ING's bod markeert nieuwe fase in Europa

Geeft ING met zijn miljardenbod op de Belgische bank BBL het startschot voor een overnamerace in de Europese financiële sector?

AMSTERDAM, 13 NOV. De trend lijkt gezet en opnieuw staat een Nederlandse financiële instelling vooraan. Terwijl fusies en overnames binnen nationale grenzen in Europa steeds groter en talrijker worden, luidt ING's bod ter waarde van 9 miljard gulden op de Belgische Bank Brussel Lambert, de BBL, een nieuwe fase in. In de slag om een prominente uitgangspositie op die ene Europese markt na 1999 zullen nu ook grensoverschrijdende overnames, de meest risicovolle strategie voor expansie, de toon zetten.

Wie op dit moment groot is in zijn eigen land, is een klein duimpje in Europa. Dat is voor veel financiële instellingen geen reden tot zorg: een bank met een sterke regionale positie of een gespecialiseerde verzekeraar kan best overeind blijven. Onder de grote partijen die grote zaken willen doen met ook snel fuserende grote klanten, luidt nu de conventionele wijsheid: het gaspedaal zelf indrukken of van de weg gedrukt worden.

In Nederland is de markt na de fusies van ABN en Amro, van NMB Postbank en Nationale-Nederlanden, van Rabobank met Robeco en het ontstaan van Achmea (Avéro, Centraal beheer, Staal Bankiers, straks wellicht ook GAK) langs nieuwe lijnen verkaveld. De fusie van Amev/VSB met de Belgische verzekeraar AG blijft de uitzondering die de regel bevestigt, dat grensoverschrijdende fusies van ondernemingen die elkaars gelijke zijn niet voorkomen.

In de andere Europese landen is het samenklonteringsproces, dat gepaard gaat met banenverlies en sluiting van vestigingen, nog in volle gang, of, zoals in Duitsland en Frankrijk, nog maar net begonnen. In Duitsland zijn twee grote Beierse banken samengegaan, met de instemming van beider grootaandeelhouder, verzekeraar Allianz. De Duitse bankenmarkt blijft voor Nederlandse begrippen enorm versnipperd. De Deutsche Bank, de nummer een in Duitsland, heeft een marktaandeel van ongeveer 5 procent. In Nederland hebben de grootmachten tenminste elk 20 procent.

In Frankrijk zit de financiële wereld nog met een staartje van privatiseringen (verzekeraar GAN), van overmoed (Crédit Lyonnais) en van probleemkredieten. “In Duitsland en Frankrijk hebben de bankiers nog te veel sores aan hun hoofd om over de grens te kijken”, observeert een insider bij ING. De Nederlandse groep heeft dat zelf vijf jaar geleden ondervonden, toen een bod op BBL vrijwel samenviel met een bestuurscrisis en het aftreden van topman Scherpenhuijsen Rom wegens belangenverstrengeling.

Banken die niet langs nationale lijnen orde op zaken stellen, lopen een achterstand op en dat is wat België de afgelopen vijf jaar is overkomen. In 1988 konden de Generale Bank en de Amro Bank nog praten over een fusie op basis van gelijkwaardigheid, nu is dat onmogelijk. Terwijl ABN Amro en ING in de wereldtop meedraaien, zijn de Belgische banken overnamekandidaten geworden. Bestuursvoorzitter A. Jacobs van ING moest gisteravond op de Belgische televisie telkens dezelfde vraag beantwoorden: hoe voorziet u de toekomst van onze banken? Dat uitgerekend aan een Nederlandse bankier de vraag wordt gesteld, maakt een antwoord eigenlijk overbodig.

De pogingen om verschillende banken, waaronder BBL, samen te smeden tot een Grote Belgische Bank zijn mislukt. Het is een mogelijkheid dat het bod van ING op BBL alsnog als een nationalistische katalysator kan werken, maar dan moet er wel een bod op tafel komen dat vijf procent boven dat van ING ligt. “En dan zijn wij de eerste om ons pakket met 13 procent van de BBL-aandelen die wij nu hebben, aan te melden”, liet een ING-bestuurder zich gisteren ontvallen. Gaat de overname door, dan zetten verschillende insiders hun kaarten op een vrijwel totale uitverkoop van de Belgische financiële sector, met een prominente rol voor Fortis (Generale Bank) en Rabobank.

In tumultueuze nationale financiële fusies kan alleen Zwitserland zich meten met Nederland, maar dat land blijft buiten de 'euro kern'. In Zwitserland is dit jaar ook een combinatie van een grote bank en een grote verzekeraar gevormd, à la ING en Fortis. Het spektakelstuk van ING volgt op de aankondiging vier weken geleden van de fusies van de Zwitserse verzekeraar Zürich en de Angelsaksische verzekeringsbedrijven van het Britse BAT concern.

In financiële kringen worden zulke grensoverschrijdende fusies geen grote toekomst toegedicht. Het blijven uitzonderingen dat financiële partijen even groot zijn, redelijk complementair zijn, dat er geen fiscale belemmeringen zijn en dat de topmanagers die de deal kunnen maken (of breken) ook met elkaar door een deur kunnen.

Onder bankiers lopen de meningen uiteen over de vraag welke invloed het bod op BBL zal hebben op de Europese bedrijfstak. Deutsche Bank liet afgelopen zomer al weten dat een buitenlandse overname van bijvoorbeeld een grote Franse bank geen denkbeeldige zaak is. De bankaandelen op de Parijse beurs schoten omhoog. Een ING-insider: “Deutsche Bank kan om binnenlandse politieke redenen eigelijk niets meer overnemen in Duitsland zelf. Op een gegeven moment zullen zij iets moeten doen”.

Nu kan ING de aandeelhouders van BBL een bod doen dat overeenkomt met twee keer de waarde van het financiële vermogen van BBL. Als de overnametrend over landsgrenzen doorzet staat Europa nog wat te wachten. In Amerika, waar de beperkingen voor overnames van banken over de binnenlandse staatsgrenzen heen sinds eind jaren tachtig zijn weggevallen, wordt in een koortsachtig tempo gekocht. Inmiddels gaan daar banken grif van de hand voor prijzen die overeenkomen met vier keer de waarde van het financiële vermogen. Koopgrage bankiers dienen zich te haasten.

    • Erik van der Walle
    • Menno Tamminga