Werk verkocht uit collectie Chardzjijev

AMSTERDAM, 12 NOV. Uit de collectie-Chardzjijev zijn zes gouaches van de Russische kunstenaar El Lissitzy verkocht. Michael Privé, de eerste en enige bestuurder van de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga, heeft berichten hierover in de Volkskrant van vanmorgen bevestigd.

Over eventuele verdere verkopen uit de collectie-Chardzjijev wil Privé geen verdere mededelingen doen. De collectie-Chardzjijev bestaat uit een omvangrijk archief van handschriften, documenten en boeken van Russische schrijvers als Anna Achmatova en Velimir Chlebnikov en een grote collectie werken van beroemde avant-garde-kunstenaars als Malevitsj, Lissitzky en Tatlin. De Russische literatuurwetenschapper Nikolaj Chardzjijev (1903-1996) vestigde zich met zijn vrouw Lidia Tsjaga in 1993 in Nederland en wist toen een groot deel van zijn archief en kunstcollectie de grens over te krijgen. Een klein, maar belangrijk deel van zijn archief werd in beslag genomen door de Russische douane - de Russische wet verbiedt de uitvoer van kunstvoorwerpen die ouder zijn dan vijftig jaar.

De Keulse galerie Gmurzynska hielp Chardzjijev bij zijn kunstsmokkel. In ruil hiervoor verkocht Chardzjijev voor 2,5 miljoen dollar zes schilderijen en twee gouaches van Kazimir Malevitsj. De galerie heeft inmiddels enkele van deze schilderijen voor een veelvoud van de inkoopsprijs doorverkocht.

Het is ook Gmurzynska die nu onder de titel 'Over twee vierkanten' de zes gouaches van El Lissitzky voor een onbekend bedrag op een kunstbeurs in Keulen heeft verkocht. De Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga, die na de dood van Tsjaga in 1995 werd opgericht om de collectie van Chardzjijev bijeen te houden, is met galerie Gmurzynska in zee gegaan, omdat 'deze galerie perfecte kwaliteit levert', aldus Privé. “Ik ken de publicaties over de verdachte praktijken van Gmurzynska”, zegt hij. “Maar ik heb stellig de indruk dat Gmurzynska heel integer en betrouwbaar is gebleken bij de emigratie van Chardzjijev.”

Na de dood van Chardzjijev werd eerst de in Nederland wonende Rus Boris Abarov de eerste bestuurder van de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga. Hij is de erfgenaam van Chardzjijev. De huidige bestuurder van de stichting, Privé, treedt ook op als executeur-testamentair van de nalatenschap van Chardzjijev. In deze hoedanigheid heeft Privé de zorg voor een goede overdracht van de nalatenschap van erfgenaam Abarov naar de stichting.

“Ik ben heel blij met alle publiciteit”, zegt Privé. “Alle betrokkenen zijn er nu goed van doordrongen dat de zaak snel en goed moet worden afgewikkeld. Met de erfgenaam Abarov ben ik nu rond, zodat het legaat kan worden afgegeven aan de stichting. Ik zal dan ook op zeer korte termijn een nieuw bestuur van de stichting bekend maken. Dan pas kan de stichting gaan functioneren, zoals Chardzjijev het heeft bedoeld.”

Op de vraag waarom de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga nu niet door opening van zaken te geven het algemene gevoel wegneemt dat een aantal lieden zich heeft verrijkt ten koste van de collectie-Chardzjijev, antwoordt Privé: “Dat is een terechte vraag. Maar ik kan geen opening van zaken geven over de collectie en de hele afwikkeling van de nalatenschap. Als executeur-testamentair ben ik tot geheimhouding verplicht. Ik weet niet hoe we het gevoel kunnen wegnemen dat er allerlei ontoelaatbare dingen rondom de collectie-Chardzjijev zijn gebeurd. Ik zal er mee moeten leren leven.”