'Rechter zit te vaak op stoel van bestuurder'

DEN HAAG, 12 NOV. De rechter gaat zo vaak op de stoel van politici en bestuurders zitten dat er sprake is van “onaanvaardbare aantasting” van de eigen verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur. De mogelijkheden voor rechters om te oordelen in bestuurlijke kwesties zouden daarom ingeperkt moeten worden.

Tot die conclusie komt een werkgroep onder voorzitterschap van dr. J. van Kemenade, commissaris van de koningin in Noord-Holland, in het rapport 'Bestuur in Geding'. Het rapport, dat ook werd geschreven door de Rotterdamse burgemeester Peper en de Commissarissen van de koningin in Noord-Brabant en Flevoland - Houben en Jager - zou vanmiddag worden aangeboden aan minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken).

De werkgroep stelt dat politiek steeds meer te maken krijgt met zeer complexe vraagstukken, zoals bijvoorbeeld bij milieu en infrastructuur. “Daarbij past het niet dat er eindeloze mogelijkheden zijn om achteraf het bestuur te corrigeren”, aldus de commissie. Volgens de werkgroep is het niet aan de onafhankelijke rechter om deelbelangen tegen elkaar af te wegen, maar aan het democratisch gekozen bestuur.

De commissie doet een dertigtal voorstellen om iets aan de scheefgroei te doen. Zo zou het mogelijk moeten worden dat een rechter een besluit van het rijk niet vernietigt, maar het rijk een financiële schadevergoeding aan gedupeerden laat betalen. Ook zouden bij de wet op de ruimtelijke ordening alleen belanghebbenden mogen procederen, en niet “eenieder”, waarvan de wet nu nog spreekt. Ook zou de rechter meer zogeheten 'tussenuitspraken' moeten doen waardoor het rijk eventuele fouten tijdig kan herstellen.

De commissie acht zowel de rechter als de politiek verantwoordelijk voor de 'juridificering' van het openbaar bestuur. De rechter baseert zijn oordeel steeds vaker op beginselen van behoorlijk bestuur, en niet meer alleen op wetten en regels. Niet alleen neemt de rechter daarmee meer ruimte dan nodig is, hij moedigt ook burgers aan beroep aan te tekenen, aldus de commissie.

Anderzijds versterkt de politiek, bijvoorbeeld de Tweede Kamer, de 'juridificering' door te veel wetten en regels te maken. Ook de Algemene Wet Bestuursrecht die op 1 januari 1994 van kracht werd en die juist bedoeld was voor een versimpeling van wet- en regelgeving, heeft die trend niet kunnen keren. De commissie hoopt dat de Tweede Kamer het vandaag uitgekomen rapport betrekt bij de komende evaluatie van die algemene wet.