-aanbod in zijn geheel tot zich: vanaf het testbeeld tot de zendersluiting omstreeks half elf. Wel gaf mijn doorgaans zwijgzame grootvader tekenen van afkeuring wanneer er een politicus in beeld kwam van een andere dan de door hem aangehangen sociaal-democratische richting of - erger nog - een pastoor of een dominee. Hij maakte dan met de hand een schuivend gebaar, alsof hij de spreker uit het beeld kon verwijderen.

Op de plannen voor de instelling van een tweede televisienet reageerde mijn grootvader afkeurend. Hij achtte dat een onverantwoord gebruik van gemeenschapsgelden, daar de kijker immers slechts naar één programma tegelijk kon kijken. Hoe hij zou hebben gereageerd op de huidige situatie, waarin de gemiddelde Nederlander de keuze heeft uit zo'n dertig televisiezenders, kan ik alleen maar raden. Toch denk ik niet dat de huidige mores bij het televisiekijken hem zeer bizar waren voorgekomen.

De lampen gaan niet meer uit, maar de gemiddelde kijktijd ligt nog steeds tegenn de drie uur per dag. Zoals mijn grootouders dat ene net over zich heen lieten komen, maakt de gemiddelde tv-kijker van nu zichzelf afhankelijk van het toevallige aanbod over dertig zenders op het moment dat hij lust gevoelt televisie te kijken. Hij zapt wat rond en heeft aan het eind, net als opa, vaak het gevoel dat het 'vanavond niet veel geweest is'.

Van mogelijkheden tot gericht kijken wordt opmerkelijk weinig gebruikgemaakt. Mijn grootvader had, als hij dat wilde, zijn toestel alleen kunnen aanzetten als de door hem begunstigde VARA het scherm vulde. Dat deed hij niet. De hedendaagse kijker zou in principe, na bestudering van een programmagids, met zijn videorecorder precies die programma's kunnen opnemen waarvan hij denkt dat hij er een bijzondere belangstelling voor heeft - zodat hij, op het moment dat hij gaat kijken, altijd verzekerd is van maximale bevrediging. Bijna niemand doet dat.

Dat is vreemd: niemand zou op de gedachte komen in een stationskiosk blind boeken of periodieken te kopen omdat hij zin heeft straks in de trein wat te lezen. Je kiest boeken of bladen, die je vervolgens bij de kassa afrekent. Publicaties zijn een economisch goed, en dat is een groot verschil met de perceptie van televisie. Want ofschoon het gemiddelde huisgezin per jaar zo'n 400 gulden betaalt aan omroepbijdrage en kabelgelden wordt televisie toch nog algemeen gezien als een gratis beschikbaar fenomeen, zoals lucht of water.

In onze cultuur zijn opvattingen over vrije beschikbaarheid van goederen en diensten echter tanende. De vervuiler van lucht wordt geacht daarvoor te betalen. Een lokaal telefoongesprek kost niet meer één tik, maar een bedrag dat afhankelijk is van de duur. Wie zijn auto voor de deur wil parkeren, moet daarvoor veelal fors in de buidel tasten. De kabelnetten, in de meeste gemeenten aangelegd als een openbare voorziening, zijn inmiddels verpatst aan commerciële exploitanten.

Naar televisieprogramma's kijkt de Nederlander intussen nog steeds zoals een halve eeuw geleden naar kikkerdril: televisie is er gewoon. Hij heeft de indruk dat - zonder dat hij er meer voor is gaan betalen - het aanbod aan beschikbare zenders in de afgelopen tien jaar voortdurend is toegenomen. Eerst kwam de kabel met allemaal buitenlandse zenders en daarna was er opeens commerciële televisie in Nederland. De kongsie van omroepbestuurders en politici, die tot het uiterste had geprobeerd het anachronistische systeem van de Nederlandse omroep te vrijwaren van enige concurrentie door commerciële omroep, legde het af tegen media-ondernemers uit Luxemburg.

Sindsdien is commerciële televisie in Nederland - in tegenstelling tot de situatie in de buurlanden - een zaak waarop de Nederlandse overheid nauwelijks greep heeft. Een gevolg van deze situatie is onder andere een steeds ernstiger onderfinanciering van al die omroepen. De publieke lijden onder de politieke onmogelijkheid de omroepbijdrage te verhogen. De commerciële zijn met te velen op een kleine markt om een rendement te behalen dat uitnodigt tot investering in kwaliteit.

Ik denk niet dat de huidige keuzemogelijkheden voor mijn grootvader, wanneer hij nog had geleefd, erg veel aanpassing in zijn kijkgedrag hadden gevergd. Alleen keek hij nu vermoedelijk het meest naar RTL4 - voor een overtuigde sociaal-democraat als hem valt er tenslotte zelfs bij de VARA weinig meer te beleven. Er zijn echter tekenen die erop duiden dat het grootvaderlijk afwachtende model voor televisiekijken niet meer aanslaat bij de jongste generatie televisiekijkers.

