De jeugd van toen anno nu

Werelden: Mensen van toen, Ned.1, 21.43-22.33u.

Het was niet eens alleen de schokkende inhoud van de film Mensen van morgen die in 1964 opzien baarde - het kwam ook door het feit dat een Nederlandse film destijds uiterst zeldzaam was. Er gingen dat jaar maar drie in première: de deerlijke flops Plantage Tamarinde en Spuit elf, en de film van Kees Brusse, geannonceerd als 'een psycho-montage' over de jeugd van tegenwoordig.

Het idee voor Mensen van morgen was door filmproducent Rudy Meyer, begiftigd met een vrijwel feilloos gevoel voor kassuccessen, afgekeken van de Franse interview-film Hitler connais-pas. Hij wilde iets dergelijks. Uit een door twee psychologen gemaakte voorselectie ondervroeg Brusse dertien jongeren in een opzettelijk gekunstelde situatie - in de zorgvuldig uitgelichte Cinetone-studio in Duivendrecht - over hun dagelijks leven, hun ideeën en hun idealen. Prototypes waren het: arbeider, student, prostituee, novice, boerendochter, ongehuwde moeder, concertpianist, sportleraar en zelfs een in halfduister onherkenbaar blijvende jongen die trillend toegaf dat hij homoseksueel was, hoewel hij dat woord liever niet gebruikte.

Wie nu naar hen luistert, kijkt er niet meer van op. Maar toen, in het nog tamelijk keurig aangeharkte Nederland, waren de onbevangen uitlatingen van zo'n groep jongeren nog zelden vertoond. Zo zelden, dat Brusse juichende recensies kreeg en uitverkochte bioscoopzalen. Tot er na drie succesweken herrie kwam, omdat de ouders van Loekie, de nozem van het stel, naar de rechter stapten wegens diens vrijmoedige commentaar op hun ruzie-achtige huiselijk leven. Toen er vier maanden later een door Brusse sussend ingeleide compromis-versie ging draaien, was de opwinding goeddeels voorbij. Al was het maar omdat de jeugd inmiddels, halverwege de jaren zestig, heel wat luidruchtiger van zich liet horen.

In Mensen van morgen werden na de opnamen ieders uitspraken op thema gerangschikt, los over de film verspreid en gelardeerd met de gelaatsexpressies van de anderen. Hoewel alle jongeren afzonderlijk werden geïnterviewd, lijken ze daarom in de film, weliswaar zwijgend, op elkaars verhalen te reageren. De enige kritiek op die manipulatie werd in 1964 geleverd door filmredacteur Jan Blokker van het Algemeen Handelsblad. Hij vond, met alle respect en alle lof (“de moeite van het zien zeer en zeer waard”), dat Brusse niettemin de waarheid geweld had aangedaan: “Mensen van morgen eet, als psycho-montage, van twee walletjes.”

Zelf houdt Kees Brusse echter ook 33 jaar na dato nog vol dat hij het recht aan zijn kant had. “Ik heb die mensen niet één seconde onrecht aangedaan,” zegt hij in het programma Mensen van toen, dat Gilles Frenken voor de IKON over die film van toen heeft gemaakt. In zijn documentaire vermengt Frenken fragmenten uit de film met herinneringen van de makers (onder wie Brusse) en ontmoetingen met enkele van de toenmalige jongeren - vijftigers en zestigers nu, die soms met gemengde gevoelens op hun filmavontuur terugkijken.

Frenken, een niet kritiekloze bewonderaar, heeft voorts een eigen documentaire over jongeren van 1996 gemaakt, getiteld Mensen van 2000, die volgende week te zien is. Toen die film een jaar geleden op het IDFA in première ging, bleek al het grote verschil met 33 jaar geleden: niemand is nu meer verbaasd jongeren te horen vertellen over hun leven en hun toekomstplannen. Gelukkig maakt de IKON het project tot een drieluik door volgende donderdag, later op de avond, óók de oorspronkelijke Mensen van morgen uit te zenden. Die is nooit eerder op de televisie geweest.