Justitie speurt op Internet actief naar kinderporno

DEN HAAG, 13 NOV. Justitie gaat actief speuren naar kinderporno op Internet. Minister Sorgdrager (Justitie) heeft deze beleidswijziging gisteren aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer. Het gaat vooralsnog om een experiment, waarvan de opzet nog moet worden uitgewerkt.

Tevens zal Sorgdrager laten onderzoeken in hoeverre erotische programma's op de televisie strijdig zijn met het strafrecht. De minister stelde gisteren bij haar begrotingsbehandeling in de Kamer echter nadrukkelijk dat het hierbij gaat om een inventariserend onderzoek door een deskundige, niet een opsporingsonderzoek door het openbaar ministerie.

Op Internet, het wereldwijd toegankelijke computernetwerk, is informatie te vinden die in drukvorm verboden is. Overheden in verschillende landen worstelen nog met de vraag hoe zij dit kunnen voorkomen. Sorgdrager verwacht begin volgend jaar met de Tweede Kamer over wetgeving op de 'elektronische snelweg' te debatteren. De brief van gisteren is een tussenstand betreffende de bestrijding van kinderporno door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Om zo'n tussenstand was gevraagd door de Kamerleden Van der Stoel (VVD) en Van den Berg (SGP) na een uitzending van het actualiteitenprogramma Nova.

Op dit moment is nog sprake van een passief opsporingsbeleid. Ontwikkelingen op het net worden in de gaten gehouden en met buitenlandse politie-instanties wordt informatie uitgewisseld. Ook is er sinds een jaar een Meldpunt Kinderporno, dat klachten verzamelt en vervolgens de bedrijven benadert die particulieren toegang geven tot Internet. Deze zogenoemde providers proberen vervolgens de kinderporno te verwijderen.

Volgens Sorgdrager is deze vorm van zelfregulering alleen niet voldoende. Actieve opsporing op het wereldwijde medium is nodig om kinderporno effectiever te bestrijden en om de bron (seksueel misbruik en soms ook mensenhandel) te achterhalen, aldus de minister. Daarom zal de CRI vanaf nu actief op Internet naar kinderporno zoeken.