De veel geuite vrees dat de eerste kinderen die opgroeiden met de mogelijkheid de godganse dag televisie te kijken dat ook de rest van hun leven ook zouden blijven doen, wordt niet bewaarheid. Internetten, cd-rom, computertoepassingen - al deze tijdsbestedingen knagen aan de kijktijd. In de VS blijkt dat adolescenten steeds minder televisie kijken. En als ze het doen, kijken ze minder naar de traditionele networks, de 'generalistische zenders' met een gevarieerde programmering die is afgestemd op de grootste gemene deler. De toekomst lijkt aan de honderden themakanalen die in de VS inmiddels, tegen betaling, via kabel en satelliet beschikbaar zijn.

In Europa zijn er vergelijkbare ontwikkelingen. In Nederland zien zowel de publieke zenders als RTL4 hun jeugdige publiek slinken, terwijl tegelijkertijd het themakanaal The Music Factory een opmerkelijk succes is. In Frankrijk, het eerste land in Europa waar op grote schaal digitaal themazenders worden aangeboden, loopt de abonnee-werving goed. De kijktijd van de abonnees blijkt nog voor 80 procent gericht op oude, generalistische zenders. De rest is voor de gespecialiseerde: alleen natuurfilms, alleen bioscoopfilms, alleen cartoons, alleen documentaires, alleen computernieuws, enzovoorts.

De generalistische zenders zijn nog lang niet verdwenen, maar de tendens gaat in de richting van keuze en levering op maat. Het aantal thema's waarmee je een zender kunt vullen, is oneindig: de hele dag fitness en de hele dag modeshows zijn in Frankrijk al een feit. De hele dag kookprogramma's en personeelsadvertenties zullen spoedig volgen. In heel de wereld worden low budget-programma's voor dit soort stations vervaardigd. De rest van de programmering komt uit tv-archieven - vandaar dat in Europa publieke televisiestations met hun uitgebreide catalogus zo'n aantrekkelijke zakenpartner zijn.

De kijker zapt niet tussen al die honderden stations. Hij programmeert alleen die welke tot zijn persoonlijke belangstellingssfeer behoren en klikt, als bij een weblink op het Internet, met de afstandsbediening de zender - en dus programmasoort - van zijn voorkeur aan. Op elk uur van de dag vind je dan precies wat je wilt. Grootvader had zeeën van tijd om de schaarse televisie-uitzendingen die er bestonden tot zich te nemen. Voor een hedendaagse Europeaan in de bloei van zijn leven is juist tijd schaars, maar televisie is in overvloed aanwezig. Bij die situatie past een distributievorm van televisie die zoveel mogelijk instant-bevrediging garandeert. Blijft die uit, dan richt onze jonge tijdgenoot zich op andere vormen van vrijetijdsbesteding. Hij heeft tijd noch lust om - in de woorden van Wim Kan - “te wachten tot het leuker wordt”.

In de ons omringende landen - waar het mediabeleid vaak wat minder achterlijk is - stellen de traditionele omroepen zich in op deze toekomst. De Britse BBC en France Télévision beginnen in samenwerking met commerciële partners themazenders die het mede van abonnementsinkomsten zullen moeten hebben. De Duitse publieke omroep en de Italiaanse RAI denken het zonder commerciële partners en abonnementsinkomsten te kunnen doen en zijn themazenders begonnen op terreinen waarvan zij menen dat er bij uitstek een taak ligt voor de publieke omroep: nieuws, cultuur, educatie, kinderprogramma's.

De positie van themazenders in het bijzonder, en televisie in het algemeen, is precair in een klein land als Nederland. De inkomsten zijn er in alle gevallen geringer, terwijl de vervaardiging van een uur televisie hetzelfde kost als in Groot-Brittannië of Duitsland. Toch heeft de televisiekijkende Nederlander ook in een toekomstige situatie recht op een programma-aanbod dat enigszins recht doet aan zijn cultuur, zijn belangstelling en eigenaardigheden. Er moet dus iets gebeuren, voordat ook deze markt wordt overspoeld met louter afbraakproducten van het culturele niveau van SBS6. Er zou alle reden zijn voor een structuurpolitiek waarbij, gezien de omvang van dit land, een samenwerking tussen publieke en commerciële sector wellicht voor de hand ligt.

De kans dat dit gebeurt, is vrijwel nihil. Weliswaar lijken er bij de NOS vage plannen te bestaan voor themazenders, maar voor het moment leggen de publieke omroepen hun slagvaardigheid vooral aan de dag met het bouwen van nieuwe kantoren voor zichzelf. Ook van onze overheid valt weinig te verwachten: het meest vergaande regeringsdocument over de toekomst van de publieke omroep rept van een 'rustpunt voor surfers en zappers'. Heel de wereld is in rep en roer, investeert zich suf en doet de ene uitvinding na de andere. In Nederland willen wij rust: waarom spoorlijnen aanleggen als er trekschuiten gaan?

Waarmee we terug zijn bij ons uitgangspunt: televisie in Nederland is voor bejaarden. En daarvan komen er steeds meer. De huidige omroepen hoeven zich geen zorgen te maken: babyboomers als ik zullen de kijkcijfers spectaculair doen stijgen, want wie bejaard is, heeft steeds meer gelegenheid televisie te kijken en weinigen van ons zullen al die technologische nieuwigheden op den duur nog kunnen bijbenen.

Zo'n tv-lampje, zou je dat eigenlijk nog ergens kunnen krijgen?

    • Raymond van den Boogaard