De beer mag weer los bij de varkens

Het einde van de epidemie van varkenspest lijkt in zicht gekomen: gisteren werd het fokverbod voor varkens opgeheven. Maar de ziekte is nog niet helemaal uitgeroeid; een vervoersverbod blijft voorlopig van kracht waar nodig.

ROTTERDAM, 13 NOV. Met opluchting is in varkenshoudend Nederland gereageerd op het opheffen gisterochtend van het fokverbod. Op de boerderij van de Brabantse varkenshouder J. Wellen in St. Hubert werden gistermiddag direct twintig van de in totaal vijfhonderd zeugen 'gebeerd'. En 's avonds was er een groot feest. “We hebben hier flink lopen drinken en feesten”, zegt een nog wat hese Wellen de ochtend erna.

In Volkel behandelde L. van Maasakkers gisteravond twee van zijn 172 zeugen met inderhaast uit het KI-station aangevoerd sperma. “Het is niet zo dat je gelijk alle varkens kunt gaan dekken. Je moet namelijk een zeug hebben die in een vruchtbare periode is. Bovendien is er in de kraamhokken maar plaats voor zo'n vijftig biggen.”

In een brief bracht minister Van Aartsen (Landbouw) de Tweede Kamer gisterochtend van zijn langverbeide besluit op de hoogte. Begin oktober, tijdens de behandeling van zijn begroting, had een aantal fracties in de Tweede Kamer al gepleit voor opheffing van het verbod, maar de bewindsman achtte dat toen niet verantwoord. De 'veterinaire situatie' en de uitslagen van de tweede screening van het fokverbodgebied door de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV) zijn echter van dien aard dat het fokken weer kan worden toegestaan.

Dierenartsen die de screening hebben uitgevoerd, zijn niet meer op verdachte bedrijven gestuit. De afgelopen drie weken hebben zich slechts twee uitbraken van klassieke varkenspest voorgedaan. De bewindsman houdt er echter rekening mee, dat zich de komende maanden nog een aantal incidentele, geïsoleerde uitbraken zullen voordoen. Voorbeelden daarvan waren een uitbraak op 4 november in Hernen en een geval in Vinkel op 10 november, het 422ste besmette bedrijf sinds het eerste officieel geregistreerde geval van varkenspest zich voordeed bij boer M. Melis in Venhorst. Op zijn geruimde bedrijf houdt Melis inmiddels herten, geiten, pauwen en kippen.

Minister Van Aartsen kondigde op 2 juni een fokverbod af voor het gebied rondom Venhorst, enkele weken later werd voor Helmond/Asten hetzelfde regime ingesteld. Destijds werd na weken van aarzelen besloten om uiteindelijk een fokverbod in te stellen. Aanvankelijk was de gedachte dat een dergelijk verbod niets zou helpen, omdat het vier maanden duurt voordat zeugen biggen werpen. In mei werd echter duidelijk dat de crisis nog wel eens veel langer zou kunnen duren dan vier maanden en werd het verbod ingesteld. Doordat er vanaf oktober geen biggen meer werden geboren, staan vanaf die tijd de kraamhokken van varkenshouders leeg. Nu verwacht de minister dat de crisis over vier maanden wel over zal zijn.

Volgens de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland betekent de opheffing van het fokverbod een grote opluchting voor meer dan duizend van de ongeveer 20.000 varkenshouders. Op hun bedrijven zijn 177.000 zeugen. De Productschappen Vee, Vlees en Eieren zijn blij dat het fokverbod nu “eindelijk” is opgeheven.

In de gebieden waarin het fokverbod gold, zijn 3.376 varkenshouderijen, waarvan er op dit moment nog 1.116 daadwerkelijk varkens in de stallen hebben. Een vervoersverbod blijft er van kracht. Bovendien zal bij varkenshouders nog vier maanden lang intensief worden gecontroleerd of zij zich de afgelopen maanden aan het verbod hebben gehouden. Daarbij wordt veertig procent van de bedrijven in het betrokken gebied bezocht. Bij geconstateerde overtredingen wordt strafrechtelijk vervolgd en worden aangetroffen biggen geconfisqueerd, zo waarschuwt Van Aartsen. Inmiddels heeft de minister in Brussel toestemming gevraagd voor een slachtregeling. Hij heeft dat gedaan voor het welzijn van de dieren. Een aantal mestvarkens in gebieden waar een vervoersverbod geldt is de afgelopen maanden 'zeer zwaar' geworden.

Vanaf het begin van de crisis rond de varkenspest zijn er voortdurend fouten gemaakt. Er lag geen behoorlijk rampenplan klaar, terwijl dat volgens Europa wettelijk verplicht is. De eerste twee weken is op kleine schaal preventief rondom besmette bedrijven geruimd. De boeren hebben sindsdien zelf op meer preventieve ruiming aangedrongen.

Met de goedkeuring van de RVV zijn er vervolgens varkens tegen de regels in naar Italië geëxporteerd en is er sperma van het besmette KI-station in Wanroij illegaal in België terechtgekomen. Vorige maand uitten ambtenaren van de Europese Commissie zware kritiek op de Nederlandse aanpak van de varkenspest. Van Aartsen deed het rapport af als “merkwaardig” en “onbegrijpelijk”.

Folkloristischer van aard waren verdenkingen als zouden bezoekers van benefietconcerten van de Achterhoekse popgroep Normaal het zeer besmettelijke pestvirus via hun laarzenhebben verspreid. Voor alle zekerheid stonden er ontsmettingsbakken klaar zoals die nu ook op alle boerenerven te vinden zijn.

Het grootste probleem is de periode van de komende vier maanden tot de geboorte van de biggen, meent veehouder B. Hopman uit het Gelderse Malden, tevens bestuurslid van het Nederlands Verbond van Varkenshouders. “Op zeker moment komen de opfokbedrijven biggen te kort. Die krijgen geen biggen van ons en gaan ze dan in het buitenland halen. Het is geen probleem als die beesten uit Duitsland, België of Denemarken komen, maar wanneer ze uit Polen of Hongarije worden ingevoerd, is het gewoon wachten op een nieuwe varkenspest-epidemie. Daar ritselt het van de ziekten.” Er gelden overigens strenge quarantaine-maatregelen voor import uit deze landen.

De schrijver Koos van Zomeren, die de door zijn collega J.J. Voskuil begonnenactie Varkens in Nood tijdelijk leidt, is niet blij met de opheffing van het fokverbod. “Maar de praktische betekenis is gering gemeten naar het belang van het dierenwelzijn waar wij aandacht voor vragen.” Wat dat betreft acht hij het Kamerdebat volgende week over de toekomst van de vakenshouderij van groter belang. “De boeren, voor wie natuurlijk gigantische belangen op het spel staan, hebben ons de afgelopen weken hun lege stallen laten zien met de boodschap: 'Die moeten zo gauw mogelijk weer vol'. Maar ik dacht: 'Mooi, geen dierenleed'.”