Ex-adviseur hulpmiddelen spreekt Borst tegen

ROTTERDAM, 13 NOV.Voormalig adviseur dr. R. Scheerens van het ministerie van Volksgezondheid spreekt tegen dat hij met zijn onderzoek naar besparingen op de hulpmiddelen is gestopt wegens telefonische bedreigingen. “Minister Borst vergist zich, de telefoontjes kwamen toen ik al klaar was. Er is nooit sprake geweest van een vervolgopdracht in mijn richting, laat staan dat ik die zou hebben geweigerd.”, aldus Scheerens vanmorgen.

Hij heeft er bij het secretariaat van de minister op aangedrongen om vandaag nog een gesprek met haar te hebben over de kwestie. “Ik zal de minister wel even uitleggen hoe het precies zit.” Een woordvoerder van Borst bevestigde vanmorgen het verzoek om een gesprek. Doordat de minister elders in het land aan het werk is, kon hij rond het middag nog niet zeggen of Borst het verzoek zal honoreren.

In een debat over de begroting voor de gezondheidszorg kritiseerden Kamerleden de trage gang van zaken bij de bezuiniging op kunst- en hulpmiddelen. Ter verklaring van die vertraging voerde de minister na afloop van het debat tegenover verlaggevers onder meer aan dat in 1995 een projectleider op dit terrein er na enkele bedreigingen mee op was gehouden.

Scheerens: “Dat klopt niet, mijn adviezen lagen al op het ministerie. De telefoontjes kwamen enkele weken daarna. In mijn rapportage heb ik bovendien verder onderzoek aanbevolen door accountants en dat is ook zo gebeurd. Ook heeft de Ziekenfondsraad een eigen onderzoek ingesteld.”

Overigens zegt hij de bedreigingen niet erg serieus te hebben genomen. “Het waren drie telefoontjes van drie verschillende personen. Twee keer persoonlijk aan mijn adres, het derde telefoontje ging over mijn dochters. Dat vond ik wel vervelend, want het is toch iemand die je gezinssituatie kent. Maar tegen de man die met een rolstoel langs wilde komen, heb ik gevraagd om een rooie mee te nemen, een mooie kleur”, aldus Scheerens.

Met het dossier over de mogelijke besparingen heeft hij opnames van de telefoontjes bij een notaris in bewaring gegeven. “Nee niet bij de politie, daarvoor was het niet ernstig genoeg”. Volgens de woordvoerder van Borst wordt nagegaan wat de preciese gang van zaken in 1995 is geweest omdat ook vanuit de Tweede Kamer daarover vragen zijn gesteld.

De Kamer is bijzonder ontevreden over het uitblijven van bezuinigingen in deze sector. Het Kamerlid Oudkerk (PvdA) heeft berekend dat de kunst- en hulpmiddelen tussen 1990 en 1995 zonder aanleiding met 75 procent zijn gestegen en spreekt in dit verband van woekerwinsten.

De Kamerleden verlangen van Borst dat ze de branche harder aanpakt. Met het verhaal over Scheerens trachtte de minister te verklaren waarom er van besparingen op dit onderdeel van de gezondheidsdzorg niets terechtgekomen is.

De vroegere directeur van het KLOZ, de voormalige organisatie van ziektekostenverzekeraars in Nederland, leidde in 1994 en begin 1995 een 'task force' die de revalidatiemarkt in kaart moest brengen. Scheerens' rapport kwam op 15 februari 1995 met de conclusie dat op een totaal bedrag van rond één miljard per jaar twee- tot driehonderd miljoen gulden kan worden bespaard.

De prijzen worden volgens het rapport kunstmatig hoog gehouden en tegelijk werd een aantal verzekeraars ervan beschuldigd “middels oneigenlijke declaratiepraktijken een deel van de overwinsten af te romen en in eigen kas te houden, terwijl die naar de algemene kas moeten terugvloeien”.

Minister Borst verzocht daarop de Ziekenfondsraad binnen één maand te rapporteren hoe dat precies zat. Bij 18 van de 81 onderzochte verzekeraars zouden uiteindelijk volgens de raad onregelmatigheden worden geconstateerd, maar de pijlen waren vooral gericht op Nuts-Verzekeringen in Den Haag. In het carnavalsweekend van 25 en 26 februari 1995 besloot het bedrijf zelf om het accountantsbureau Coopers & Lybrand onderzoek te laten doen naar de vraag of Nuts dergelijke 'oneigenlijke declaratiepraktijken' kende. Toen zijn inderdaad enkele onregelmatigheden geconstateerd. Volgens de verzekeraars is later geen enkel vervolg gegeven aan de aanbevelingen van het rapport-Scheerens.

“Dat rapport heeft zoveel commotie gegeven, ik heb er veel vrienden door verloren”, aldus de adviseur, die met een eigen onderneming nog steeds actief is in de gezondheidszorg, aanvankelijk op het terrein van de incontinentiematerialen, later als projectontwikkelaar bij de bouw van verzorgingsflats voor welgestelde bejaarden.