Pinocchio ontmoet Faust in een Duits kuuroord

Voorstelling: Pinocchio/ Faust van Collodi/ Goethe door Theater an der Ruhr, Mülheim. Decor: Gralf-Edzard Habben; regie: Roberto Ciulli; spelers: Maria Neumann, Thorsten Krohn e.a. T/m januari '98 in Theater an der Ruhr, Raffelbergpark, Mülheim. Inl.: 0049 208 599 01 88.

Verscholen in het Duitse groen van het Duisburger Wald ligt een in 1909 gebouwd kuuroord, het Solbad Raffelberg. Het is een stijlvol voorbeeld van Jugendstil-architectuur, opgetrokken uit zandkleurige muren en overhuifd door leigrijze pannen. De ruimte in het hart van het gebouw, waar eens de bronnen stroomden, is van zichzelf al een theater. Pilaren aan weerskanten, witmarmeren vloeren, een hoog opgaande koepel. Het in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigde gebouw werd, hoe haveloos en vergeten ook, in 1981 betrokken door het gezelschap Theater an der Ruhr. De Italiaanse regisseur Roberto Ciulli en de Duitse dramaturg Helmuth Schäfer vonden elkaar eerst omdat beiden zijn gepromoveerd op Kant en Hegel, en vervolgens in het maken van theater.

Het gezelschap is door het toonaangevende blad Theater Heute al verschillende keren uitgeroepen tot het beste gezelschap van het land. Het zijn altijd intense, sterk geconcentreerde en heftige voorstellingen, metallic eigenlijk, glanzend en strak, vol innerlijke kracht. Nog nooit zag ik daar een acteur een maniertje doen. Hun acteren wordt gedragen door de wetenschap en de overtuiging dat het spel is; een spel dat even intelligent als emotioneel leidt tot het inzicht dat de mens een rusteloze, ontheemde alleenganger is. Op de Bühne, in het Duitse woud rondom het kuuroord, en overal daarbuiten.

Na drie jaar verbouwing is het kuuroord Raffelberg deze maand heropend. Een uitgebouwde, glazen entree maakt een uitnodigende geste naar de bezoekers. De speelruimte is een ideale middenzaal met een diep podium, eindigend in een nis. De foyer is wit en helder met hoge ramen, uitzicht biedend op bomen in de herfst.

De feestelijke openingsvoorstelling heet Pinocchio/Faust naar Collodi en Goethe. De held uit menig kinderboek, de levende, uit pijnappelhout tevoorschijn getoverde Pinocchio met zijn lange neus ontmoet Faust, de held van menig man die te veel nadenkt over de zwaarte van het leven. Pinocchio geeft een kind fantasierijke dromen; Faust geeft een mens de desillusies van de volwassenheid, oud als hij is, wrokkig, bereid zijn ziel aan de duivel te verkopen. De twee karakters zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verbeeldt Pinocchio de nieuwsgierigheid, Faust de vertwijfeling.

Maria Neumann speelt bij het Theater an der Ruhr Pinocchio. Ze is een frêle, jongensachtige verschijning die vol Lebensbejahung de wereld intrekt. Haar oorsprong vindt ze in een mand met hout voor de open haard. Die staat, groen en flakkerend, groots op het podium. Het vuur daarin gloeit ook in Pinocchio. Het tragische van zijn levensverhaal in de regie van Roberto Ciulli is dat hij getemd wordt. Onderwijzers, de clerus, volwassenen: allen zijn erop uit de dartele levensdrift van Pinocchio in de kiem te smoren. Hij moet een kneedbaar mens worden. Die transformatie, gekruid met het nodige verzet, verbeeldt Neumann geleidelijk, stap voor stap. Haar loszittende blouse bijvoorbeeld trekt ze steeds rechter, de knoopjes gaan dicht, aan het slot is ze een voorbeeldig kostschoolkind. Eerst wil ze nog in een scène met straatmuzikanten wild en uit het ritme trommelen, daarna blijft ze keurig in de maat.

Is het kind eenmaal uit Pinocchio verbannen en het zwijgen opgelegd, dan neemt de gedegen volwassene zijn plaats in. En meer nog: Faust (Thorsten Krohn) is een aan zijn rolstoel gekluisterde invalide, verslaafd aan het virtuele theater dat zijn computer hem biedt. De verleiding komt in verschillende gedaanten, als jonge vrouw die een oude toverkol blijkt te zijn, als feestvierende vrienden die hem mishandelen. Zijn Mephisto is een vrouw die hem dansen leert. In een verstilde, ingetogen scène neemt ze hem op uit de rolstoel en sleept ze hem als een pop mee over de vloer. Het zwarte poedeltje uit Goethe's tragedie ('Das ist des Pudels Kern') is een echte hond, vlijtig ronddribbelend aan een lijntje.

Aan het slot verschijnt Pinocchio in de inmiddels geheel onttakelde studeercel van Faust, wiens drang tot zelfvernietiging overwonnen is. Hij kan weer lopen, hij weet intussen 'was die Welt im Innersten zusammenhält'. Namelijk het besef dat de mens uiteindelijk niets is, kachelhout. En daar is op het juiste ogenblik Pinocchio terug, nu als student. Faust en Pinocchio verzoenen zich, zij blijken uiteindelijk twee verschijningen van eenzelfde symbolische figuur: de dolende, eeuwig reizende mens die over zijn lot en oorsprong wil weten, maar telkens in het duister tast.

De wil tot inzicht is de 'Pudels Kern' van deze Pinocchio/Faust-collage door het Theater an der Ruhr. Regisseur Ciulli geeft hieraan vorm door beide personages telkens een inwijding te laten ondergaan, waardoor zij tot meer zelfinzicht komen. De vorm neigt naar het surrealistische; we zijn getuigen van een wereld die op de onze lijkt, en tegelijk net niet die van ons is. Een voormalig kuuroord is de ideale locatie om zo'n visie op de werkelijkheid uit te drukken.

    • Kester Freriks