Moeite met de actualiteit

De jacht op de primeur is iedere journalist aangeboren. Het lijkt een kinderachtig spel, maar volwassen mensen doen het nog steeds. Charmeren, vleien, collega's beduvelen, maanden achter iets aanjagen - alleen maar om als eerste met een nieuwtje te kunnen komen. Deftige kranten zoals de Times en de oude NRC hielden zich afzijdig van de actualiteit - uit arrogantie, luiheid of filosofisch beginsel. Bij de vooroorlogse NRC was het voornamelijk pedanterie, die zich vertaalde in uitspraken als: “Het wordt pas nieuws als het in onze krant heeft gestaan.”

Wat denkt de lezer van primeurs? Niet veel; vermoedelijk merkt hij niet eens dat de concurrentie verslagen is. Tenzij de primeur wérkelijk spectaculair is, zoals de rangorde van scholen die Trouw publiceerde. Alle andere hoofdredacteuren in het land zullen wit van woede en rood van jaloezie zijn geweest, en terecht.

Weekbladen hebben het per definitie moeilijk met de actualiteit. De meesten worden op woensdag gedrukt en zijn donderdag overal te koop. Alles wat op dinsdag gebeurt, valt al bijna buiten de boot. Van vorstelijke personen wordt dan ook gehoopt en verondersteld, dat ze op zondag, uiterlijk maandag, overlijden. (Het verhaal gaat, dat de lijfarts van de zieke Britse koning George V, na het diner diens overlijden bespoedigde met een overdosis morfine, opdat het waardige ochtendblad The Times de primeur nog kon krijgen, en niet de sensationele avondbladen).

In dat opzicht is een van de belangrijkste filosofen van deze tijd, Isiah Berlin, coulant geweest. Hij overleed vorige week woensdag; het nieuws werd donderdag bekend. Ampel tijd om een fraaie necrologie te maken en een uitstekend onderwerp voor De Groene Amsterdammer, zou men denken. Bij dat blad zijn Nietzsche, Kant en Hegel immers kind aan huis. Maar nee. De 'zelfgenoegzame' Jan Foudraine - hij leeft nog - krijgt er flink van langs omdat hij jokt en zwijmelt. Arnold Heertje komt ter sprake als tipgever in het beursschandaal ('Angst en walging op de Amsterdamse beursvloer') en dat is zeker niet onbelangrijk. Maar geen letter over Isiah Berlin, de geliefde (maar niet de minnaar) van dichteres Achmatova.

Misschien Elsevier, toch een echt nieuwsweekblad? Ook niet. Alles over Kazachstan, fytotherapie en 10 pagina's over de expansie van Nederlandse banken. Plus een huiveringwekkend verslag over de Zwarte Biologie van Irak, dat nog steeds nieuwe arsenalen aan ziektekiemen en vergiften aanlegt.

Van groot belang. Maar geen woord over de schrijver van The Crooked Timber of Humanity. Zou HN (oecumenisch opinieblad) uit de slof zijn geschoten? Dat blad concentreert zich tenslotte op het geestelijk leven. Maar neen. Zes pagina's over jagen ('gedoogd bloedvergieten') met uitgebreide meningen van de schietende Dongense dominee Frank Petter. Conclusie: de Bijbel geeft ook geen uitsluitsel. Geen woord echter in HN over de auteur van Against the current.

HP/De Tijd, altijd goed voor een verrassing, zou de redding kunnen zijn. Maar dit blad heeft veel energie gestopt in een special 'Het jaar van het geld'. Beleggen, rijk worden, geldspraak - het is meer dan een mens ooit over poen zou willen weten. Zelfs een interview met Schama, die moet vertellen dat déze Gouden Eeuw niet lijdt aan schaamte en onbehagen door alle welvaart, vervaagt bij al dat geldgerinkel.

Maar de man over wie Achmatova schreef: He will not be a beloved husband to me/ But what we accomplish, he and I/ Will disturb the Twentieth Century komt niet voor in deze special. Dan blijft alleen Vrij Nederland over. En eindelijk, een fors verhaal (met de net geciteerde regels) van Carel Peeters plus een grote foto van Berlin. En een goede herdenking is het. Peeters noemt Berlin terecht 'van enorme betekenis voor de ideeëngeschiedenis'; hij levert daarvoor bewijsmateriaal maar vergeet te zeggen, hoe aanstekelijk en klaarhelder, hoe on-Duits de in Letland geboren Berlin schreef. Misschien komen de andere bladen volgende week nog, maar wat zijn dan de prioriteiten?

    • W. Woltz