Zes jaar lang geruchten

ROTTERDAM, 12 NOV. Op 10 december 1991 staken de Belgische beursautoriteiten de handel in aandelen bank Brussel Lambert. Geruchten hebben de kop opgestoken over een mogelijke overname van de bank door de kort daarvoor opgerichte Nederlandse bankverzekergigant Internationale Nederlanden Groep. ING wil niet ingaan op wat zij “regelmatig opkomende geruchten over mogelijke acquisities dan wel samenwerkingsverbanden” noemt.

Het woord 'regelmatig' blijkt profetisch. Zes jaar lang zal het blijven gonzen van geruchten over een volledige overname van BBL door ING. En zes jaar lang zullen de pogingen die ING - met de symphatie van BBL's directie - doet, worden tegengewerkt door BBL's zittende aandeelhouders.

In februari 1992 geeft ING, dan bezitter van een klein pakket van de aandelen, toe uit te zijn op vergaande samenwerking, danwel een overname van BBL. Rivaal is de francofone groep Royale Belge-UAP-Winterthur, die 26,65 procent van BBL controleert. BBL wil geen keuze maken.

Vanaf hier wordt het touwtrekken om aandelen BBL. Een hoofdrol is weggelegd voor de Belgische financier Albert Frère, die een 'Belgische verankering' van BBL nastreeft. De BBL-directie is op de hand van ING. Een 'Belgische' verankering lijkt wel erg op een 'Waalse' verankering. 300 directeuren bieden een petitie aan aan het BBL-bestuur waarin zij op samenwerking met ING aandringen. ING probeert vervolgens een pakket over te nemen van 5,2 procent van het Itiaanse Unipar. Dat mislukt. In september 1992 doet ING een bod op alle aandelen BBL, dat neerkomt op 3,6 miljard gulden.

Verzet van grootaandeelhouder Frère, en een teleurstellende uitkomst van het boekenonderzoek dat ING bij BBL heeft gehouden leiden er toe dat ING in november het bod laat vallen. Er zijn geruchten over stroppen die bij BBL zijn ontdekt. Ook het tussentijds aftreden van ING-topman W. Scherpenhuijzen Rom ten gunste van A. Jacobs zou een rol hebben gespeeld. Een maand later, in december, stapt Th. Peeters, directievoorzitter van BBL en vermeend voorstander van een Nederlandse overname, op.

Maar de Nederlanders blijven sprokkelen. In augustus 1994 verrast ING met de verwerving van een pakket aandelen dat in handen was van de Italiaanse houdstermaatschappij Befco. Zo groeit het Nederlandse belang van 11 naar 18 pct., en in oktober 1995 weet ING het tot boven de 20 pct. te tillen, onder meer door aankopen via de beurs. In april 1996 krijgen de Nederlanders er naast hun ene lid van de raad van commissarissen van BBL een zetel bij. De stroom van geruchten zwelt weer aan. Op 11 november 1997 gaat de ING-directie daar op in. Het bod luidt geen 3,6 miljard gulden zoals in '92, maar 9 miljard.

    • Maarten Schinkel