Eensgezind krijgt Frère de schuld van uitverkoop Belgisch bedrijfsleven; ING helpt parvenu's in het zadel

Het bod van de Nederlandse bank en verzekeraar ING op de Bank Brussel Lambert heeft in België het debat over de uitverkoop van het land nieuw leven ingeblazen.

BRUSSEL, 13 NOV. Op het eerste gezicht lijkt het alsof België iets verschrikkelijks overkomt. Het dagblad Het Laatste Nieuws heeft de kop “Nederlandse aanval op Belgische BBL” en Le Soir meldt op de voorpagina dat de Bank Brussel Lambert (BBL) “in de klauwen van Nederland” wordt gedrukt. Op een binnenpagina van Le Soir ligt de leeuw, het symbool van de Internationale Nederlanden Groep (ING), dreigend naast de zandbak met onschuldige spelende kinderen, een reclamefoto van de BBL.

Toch is de stemming sinds ING een bod op de BBL uitbracht niet te vergelijken met die in 1988, toen heel België in rep en roer raakte omdat Carlo de Benedetti, een Italiaan nota bene, het waagde een bod te doen op de grootste Belgische holding, de Generale Maatschappij. Een poging van de Vlaamse zakenman André Leysen om met een Vlaams/Nederlandse groep De Benedetti de pas af te snijden leed toen schipbreuk, niet in het minst omdat Franstalige financiers liever zaken deden in Parijs. Sindsdien hebben Fransen de macht bij de Generale Maatschappij. Nu is veel meer sprake van ergernis over wat “de uitverkoop van België” wordt genoemd. Een stemming die te vergelijken is met Nederlandse emoties toen Fokker verkocht werd. “Het land der filialen”, was gisteren de bittere titel van een commentaar in de Financieel-Economische Tijd.

In de reacties wordt er algemeen vanuit gegaan dat de vorming van een Grote Belgische Bank een alternatief voor de uitverkoop zou zijn geweest. Maar ook zo'n Grote Belgische Bank zou maar in beperkte mate Belgisch zijn geweest. De Generale Bank, die daaraan zou hebben moeten deelnemen, is in handen van de Generale Maatschappij die op haar beurt in handen is van de Franse Suez groep.

Zoals met vrijwel alles in België is het ook op financieel gebied gebruikelijk om Franstaligheid van Nederlandstaligheid te onderscheiden. Al heeft nog nooit een bankbiljet een woord gezegd, toch is er Franstalig geld en Nederlandstalig geld. Franstalige en Brusselse bankiers zijn lid van de Cercle Gaulois, een exclusieve club in het Park van Brussel. Het Vlaamse geld is lid van de vlakbij gelegen club De Warande, die door de Franstaligen als een instelling voor parvenu's wordt beschouwd. De Standaard wijst erop dat als baron Albert Frère, de Franstalige aandeelhouder van de BBL, zijn aandelen aan de ING verkoopt “hij helpt op die manier het Nederlandstalige overwicht in de Belgische economie versterken. Iets wat men in het zuiden van het land zeker kwalijk zal nemen.”

Maar deze keer lijkt de taalkwestie toch naar het tweede plan te zijn verschoven. Wat overheerst zijn zelfverwijt en verwijten aan het adres van financier Albert Frère uit Charleroi, die liever snel geld verdient dan rekening te houden met de belgitude. Franstalig en Nederlandstalig België valt in uitzonderlijke eensgezindheid over Frère, de voormalige schroothandelaar die zo succesvol was als groot financier dat hij zelfs de titel van baron bemachtigde. Frère is degene die België uitverkoopt, is het verwijt. Hij was het die de electriciteitsonderneming Tractabel aan de Franse Suez groep overdeed. Hij had het geld dat hij in Suez heeft geïnvesteerd kunnen gebruiken om de BBL Belgisch te houden en de Nederlandse ING geen kans te geven. “Dit land is misschien grootgemaakt door staalhandelaars en andere tapijtverkopers, maar als we ooit een land willen worden met serieuze ondernemingen, met een afgelijnde strategie en een gezonde financieringsbasis, dan moet het roer radicaal om. Dan moet een stukje van onze middenstandsmentaliteit weg, ons kerktorengevoel overboord en de pleinvrees overwonnen”, schreef de Financieel-Economische Tijd gisteren. Het besef is algemeen dat de Belgische bankwereld achterloopt ten opzichte van het buitenland, waar de afgelopen jaren gefuseerd en gesaneerd is. Niemand toont zich tevreden over de uitzonderlijke dichtheid van het kantorennet van de Belgische banken. Die bezorgt werk aan veel bankbedienden, maar ook veel kosten. Die kosten worden tenslotte in rekening gebracht bij de Belgische consument, die nu zelfs moet betalen als hij zijn eigen geld uit een geldautomaat haalt.

Plotseling heeft in België het gevoel toegeslagen dat de pogingen om BBL Belgisch te houden door een Grote Belgische Bank op te richten van provincialisme getuigen. Gouverneur Verplaetse van de Belgische centrale bank, die zich hier lang voor heeft ingespannen, krijgt nu daarover verwijten te horen. Journalisten vragen ineens niet meer aan hem, de breedsprakige centrale bankier met zijn net van politieke relaties, hoe het verder moet met de Belgische banken. Ze vragen het aan Nederlandse bankiers of aan de Belgische Lutgart Van den Berghe, die als commissaris van ING gewend is in de Nederlandse keuken te kijken. Zij vertelt dat in Nederland beslissingen sneller genomen kunnen worden dan in België. Dat overnames mogelijk zijn als een belangrijke groep aandeelhouders het er niet mee eens is. Dat Nederlanders spaarzaam zijn en risico's durven nemen.

Het wordt allemaal opgeschreven. De vraag is of het bij de erkenning van de superioriteit van het Nederlandse bankwezen blijft. Sommige Vlaamse politici praten soms met evenveel weerzin over Nederlands als over Frans kapitaal. Maar het gebeurt ook dat nationale gevoelens bij het zakendoen werkelijk geen belemmering blijken. De Belgisch-Nederlandse bank- en verzekeringsgroep Fortis is daarvan een voorbeeld. Maar bij Fortis worden wel streng gedragsregels in acht genomen. De Nederlandse topman van Fortis mag nooit iets over zaken in België tegen de buitenwereld zeggen en de Belgische topman moet zijn mond houden over Nederland.

    • Ben van der Velden