Zakenman krijgt levensgevaar cadeau

The Game. Regie: David Fincher. Met: Michael Douglas, Sean Penn, Deborah Kara Unger, James Rebhorn, Carroll Baker, Armin Mueller-Stahl, Peter Donat. In 56 theaters.

Sinds het succes twee jaar geleden van de stijlvolle puzzelthriller Se7en is de jonge regisseur David Fincher (34 nu) een Grote Naam in Hollywood. Met nieuwgierigheid werd uitgekeken naar zijn volgende film. The Game blijkt goed te voldoen aan de verwachtingen.

Net als bij Se7en is het uitgekiende scenario zo gecompliceerd dat de kijker er beter van te voren niets over kan weten en achteraf nog een tijdlang bezig mag zijn met het controleren van de losse eindjes. Voor zover ik kan bedenken klopt alles als een bus, ook de onwaarschijnlijke plotwendingen die in de loop van de film de wenkbrauwen doen fronsen, passen in een aan het einde onthulde logische samenhang.

Het is een kwestie van smaak of je liever een film ziet waarin niet alle mysteries opgelost worden, of zo'n elegante, intelligente en au fond cerebrale krachttoer als The Game. Zeker is dat de hoofdpersoon, de schatrijke zakenman Nicholas Van Orton (Michael Douglas), de voorkeur zou geven aan een film van het laatste type. Zijn hele leven staat namelijk in het teken van controle en macht; de prijs die hij daarvoor betalen moet is sociaal isolement en een droef stemmende eenzaamheid.

Wat moet je iemand die alles al heeft voor zijn 48ste verjaardag cadeau doen? Zijn jongere broer (Sean Penn) heeft een ideetje: een geheimzinnige invitatie van de firma Consumer Recreation Services om mee te doen aan Het Spel. Na een vernederende serie formaliteiten en persoonlijkheidstests, alsmede een lichamelijke keuring, krijgt de aspirant-deelnemer een laconiek telefoontje van het bedrijf dat zijn aanvraag is afgewezen.

Dit is het eerste dwaalspoor: inmiddels is Het Spel namelijk al begonnen, en raakt de tycoon verstrikt in een reeks beproevingen en uitdagingen, die zijn macht, zijn integriteit en tenslotte zijn leven in gevaar lijken te brengen. Wat hij niet weet is dat elke stap in de richting van het ravijn zorgvuldig voorbereid en bewaakt wordt door de spelleiding.

Het ligt voor de hand in The Game een thriller te zien over verlies van identiteit en het verlangen van een control freak dat iemand anders eens voor hem beslist. De psychologische kant van The Game riekt sterk naar Hitchcock. De ontmoeting - in San Francisco nota bene - van Michael Douglas met een mysterieuze dame die geen slipje draagt lijkt een citaat uit Basic Instinct, maar belangrijker is de gemeenschappelijke bron van beide films, de door de thema's hoogtevrees en een zelfmoordtrauma in herinnering gebrachte Hitchcockklassieker Vertigo.

Het is natuurlijk onmogelijk voor een geraffineerde thrillerregisseur om Hitchcock te negeren; Fincher voegt daar nog een ander motief aan toe, namelijk het plezier in het creëren van een kunstmatige, niet van echt te onderscheiden schijnwereld.

De ontdekking door Douglas van filmrekwisieten en decorstukken in een interieur (weer een valstrik van de spelleiding) geeft aan dat The Game ook een film is over film. De ontknoping met alle spelers en figuranten in dezelfde scène lijkt nog het meest op een wrap party aan het eind van de filmopnamen.

Vergeleken met Se7en is Finchers derde film (hij debuteerde in 1992 met Alien3) iets gladder en minder duister en metafysisch, maar nog altijd een uitschieter in de commerciële jaarproductie van Hollywood.

    • Hans Beerekamp