Kamer kritisch over beleid Ritzen

DEN HAAG, 13 NOV. De Tweede Kamer wenst geen verhoging van de prestatienormen voor eerstejaarsstudenten, zoals minister Ritzen (Onderwijs) heeft voorgesteld. De Kamer stemt wel in met de verhoging met 175 van het collegegeld. Dit wordt vanaf 1 september 2.750 gulden.

Dit bleek tijdens de behandeling van de Onderwijsbegroting in de Kamer. Ritzen vindt dat studenten in de propaedeuse 70 procent van hun studiepunten moeten halen om een basisbeurs te krijgen, in plaats van 50 procent zoals nu. Ook zijn voorstel om leerplichtige scholieren meteen vanaf hun 16de verjaardag lesgeld te laten betalen, in plaats van vanaf het eerste schooljaar waaraan ze als 16-jarige beginnen, stuit op kritiek van een meerderheid in de Kamer. Deze vindt dat onderwijs voor leerplichtige leerlingen gratis moet zijn. De vervroeging van de betaalverplichting, zou 70 miljoen gulden opleveren.

Kamerlid Van de Camp (CDA) uitte scherpe kritiek op het onderwijsbeleid van Ritzen en staatssecretaris Netelenbos, beiden van de PvdA. “De begroting bevat veel proza, maar van financiële of beleidsmatige prioriteit is niets te merken”, zei Van de Camp, die voorrekende dat de begroting voor 1998 met maar 0,69 procent is verhoogd. Volgens hem profileert minister Wijers (Economische Zaken) zich beter in het onderwijsdebat dan Ritzen.

Cornielje (VVD) vroeg waarom Ritzen in de begroting schrijft dat hij een “stevig fundament voor de toekomst van het onderwijs heeft gelegd”, als er volgens dezelfde minister ook miljardeninvesteringen nodig zijn voor het onderwijs. VVD, D66 en PvdA verdedigden de bewindslieden nauwelijks tegen de kritiek van het CDA.

Cornielje eiste ook dat Netelenbos de “aantijgingen terugneemt”, die zij zondag op de radio uitte over de VVD. “Ze heeft mijn opmerkingen over de basisvorming volstrekt verkeerd weergegeven.”

Over Ritzens plan om opleidingen in het hoger beroepsonderwijs (HBO) die inhoudelijk 'aansluiten' op die in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) te verkorten van vier jaar tot drie jaar, waren de PvdA, GroenLinks en het CDA evenmin te spreken. Volgens hen worden de kansen van MBO-leerlingen op een HBO-diploma zo ten onrechte verkleind. De 'doorstroom' van MBO naar HBO is van “wezenlijk belang voor de onderwijskansen van vroegbloeiers en laatbloeiers”, aldus de PvdA.