Metabletica

Hans Ree schrijft in NRC Handelsblad van 4 november dat volgens prof. J.H. van den Berg een levend mens geen hersenen, geen ruggegraat en geen lever bezit. Het opengesneden lijk heeft deze wel, maar dat is geen mens. (Maar hoe zit het dan met een mens die op de operatietafel ligt en die een nieuwe nier krijgt ingezet?)

Ree ziet duidelijke verbanden tussen Van den Bergs metabletica en het filosofisch werk van Mulisch. Bij beiden speelt het Jungiaanse begrip synchroniciteit een belangrijke rol: schijnbaar niets met elkaar te maken hebbende gebeurtenissen vinden heel vaak gelijktijdig plaats.

Wat Van den Berg al veertig jaar lang probeert duidelijk te maken is dat zogenaamd objectieve zaken psychologisch een voortdurend veranderende betekenis hebben. Hij beweert dus niet dat een levend mens geen hersenen en geen lever bezit, maar hersenen en lever hebben een geheel andere betekenis voor en na de introductie van de moderne anatomie in de zestiende eeuw. Het meest sprekende voorbeeld: voor Harvey de bloedsomloop ontdekte 'bestond deze niet'. Dat wil zeggen: voor Harvey had de zogenaamde bloedsomloop geen enkele betekenis, noch voor de medici, noch voor de gewone mensen.