Beleggers moeten hopen dat 'de markt' niet al te ijverig wordt; 'Fed' gevangen tussen vuur en ijs

De Federal Reserve Board liet de rente in de VS gisteren onveranderd op 5,5 procent. Niet alleen de crisis in de jonge industrielanden van Azië speelde daar een rol bij. Minstens even complicerend zijn de inflatievooruitzichten in eigen land.

AMSTERDAM, 13 NOV. Het werkgebied van de Amerikaanse Federal Reserve Board blijkt dezer dagen groter dan de Verenigde Staten alleen. Terwijl de Amerikaanse economie op volle toeren draait, en de arbeidsmarkt steeds krapper wordt, liet voorzitter Alan Greenspan van het stelsel van centrale banken gisteren het belangrijkste rentetarief van de bank onveranderd op 5,5 procent.

Voor de financiële markten kwam de maatregel nauwelijks als een verrassing. De 'fed' houdt de ogen de laatste maanden gericht op twee ontwikkelingen, die elk een opwaartse rentestap van de bank onzeker maken.

De eerste is het internationale economische klimaat. Hoewel de Amerikaanse centrale bank daar in strikte zin niets mee te maken heeft, zou een renteverhoging de fragiele toestand van de valuta's, beurzen en obligatiemarkten in de opkomende economiën verder verzwakken.

Zuidoost Azië, waar nu al vijf maanden een uitslaande brand woedt op de beurzen van Thailand, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen, is al lang niet meer de enige internationale brandhaard waar een hogere Amerikaanse rente olie op het vuur gooit. Hongkong houdt met alle macht vast aan de koppeling tussen de eigen dollar en de Amerikaanse dollar. Regelmatige aanvallen op de Hongkong dollar hebben de rentetarieven daar al opgestuwd naar tegen de 15 procent. Die hoge rente brengt de gezondheid van onroerend goedmaatschappijen en banken in gevaar. Op maandag leidde dat al tot een kleine run op de Asian International Bank. Zuid-Korea heeft de nationale munt, de won deze week zien dalen tot het diepste punt ooit tegen de dollar, en lijkt een kandidaat voor de volgende aanval. Dat Seoel weigert prijs te geven hoe hoog de buitenlandse dollarverplichtingen van de overheid en het bedrijfsleven zijn, heeft het vertrouwen in het land weinig goed gedaan.

Landen buiten Azië zetten zich al schrap voor het overslaan van de crisis. Op maandag maakte Brazilië een pakket van 18 miljard dollar aan bezuinigingen bekend om zijn overheidsfinanciën, en de lopende rekening van de betalingsbalans, op orde te krijgen. De Braziliaanse centrale bank verhoogde de rente fors naar ruim 43 procent om de nationale munt, de real, aan de dollar gekoppeld te houden. Kennelijk heeft Brazilië er een recessie voor over om de koppeling te handhaven en inflatie laag te houden, net als Argentinië in de nasleep van de Mexio-crisis in 1995. Beleggers op de Braziliaanse beurzen trekken die conclusie ook: in iets meer dan twee weken is de Bovespa-index van de beurs van Sao Paolo gedaald van 13000 naar onder de 8000 punten. Op dinsdag verhoogde ook Rusland zijn rente om de roebel bij voorbaat immuun te maken voor de Azië-crisis.

Een Amerikaanse renteverhoging heeft in dit klimaat desastreuze gevolgen. Daar zou fed-voorzitter Greenspan natuurlijk lak aan hebben als de Amerikaanse economie pregnante signalen vertoonde van oververhitting. De economie groeit hard: in het tweede kwartaal van dit jaar met 3,3 procent en in het derde kwartaal met 3,5 procent op jaarbasis. De werkloosheid daalde in oktober tot 4,7 procent (het laagste peil sinds 1973) en de uurlonen bleken omhoog te zijn geschoten met 4,2 procent op jaarbasis. Het is gangbaar dat loonstijgingen en inflatie gelijk op en neer gaan. Maar dit jaar is de inflatie alleen maar verder gedaald, tot 2,2 procent. Het vaste verband tussen loonstijgingen en inflatie is dit jaar geheel zoek, en dat maakt het oordeel van de centrale bank er niet eenvoudiger op.

Bovendien is er, in de woorden van Greenspan, twee weken geleden, een “niet verwaarloosbaar” drukkend effect van de Azië-crisis op de Amerikaanse inflatie. Dalende munten daar betekenen lagere prijzen voor de invoer van de VS uit die regio. Analisten schatten dat effect op zo'n 0,2 procentpunt. Oost- en Zuidoost Azië (uitgezonderd Japan) zijn goed voor tegen de 20 procent van de Amerikaanse buitenlandse handel. Een dramatische terugval van de economische groei in Azië zal merkbaar worden in de Amerikaanse export, en zo doorsijpelen in lagere cijfers voor zowel de inflatie als de economische groei in de VS.

Of dat gebeurt, daarover woedt op de financiële markten een strijd tussen 'vuur' en 'ijs' - de termen die door Morgan Stanley's goeroe Barton Biggs zijn bedacht. Vuur betekent een voorthollende economie, oplopende inflatie en hogere rentes. IJs staat voor sterk afnemende groei en een sterk teruglopende inflatie die kan omslaan in deflatie - dalende prijzen.

De strijd tussen de elementen is nog lang niet gestreden, maar de daling op Wall Street gisteren met ruim 2 procent - een ongebruikelijke reactie op het uitblijven van een renteverhoging - geeft aan dat beleggers wel degelijk rekening houden met koeler klimaat waarin de bedrijfswinsten gaan tegenvallen.

Zo doet de markt het werk voor Greenspan. De afkoeling van de wereldeconomie door de Azië-crisis zorgt voor neerwaartse druk op de Amerikaanse groei en inflatie. En de huizenhoge beurskoersen, Greenspans tweede zorg, corrigeren intussen zichzelf. Beleggers mogen hopen dat 'de markt' niet al te ijverig wordt.

    • Maarten Schinkel