OM: meer geld voor misdaden 'Joegoslavië'

ARNHEM, 12 NOV. De militaire kamer van de rechtbank Arnhem is nog onvoldoende toegerust om oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië te kunnen berechten. Een woordvoerder van het openbaar ministerie in Arnhem heeft laten weten dat er extra financiële middelen nodig zijn om als tribunaal op te kunnen treden.

De militaire kamer, ondergebracht in het nieuwe paleis van justitie in Arnhem, heeft er sinds gisteren een taak bij. Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad, dat militaire rechters in Nederland bevoegd zijn oorlogsmisdrijven te behandelen van naar Nederland uitgeweken buitenlanders, zal de kamer de komende maanden een aantal voormalig Joegoslaven berechten. Onder hen is een groot aantal asielzoekers, dat door landgenoten is herkend en bij de politie is aangegeven.

Het is nog niet duidelijk wanneer en hoeveel van oorlogsmisdaden verdachte ex-Joegoslaven in Arnhem voor moeten komen. Dat is onder meer afhankelijk van de agenda van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Die agenda is evenwel zo vol, dat het openbaar ministerie in Arnhem verwacht dat er voldoende zaken overblijven om zelf ook nog een keuze te kunnen maken. “Wij gaan natuurlijk niet alleen de restzaken doen”, aldus de woordvoerder.

Het openbaar ministerie in Arnhem gaat niet solitair optreden. Bij het in behandeling nemen van een strafzaak zal er altijd overleg plaatsvinden met het tribunaal in Den Haag. Dat blijft zich, ook nu de militaire kamer in Arnhem als tribunaal zal gaan optreden, speciaal richten op grote en bijzondere zaken.

Op dit moment wordt er in Arnhem gewerkt aan een plan van aanpak. Duidelijk is volgens het openbaar ministerie dat er extra financiële middelen nodig zijn om de nieuwe taak adequaat te vervullen. Ook van de beschikbare middelen is afhankelijk hoeveel oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië uiteindelijk in Arnhem zullen worden berecht.

Tot nog toe zijn in vier Europese landen mensen berecht voor oorlogsmisdaden gepleegd in voormalig Joegoslavië. In Denemarken werd een Bosnische Serviër veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor oorlogsmisdaden, in Duitsland werden twee Bosnische Serviërs veroordeeld tot 20 jaar en levenslang. In Oostenrijk werd eindigde een proces tegen een Bosnische Serviër in een fiasco voor de aanklager.

In veel Europese landen is wetgeving niet toegesneden op het berechten van oorlogsmisdadigers. In Frankrijk bijvoorbeeld zijn definities toegesneden op de tweede Wereldoorlog. In geen enkel Europees land worden oorlogsmisdaden actief vervolgd. Zaken die door aanklagers worden aangebracht berusten vrijwel allemaal op herkenningen van slachtoffers die in Europese landen asiel hebben gekregen.

Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië juicht nationale berechtingen van oorlogsmisdaden toe. Het tribunaal is alleen om logistieke redenen niet in staat alle van oorlogsmisdaden verdachte personen te vervolgen, en beperkt zich derhalve tot de hoofddaders en hun handlangers.